gepubliceerd in: Trouw, 5 febr. 1997, p. 15

Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

I
Een school... een wand... een kaart



Wandkaartcode WER_NO_B
door Lucy Holl

Op een wat verrassende plek hangen op dit moment tientallen schoollandkaarten bij elkaar. Het Nederlandse Architectuurinstituut in Rotterdam herbergt tot en met 2 maart de tentoonstelling 'Nederland naar school' en heeft een wand van een kleine honderd vierkante meter met kaarten volgehangen. Niet alle schoollandkaarten zijn in ruste. Vele dienen nog gewoon hun oorspronkelijke, educatieve doel in de Nederlandse schoollokalen. Maar steeds meer oude exemplaren komen terecht in verzamelingen of sieren de huizen van particulieren. Een schoollandkaart met daarop bijvoorbeeld de eigen geboortestreek of een dierbaar vakantieland heeft emotionele en esthetische waarde. Zo'n kaart aan de muur trekt de aandacht. 'Ik heb iets met kaarten', zegt fotograaf en schoolkaartenbezitter Gerard Verschooten uit Nijmegen. Hij heeft onder meer een aantal schoollandkaarten van Limburg, de provincie van zijn jeugd, en deed dergelijke provinciekaarten ook aan een zus en een vriend cadeau. 'Als ik naar een kaart kijk, roept elk plekje een herinnering, een gedachte op. Dat heb ik natuurlijk met Limburg, maar ook met andere kaarten. Je kan er een hele wereld bij fantaseren.'

SOEMBAWA

De oude, blinde kaarten van provincies, landen, werelddelen of van de gehele aarde roepen bij iedereen wel een reactie op: het zij van herkenning, enthousiasme of soms afschuw. Mensen proberen meteen plaatsen te benoemen en herinneren zich beruchte rijtjes als 'Bali-Lombok-Soembawa' of 'Hoogezand-Sappemeer-Zuidbroek-Scheemda'. 'Wels liet de kaart van Nederland, die hoog aan de muur hing, zakken', schreef Theo Thijssen in 1908 al in zijn roman over de belevenissen van de jonge onderwijzer Barend Wels. 'De meeste kinderen zaten suffig te kijken naar de kaart; naar al de rare vlekken en lijnen; Marken was net het oog van de Zuiderzee, en Nederland was net een doghond, en Noord-Holland een sneeuwpop. Wels riep één van de kinderen voor de kaart en ging beurten geven.' In de tijd van Wels raakten de kaarten net een beetje ingeburgerd in het onderwijs. In de negentiende eeuw wilde een onderwijzer zelf nogal eens een kaart fabriceren of leverden bedrijfjes handgemaakte exemplaren. De oudste schoolkaart in het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam stamt bijvoorbeeld uit 1845. 'Klassikaal les geven was er toen nog nauwelijks bij, dus de behoefte aan wandkaarten was niet groot', aldus museumconservator Thijs van Ruiten. Enkele tientallen uitgeverijtjes probeerden zich in de loop van de negentiende eeuw op de schoolkaarten- en schoolplatenmarkt te begeven. Ook de toen nog kleine uitgeverijen Wolters (van de Bosatlas) en Noordhoff wierpen zich in de strijd. Wolters kwam rond 1875 met een eerste schoollandkaart. Noordhoff volgde een tijd later. Beide bedrijven startten onder meer met kaarten van Groningen, Friesland en Drenthe, die aan lokale scholen werden geleverd. Langzamerhand verschenen complete series van de Nederlandse provincies, een groot aantal Europese landen en de werelddelen.

SOBER

De decoratieve of esthetische functie was bij de eerste kaarten nauwelijks van belang. De kaarten oogden grauw, sober en weinig kleurrijk. De meeste scholen hadden in de vorige eeuw ook nauwelijks geld om de relatief dure wandkaarten aan te schaffen. Dat veranderde toen de herzieningen in de Wet op het Lager Onderwijs van zowel 1857 als 1878 hun vruchten af begonnen te werpen. Er kwam veel meer aandacht voor de huisvesting van de scholen en de overheid stak meer geld in de exploitatie. Bovendien werden naast lezen, rekenen en schrijven ook geschiedenis, aardrijkskunde en kennis van de natuur verplichte kost op de lagere school. In het middelbaar onderwijs was de HBS als nieuw schooltype geïntroduceerd. Ook op de HBS gold aardrijkskunde als verplicht vak. Deze veranderingen boden leveranciers van leermiddelen nieuwe kansen. 'Den onderwijzer tegemoet te komen bij het teekenen van kaarten voor de klasse, zoodat hij zijn tijd meer winstgevend kan besteden, is het doel van de uitgave dezer blinde kaarten', schreef de firma Noordhoff in een reclamefolder uit 1898. De term 'blind' dankten de kaarten aan het ontbreken van namen. 'Ze komen op onze kaart niet voor, daar ze haar nutteloos onduidelijk zouden maken: de heele klas zou ze toch niet kunnen lezen, en gewoonlijk is dat ook niet eens gewenscht.' De scholen bleken zeer tevreden met de nieuwe schoollandkaarten. 'De kaart doet 't oog aangenaam aan', schreef het blad Chr. School in 1905 over de producten van Wolters. 'Sober en o zoo duidelijk', oordeelde het blad De Chr. Kweekschool over de kaarten van Noordhoff.

TRAMLIJNEN

Op de schoollandkaarten staat meestal een druk, maar zelden het jaar van uitgave. Aan de hand van de fondscatalogi van de uitgevers is uit te vissen welke druk wanneer in de verkoop kwam. De kaarten zelf geven natuurlijk ook allerlei aanwijzingen. Is er op een bepaalde kaart bijvoorbeeld al sprake van inpoldering van de Wieringermeer of de IJsselmeerpolders? Loopt dat ene kanaal al wel of niet door Limburg? Waren die tramlijnen nog in Gelderland, hoeveel inwoners krijgt een bepaalde stad toegeschreven, waarom staat op die kaart van Suriname een stuk 'betwist gebied' vermeld, welke koloniën op de Afrika-kaart zijn nog afgebeeld, is de plaats van uitgifte Batavia of Djakarta? Namen, grenzen en landschappen op de kaart veranderen. Op oudere kaarten staan allerlei zeevaartroutes van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij en vliegroutes van de KLM (toen nog K.L.M.) aangegeven. Ook aan het kleurgebruik op de kaart of aan de vorm en kleur van de stokken is de leeftijd soms af te lezen. Opeenvolgende drukken laten in ieder geval zien hoe de wereld langzamerhand ingrijpend veranderde. 'Kaarten zijn fantastische documenten die in een oogopslag hele geschiedenissen vertellen', omschrijft conservator Van Ruiten van het Nationaal Schoolmuseum het.

KRIJT

Het is een bijzondere gewaarwording om een kaart na jarenlange opslag uit te rollen. Meestal blijft het een raadsel waar de kaart ooit gehangen heeft. Slecht een enkele school zette haar stempel achterop. De geur en het stof van vroeger lijken bij het openrollen eruit te komen. Soms zijn nog krijtsporen te zien. Meestal is er eigenhandig wat bijgetekend of bijgeplakt. Dat was ook de bedoeling, aldus uitgeverij Noordhoff in 1910. 'Wil men eenige uitbreiding, ieder onderwijzer is gemakkelijk in staat, wat hij verkiest op de kaart aan te brengen.' Een gave kaart zonder aanpassingen, scheuren, inktvlekken, vochtkringen of krassen is al met al een zeldzaamheid. De eerste schoollandkaarten uit eind vorige eeuw zijn vaak al helemaal niet meer terug te vinden. Zelfs niet in drie van de grootste schoolkaartenverzamelingen in Nederland; Wolters en Noordhoff (intussen onderdeel van Wolters Kluwer) in Groningen hebben een uitgebreid archief, de Kaartenzaal van de Universiteit van Amsterdam bezit honderden exemplaren en het eerder genoemde Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam heeft een grote collectie. Conservator Van Ruiten: 'Kaarten zijn moeilijk te bewaren. Zet je ze opgerold rechtop, dan zakken ze uit. Plaats je ze op leggers, dan rusten ze teveel op een beperkt aantal punten. We hebben hier veel spullen in het schoolmuseum, maar over het bewaren van een schoolkaart kun je wel eens meer zorg hebben dan over het bewaren van een stalen kroontjespen. Kaarten zitten conserveringstechnisch veel ingewikkelder in elkaar.'

MIDDEN-JAVA

In de diverse collecties met schoollandkaarten valt het grote aantal kaarten op over de voormalige Nederlandse koloniën. Wolters kwam al in 1890 met een kaart van Java 'voor Indische scholen en handelshuizen' en had in de jaren dertig zelfs aparte kaarten voor West-, Midden-, en Oost-Java en voor Sumatra. Omdat de spijkertjes waarmee de boven- en onderkant van de kaart aan de karakteristieke houten stokken zaten bevestigd, konden gaan roesten in de vochtige tropen, was er een alternatief. Wolters gebruikte het geoctrooieerde systeem 'Keiser', dat uitging van in elkaar schuivende stokdelen. Buiten die vele kaarten voor de koloniën zijn er voor de liefhebber nog wel meer opvallende kaarten aan te wijzen. Noordhoff kwam aan het begin van deze eeuw bijvoorbeeld met een wereldverkeerkaart (gebruikt bij handelsaardrijkskunde) en een opvallend gedetailleerde kaart van de Noord-Amerikaanse spoorwegen met meer dan zeventig tekens voor de verschillende spoorweglijnen en de meeste uiteenlopende stationsnamen. Voor het godsdienstonderwijs waren er natuurlijk kaarten van Palestina, maar ook Paulus' reizen, de bisdommen van Rooms-Katholiek Nederland en de vele zendingsposten in Nederlands Oost-Indië werden op afzonderlijke kaarten afgebeeld. Noordhoff had een 'typenkaart'. Daarop stonden alle mogelijke 'hoofdvormen der aardoppervlakte', zoals eilanden, kusten en gebergten afgebeeld, die schoolkinderen op een kaart aan konden treffen. Wolters kwam in 1915 met een zeer vooruitstrevende kaart: 'Nederland en omgeving in vogelvlucht', een driedimensionaal overzicht van ons land.

BOS

Wolters had een belangrijke troef in handen op de kaartenmarkt. Het was P.R. Bos, die naam en faam had verworven met de naar hem genoemde Bos Schoolatlas (1877). Bos ontwierp tussen 1880 en 1900 diverse schoollandkaarten. Overigens werkte er bij Noordhoff enige tijd later een zekere R. Bos (geen familie) aan schoollandkaarten, later opgevolgd door K. Zeeman. Om de verwarring compleet te maken, kwam die naam Zeeman en bovendien de naam R. Noordhoff ook onder de kaartenmakers van Wolters voor. Wolters en Noordhoff domineerden de schoolkaartenmarkt en waren elkaars grote concurrenten. Ze hadden een vergelijkbaar productenpakket en zaten zelfs in belendende kantoorpanden (bij de fusie in 1967 werd symbolisch de muur tussen beide bedrijven doorgebroken). Wolters kwam in de jaren twintig bijvoorbeeld met een nieuwe set provinciekaarten waarbij het gebied rondom de provincie wit was gelaten. Waarschijnlijk niet geheel toevallig prees Noordhoff daarop in zijn catalogus van 1928 het feit dat van de provinciekaarten niet alleen de provincies zelf in kleur waren, maar ook het gebied eromheen. Nog een voorbeeld: Noordhoff introduceerde eind jaren vijftig een nieuwe vondst ter vervanging van het dure linnen: mipofolie. Het zou een onverslijtbare, afwasbare kaart opleveren, die bovendien tegen benzine, sigarenas, zand, poolkou en tropenhitte en nog veel meer bestand zou zijn. Wie nu nog zo'n kaart vindt, treft niet zelden een sterk gerimpeld exemplaar aan, maar indertijd was het een geducht wapen in de concurrentiestrijd.

KOFFIEBONEN

Diverse andere, ook vaak buitenlandse, uitgevers hebben geprobeerd een deel van de schoolkaartenmarkt te veroveren. Van Goor Zonen's uitgeversmaatschappij en uitgeverij Dijkstra slaagden daar enigszins in. Dijkstra had bijvoorbeeld kaarten die vooral op het bodemgebruik en het economisch leven waren geënt. Zwitserland laat onder meer een edelweiss en wandelaars met wijde kniebroeken zien, in de kaart van Afrika staan koffiebonen en olifanten afgebeeld. De faam van de blinde kaarten van Wolters en Noordhoff hebben ze echter niet bereikt. De blinde (en voor het gemak van de leraar soms semi-blinde) kaarten werden een begrip en spreken nu nog tot de verbeelding. 'De oude schoolkaarten lijken langzamerhand meer aandacht te krijgen', zegt conservator Jan Werner van de Kaartenzaal van de Universiteit van Amsterdam. 'De meeste tijd gaan bij ons noodgedwongen nog steeds zitten in onze kaarten uit de zestiende tot achttiende eeuw. Maar er komt ongetwijfeld een moment dat we zeggen: nu moeten we toch eens even goed op de schoollandkaarten gaan letten. Hun oorspronkelijke educatieve doel hebben ze verloren, maar ze vertellen nog steeds een boeiend verhaal.'


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand