gepubliceerd in: Geo-Info, 2 (2005), nr. 9, p. 410-417

Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

X
De aardrijkskundige wandkaarten
van uitgeverij W.J. Thieme & Cie:
Van de ene vernieuwing naar de andere


door Lowie Brink

Het grote, drie verdiepingen tellende pakhuis van uitgeverij Thieme aan de Waterstraat in Zutphen was door de daarin opgeslagen voorraad boeken veruit het belangrijkste bedrijfsbezit. Op zaterdagmiddag 14 oktober 1944 maakten twee voor de IJsselbrug en het spoorwegstation bedoelde brisantbommen echter een rokende puinhoop van dit met cultuur volgepakte huis. Samen met circa 900.000 boeken ging ook een grote voorraad schoolwandkaarten in rook op. Dat maakte een einde aan de belangrijke rol die Thieme speelde op het gebied van aardrijkskundige wandkaarten voor het onderwijs. Deze in vergetelheid geraakte kaarten verdienen echter weer een plaats aan de wand in de geschiedenis van de Nederlandse schoolkartografie.

Educatieve uitgeverijen hebben een meer dan gemiddelde belangstelling voor elkaars uitgaven. Een nieuwe onderwijsmethode met gunstige beoordelingen in schoolbladen kan namelijk al snel andere methoden uit de markt drukken. De Groningse uitgevers en buren Noordhoff en Wolters hielden niet alleen elkaars uitgaven voor het vak aardrijkskunde goed in de gaten, maar ongetwijfeld ook die van uitgeverij Thieme. Interessante voorbeelden daarvan zijn te vinden in de briefwisselingen tussen uitgevers en auteurs. Zo schrijft de schoolkartograaf K. Zeeman [Brink, 2003] aan uitgever Noordhoff op een wat klagelijke toon: "De tijden zijn wel moeilijk. En Thieme kondigde in 'De Vacature' weer een nieuwe druk van een schoolatlas aan." In een andere brief probeert Zeeman uitgever Wolters een hart onder de riem te steken: "Ik geloof dat u de concurrentie met de Thiemekaart best aankunt, al is deze ook een paar guldens goedkoper." Maar laten we zelf eens kijken naar de schoolwandkaarten van Thieme, die de twee Groningse uitgevers zulke hoofdbrekens hebben bezorgd.

THIEME VS WOLTERS VS NOORDHOFF

De aardrijkskundige wandkaarten (inclusief de herdrukken) van Thieme en de jaren dat deze kaarten leverbaar waren, zijn in tabel 1 vermeld. Deze tabel is op dezelfde manier opgezet als de eerder gepubliceerde tabellen met de wandkaartgegevens van Noordhoff en Wolters [Brink en Holl, 2002], wat vergelijkingen mogelijk maakt. Evenals in het geval van Noordhoff en Wolters hebben ook hier de fondscatalogi en uitgavelijsten van de uitgever (1896-1972, zie bijvoorbeeld fig. 1) en Brinkman's Cumulatieve Catalogus als bronnen gediend.

Figuur 1. Omslagillustratie van de fondscatalogus uit 1908 van uitgeverij Thieme.

Door de beschikbaarheid van een groot aantal fondscatalogi en een vrij volledige vermelding van de wandkaarten in 'De Brinkman' is de onzekerheid in de datering zeer gering. De wandkaarten van Thieme worden in de tabel onderverdeeld in vier categorieŽn: (1) provincies / Nederland, (2) Nederlands Oost-IndiŽ, (3) landen, (4) wereld(delen). In tegenstelling tot Noordhoff en Wolters had Thieme, wellicht als gevolg van de liberale beginselen van de eigenaren, geen aardrijkskundige wandkaarten in haar assortiment die bij het godsdienstonderwijs werden gebruikt. Per categorie is de indeling zoveel mogelijk chronologisch. Zoals eerder uiteengezet [Brink en Holl, 2002] kan uit tabel 1 direct worden afgelezen welke wandkaarten succesvol waren (meerdere herdrukken), en welke als winkeldochters jarenlang in dezelfde druk te koop bleven. Hieronder wordt daarop teruggekomen. Uit tabel 1 kan echter ook worden afgeleid hoe de omvang van het wandkaartenfonds van Thieme varieerde in de loop van de tijd. In fig. 2 is dit weergegeven en is tevens een vergelijking gemaakt met Noordhoff en Wolters.

Figuur 2. Het aantal aardrijkskundige wandkaarten in de fondsen van Noordhoff, Wolters en Thieme in de periode van 1870 tot 1968 (het jaar van de fusie tussen Noordhoff en Wolters).

Deze drie uitgevers zijn in het vierde kwart van de 19de eeuw gestart met het uitgeven van schoolwandkaarten (Noordhoff wat later dan Wolters en Thieme), waarna bij alle drie in de loop van de 20e eeuw een sterke groei op trad. Het gevolg van de brand in 1944 in het pakhuis van Thieme is duidelijk te zien. Het aantal wandkaarten liep terug van 52 in 1930 naar slechts 2 in 1950. In de loop van de jaren '70 verdwenen de wandkaarten geheel uit het Thiemefonds. De dip in het aantal wandkaarten in het fonds van Wolters rond 1950 is veroorzaakt door het onverkoopbaar worden van acht Nederlands Oost-IndiŽ kaarten (Noordhoff was veel minder op dit gebied gericht). Het gegeven dat in fig. 2 de lijnen van Wolters en Thieme bij elkaar liggen, en die van Noordhoff hoger ligt is goed verklaarbaar. Noordhoff had uitgebreide series klein formaat wandkaarten van de Nederlandse provincies, Europese landen en de werelddelen in haar assortiment, terwijl de wandkaarten van Wolters en Thieme doorgaans gedetailleerder en van een groot formaat zijn (150 ŗ 250 cm in de hoogte en/of de breedte, vaak de onderwerpen Nederland, Nederlands Oost-IndiŽ, Europa, Wereld). Vooral Wolters en Thieme waren dus aan elkaar gewaagd, en dit is weer in overeenstemming met het beeld dat in een van de jubileumboeken van Thieme wordt geschetst: Thieme onderhield vriendschappelijke betrekkingen met Noordhoff, maar er waren dikwijls irritaties in de verhouding met Wolters [Kalkwiek en Kalkwiek, 1992]. Ook uitgeven is natuurlijk maar mensenwerk. Het wordt tijd om de personen achter al die kaarttitels in tabel 1, auteurs en uitgevers, weer tot leven te brengen. We laten het verhaal beginnen in het jaar 1863.

THIEME & COMPAGNIE

Het jaartal in de tekst van het uitgeversmerk van W.J. Thieme: "Waeksaem In Thyme's Eedel Cruyt, Anno 1863" verdient enige toelichting. In 1863 nam C. Schillemans een boekhandel-drukkerij-uitgeverij in Zutphen over van de familie Thieme, en besloot de naam te handhaven om gebruik te maken van de bestaande, landelijke bekendheid [Jubileumboek Thieme, 1913]. De uit Wesel afkomstige H.C.A. Thieme had namelijk van een onbeduidend, van zijn schoonvader in 1792 overgenomen boekhandel-uitgeverijtje een voor 19de-eeuwse begrippen groot bedrijf gemaakt met circa 350 uitgaven. Een klein deel daarvan was bedoeld voor Latijnse scholen en universiteiten, maar zoon W.J. Thieme en kleinzoon W. Thieme namen ook al enkele schoolboeken voor het lager onderwijs in het fonds op. Het bedrijf was in de jaren '50 en '60 in financiŽle problemen geraakt, maar Schillemans wist in 1863 blijkbaar wat hij deed. De schoolwetten van 1857 voor het lager onderwijs, waarbij onder meer aardrijkskunde een verplicht vak werd, en van 1863 voor het middelbaar onderwijs veroorzaakten een grote vraag naar onderwijsuitgaven. De liberaal C. Schillemans was een voortvarend zakenman, actief in allerlei verenigingen zoals de 'Nederlandsche Uitgeversbond', en bracht het bedrijf in korte tijd tot grote bloei. Rond 1880 moet hij de beslissing hebben genomen om zich grotendeels te richten op schooluitgaven. Door de overname in 1887 van het advertentieblad voor het onderwijs 'De Vacature' kon hij in contact komen met (hoofd)onderwijzers, leraren en auteurs, en maakte hij van de naam Thieme een vertrouwd geluid in de onderwijswereld. In de fondscatalogus van 1896 zijn al 103 van de 123 pagina's gewijd aan 'Werken voor het Onderwijs'. Maar lang niet elke schooluitgever zag ook brood in de uitgave van schoolwandkaarten. Schillemans echter wel.

ERIN GEROLD

Door de alfabetische rangschikking staan de aardrijkskundige uitgaven altijd vooraan in de fondscatalogus, maar het vak aardrijkskunde kreeg ook daadwerkelijk veel aandacht van Thieme. Daarom treffen we in het Thiemefonds vanaf circa 1880 langzamerhand steeds meer (teken)atlassen, invulkaartjes, aardrijkskundige hand-, leer- en leesboeken, reliŽfmodellen, flesjes met grondsoorten en, niet te vergeten, schoolwandkaarten aan. Het is niet bekend of daar een bewust beleid achter heeft gezeten, maar wat betreft de wandkaarten krijgt men de indruk dat Thieme er vrij toevallig in is gerold. De allereerste wandkaart van H.W. Knottenbelt (1876) was ook geen eigen initiatief, maar werd 'op last' van de 'Gewestelijke Vereeniging Gelderland' van het 'Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap' uitgegeven in samenwerking met de Arnhemse uitgever H.A. Tjeenk Willink. Tussen haakjes: ook hier blijkt weer de stimulerende rol die dit onderwijzersgenootschap heeft gespeeld in de uitgave van de allereerste schoolwandkaarten in Nederland (periode 1840-1890) [Brink, 2004]. De door G.A. van Eck bewerkte 'Schoolkaart van Nederlandsch Oost-IndiŽ' was ook al geen eigen product te noemen, maar een overgenomen restpartij, die al een keer eerder van uitgever was gewisseld (van Stemler (1881) naar Warendorf (1887) naar Thieme (circa 1890)). De 'Kaart van Nederland' van A.A. Beekman (1888) is te beschouwen als de eerste door Thieme uitgegeven wandkaart. Maar ook hier heeft het toeval een handje geholpen. De aan het Zutphens Gymnasium verbonden wiskundeleraar Beekman en de succesvolle uitgever Schillemans behoorden tot de notabelen van Zutphen, en zullen elkaar regelmatig zijn tegengekomen. Toeval of geen toeval, met de kaarten, atlassen en leerboeken van Beekman zou het aardrijkskundefonds van Thieme pas echt naam gaan maken.

BEEKMANIAANS

Anton Albert Beekman (1854-1947) was rond 1900 een zeer belangrijk auteur voor Thieme. Maar liefst zestien pagina's van de 123 pagina's tellende fondscatalogus uit 1896 waren nodig om de voortbrengselen van deze auteur te beschrijven. Maar niet alleen voor Thieme, ook voor de Nederlandse geografie en het onderwijs daarin was Beekman belangrijk [Fockema Andrea, 1950-1951; Heslinga, 1977]. Hij schreef in 1884 een geografisch standaardwerk 'Nederland als Polderland', dat een openbaring was voor velen en een omwenteling in het aardrijkskunde-onderwijs veroorzaakte. Als voormalig genie-officier met waterstaatkundige ervaring rekende autodidact en 'Privat-gelehrte' Beekman (fig. 3) af met vele misvattingen over de hydrografische gesteldheid van het polderland ("Nog altijd lieten velen den Rijn zich verdeelen bij Wijk van Duurstede, lieten hem stroomen langs Leiden, zich in zee storten bij Katwijk.")

Figuur 3. Portret van dr. A.A. Beekman op zeventigjarige leeftijd (foto uit het Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap XLI (1924) p. 438).

Gezien het succes van dit boek, dat overigens eigenlijk 'Het Polderland van Nederland' had moeten heten, was het een handige zet van Thieme om zowel op de 'Kaart van Nederland' (1888) als op de 'Schoolatlas van Nederland en zijn Overzeesche Bezittingen' (1889) af te laten drukken: "door A.A. Beekman, Schrijver van Nederland als Polderland". Ook deze wandkaart (twee maal herdrukt, zie tabel 1) en atlas werden lovend ontvangen. Vooral de in de jaren '90 verschenen atlassen van het duo Beekman-Schuiling verstoorden het traditionele, staatkundige beeld van de Nederlandse provincies door de nadruk op de hydrografie en de indeling naar fysische gesteldheid.

Wandkaartcode GEL_TH_B
Figuur 4. 'Schoolkaart van Gelderland' van A.A. Beekman (1894, schaal 1 : 75.000, acht bladen, 131 x 188 cm).

De wandkaart van Nederland en de wat later verschenen vier provinciewandkaarten (1892-1903) vertonen alle kenmerkende vernieuwingen (zie fig. 4 en 5): de wateren in open verbinding met de zee zijn met blauw aangegeven, de andere wateren met zwart; een zware tekening van de dijken langs de zee en langs open rivieren; de rivierdikten staan in een juiste verhouding tot elkaar, zodat kleine rivierarmen niet "de dikte hebben van een jongenspink" (in de woorden van Beekman). Naast deze systematische weergave van de hydrografie heeft Beekman ook aan de nauwkeurigheid veel aandacht besteed. De topografie van de wandkaarten is zorgvuldig overgenomen van de recentste topografische kaarten, terwijl de grondsoorten afkomstig zijn van Starings 'Geologische Kaart van Nederland' (1858-1867). "Men ziet bij den eersten oogopslag dat de kaart vervaardigd is door iemand die de kunst van topografisch teekenen verstaat", heet het in een recensie [N.N., 1888].

Figuur 5. Fragment (Wageningen en omgeving) van de 'Schoolkaart van Gelderland' van A.A. Beekman (fig. 4). De waterstaatkundige toestand krijgt veel aandacht (bijvoorbeeld de rivierdijken).

Dat de vele beekkronkelingen, fijne hellingschrapjes en hoogtecijfertjes (fig. 5) op een wandkaart eigenlijk niet tot hun recht komen, wordt echter in recensies uit die tijd nog niet opgemerkt. Maar Beekmans wandkaarten waren toch succesvol en leidden zelfs bij Thieme tot wat we nu 'spin-offs' zouden noemen. De 'Blinde Kaart van Nederland' (1897) van H. Deelman, een 'hoofd eener school te Amsterdam', had een van Beekmans kaart afgeleide tekening, en was bedoeld om als repetitiekaart naast die van Beekman te worden gebruikt. En ook de 'Schoolkaart van het Hollandsch-Utrechtsche Polderland' (1901) van J.B.A. Saeys, een schoolhoofd in Haarlem, is wat betreft het onderwerp en de nadruk op de hydrografie zeer Beekmaniaans. Door het tegenvallende succes van Beekmans 'Aardrijkskunde van Nederland' (1890) en de toenemende kritiek uit fysisch-geografische hoek op de veronachtzaming van de hoge, oudere helft van Nederland zou Beekman rond 1900 de schoolaardrijkskunde vaarwel zeggen, en zich richten op de historische geografie ('Geschiedkundige Atlas van Nederland') en andere activiteiten (bestuur en tijdschrift van het KNAG, Zuiderzeeraad). Maar geen nood, Thieme had inmiddels een andere geografische coryfee in het uitgevershuis binnengehaald.

NOG EEN NESTOR VAN DE NEDERLANDSE GEOGRAFIE

Roelof Schuiling (1854-1936), leraar aan de Rijkskweekschool in Deventer en net als zijn rivaal Beekman nestor van de Nederlandse geografie genoemd, heeft voor Thieme slechts ťťn wandkaart vervaardigd: de 'Schoolkaart van Insulinde' (1898). Maar deze imposante kaart geeft op vijf vierkante meter in ťťn oogopslag een overzicht van wat er in de 19de eeuw op karteringsgebied bereikt is in Nederlands-IndiŽ [Brink, 2006]. Schuilings opvatting dat "de aard van den bodem" altijd als uitgangspunt moet worden genomen, is verder ook duidelijk in deze wandkaart terug te vinden (veel werk is bijvoorbeeld gemaakt van het zeebodemreliŽf, zie fig. 6).

Figuur 6. Fragment (meest oostelijke gedeelte van Java) van de inzet 'Java en Madoera' (schaal 1 : 900.000) van de 'Schoolkaart van Insulinde' van R. Schuiling (1898, schaal hoofdkaart 1 : 2.700.000, twaalf bladen, 199 x 247 cm). Van de reliŽfweergave (land en zeebodem) is veel werk gemaakt.

Hij heeft dit beginsel ook consequent toegepast in zijn bij Thieme verschenen leerboeken en atlassen, waarin bovendien het belang van een juiste volgorde van behandeling wordt benadrukt: 'Hoog Nederland' voor 'Laag Nederland', AziŽ en AustraliŽ voor Nederlands-IndiŽ, en 'de kern van Europa' (de Alpen en omgeving) voor de afzonderlijke landen. Schuilings ideeŽn vinden we terug in de 'Schoolwandkaart van Middel-Europa' (1892) van P. Kat Pzn. en E. Zuidema, aangezien daarin de Alpen en de overgang naar de omliggende landen centraal staan en het reliŽf gedetailleerd is weergegeven. Overigens heeft Schuiling later een door Justus Perthes uitgegeven wandkaart van de Alpen in het Nederlands bewerkt (1915). Deze kaart was getekend door de nestor van de Duitse kartografie, H. Haack. Dat dit product van twee nestors veel lovende recensies kreeg, kon eigenlijk ook niet anders.

THIEME & COMPAGNIE (DEEL II)

In het begin van de 20e eeuw namen de broers W.J. Schillemans (vanaf 1903) en H.G.J. Schillemans (vanaf 1910) de leiding van het bedrijf van hun vader over. De bedrijfsgroei zette onverminderd door, en de aandacht bleef gericht op onderwijsuitgaven. 'W.J.', de "ziel van de firma", leidde de uitgeverij en was, evenals zijn vader, actief in de 'Nederlandse Uitgeversbond' en in de daarmee verbonden 'Groep Schoolboekuitgevers'. 'H.G.J.' leidde de grafische afdeling en zat in de 'Commissie voor de Propaganda van het Nederlandse Boek'. Weliswaar waren nestors schaars aan het worden, maar ook nu lukte het de leiding van Thieme om talentvolle auteurs voor het aardrijkskundefonds aan zich te verbinden.

DUIZENDPOTEN

De in tabel 1 genoemde kaartauteurs zijn vrijwel alle als (hoofd)onderwijzer of als leraar werkzaam geweest. Het was eerder regel dan uitzondering dat ze naast schoolwandkaarten ook werken op geheel andere terreinen publiceerden. Leraar J.F. Nuijens hield het nog beperkt tot het vak tekenen. Naast de 'Kaart van Amsterdam en omliggende gemeenten' (1922) vervaardigde hij diverse teken(oefen)boekjes. De hierboven genoemde P. Kat Pzn., een collega van Beekman in Zutphen, schreef een groot aantal werken op het gebied van de Nederlandse taal- en letterkunde. En publicerende duizendpoten waren ook 'leeraar in de aardrijkskunde' A. Doeleman (aardrijkskunde en wiskunde) en 'hoofd eener school' J. Koonings (lezen, rekenen en opvoedkunde). Waren er op het gebied van aardrijkskunde, Nederlands, wiskunde, etc. diverse mogelijkheden om kennis te vergaren, op het gebied van het kartografisch tekenen was het destijds meestal een kwestie van bestaande kaarten bestuderen en zelf maar wat uitproberen. En ook onze duizendpoten zullen geworsteld hebben met het probleem van de reliŽfweergave. De genoemde Doeleman en Koonings hadden genoeg zelfkennis om in de 'Schoolkaart van Europa' (1902) de in hun woorden "onmogelijke bergteekening" te vervangen door de door Peucker en Zondervan gepropageerde hoogtekleuren [Zondervan, 1898]. Ook een Nederlandse bewerking van een Duitse wandkaart was een manier om deze kartografische kaap te omzeilen (zoals bijvoorbeeld de bewerking in 1921 door S.J. Linthorst van de 'Schulwandkarte von Europa' van de Duitse geograaf-pedagoog H. Harms). De oplossingen die Schuiling (hoogtekleuren en schaduwering op de 'Schoolkaart van Insulinde', zie fig. 6) en Prop (schaduwschrapjes) hebben aangedragen, geven echter beide fraaie driedimensionale effecten. En met Prop zijn we dan aangeland bij de laatste grote troef van Thieme op wandkaartengebied.

"IK HEB ALTIJD PROP GEBRUIKT"

Rond 1910 verschenen de eerste uitgaven van Gerrit Prop (1880-1980): een 'Schoolkaart van Nederland' en een atlas van Nederland. Over deze atlas werd in een recensie in 'De Vacature' geschreven: "Dit werk zal meer zijn dan een vluchtige verschijning in de schoolwereld." Een voorspelling die maar al te waar bleek: 65 jaar later, in 1975, verscheen deze atlas in een 74e druk! De in Friesland geboren Prop ging op vijftienjarige leeftijd naar een van de beste kweekscholen in Nederland, de Rijkskweekschool in Deventer [Ormeling sr., 1999]. Prop spreekt later nog over de "voortreffelijke lessen en boeken van mijn hooggewaardeerde leraar Schuiling". Prop was van 1915 tot 1940 hoofd van de openbare lagere school in Lochem, en in die periode heeft hij de waarschijnlijk meest succesvolle aardrijkskundemethode voor de lagere school in Nederland verder uitgebouwd. De 'Methode Prop' wordt vooral gekarakteriseerd door de opzet van de atlassen: de kaart direct naast de lesstof, en op de volgende twee bladzijden de blinde kaart direct naast invuloefeningen. Verder werd er door een sterke beperking van de lesstof definitief gebroken met de in de 19de eeuw nog gebruikelijke overdaad aan gegevens in aardrijkskundemethoden. In de jaren twintig zouden diverse uitgevers de 'Prop-formule' proberen na te volgen.

Prop stelde de volgende eisen aan een schoolkaart: "sober en duidelijk, mooie kleuren en goed getekend" [Prop, 1952]. Deze benadering viel blijkbaar in goede aarde, want niet alleen de atlassen maar ook de wandkaarten werden goed verkocht en diverse keren herdrukt (zie tabel 1). We maken dit succes hieronder begrijpelijk aan de hand van vijf eigenschappen van de wandkaarten.
1. De kaarten van Prop werden steeds actueel gehouden. Van de atlassen verschenen regelmatig (soms wel twee maal per jaar) herziene herdrukken, maar in het geval van de klassikaal gebruikte en veel duurdere wandkaarten was het uitbrengen van herdrukken maar beperkt mogelijk. Diverse methoden werden echter gebruikt om de gedrukte wandkaarten van Prop toch weer aan te passen aan de actualiteit: bedrukte plakkertjes (fig. 7), opdruk (fig. 7) en handmatig bijtekenen.

Wandkaartcode NHO_TH_P
Figuur 7. 'Schoolkaart van Noord-Holland' van G. Prop (1924, schaal 1 : 120.000, twee bladen, 135 x 86 cm). Een kaartje van de Wieringermeerpolder is opgeplakt, en de Afsluitdijk is door opdruk aangebracht (iets boven het oorspronkelijke ontwerp).

Zelfs de vrij onbelangrijke, in 1925 opgeheven 'Soester paardentramweg' van Soest via Soestdijk naar Baarn werd op de provinciekaart van Noord-Holland (1924) door middel van twee kleine plakkertjes 'weggeretoucheerd' (fig. 8).

Figuur 8. Fragment (Baarn en omgeving) van de 'Schoolkaart van Noord-Holland' van G. Prop (fig. 7). De opgeheven tramlijn van Soest naar Baarn is door middel van twee plakkertjes aan het oog onttrokken.

2. De scholen konden kiezen uit diverse opties. Atlassen waren soms wel in acht varianten leverbaar en de 'Schoolkaart van Nederland' was beschikbaar met grondsoorten of staatkundig, met of zonder namen en (vanaf 1930) voor het zevende leerjaar en vervolgklassen met extra plaatsen.
3. Prop durfde te breken met de traditionele kleuren op schoolkaarten (staatkundig gekleurd, grondsoortenkleuren, hoogtekleuren). Voor de kaarten van Europa en de wereld gebruikte hij vegetatiekleuren (fig. 9) om zoveel mogelijk de natuurlijke kleur van het landschap aan te duiden (bijvoorbeeld: steppen aangegeven met de lichtgele kleur van dor gras).

Wandkaartcode EUR_TH5P
Figuur 9. Het ongemonteerde linker onderblad van de 'Europa Schoolkaart' van G. Prop (vijfde druk, 1960, schaal 1 : 3.000.000, vier bladen, gehele kaart 173 x 196 cm). De kleuren geven vegetatiezones aan.

4. Prop hield terdege rekening met het effect van afstand bij het gebruik van een wandkaart. Zo zijn op de 'Schoolkaart van Europa' de rivieren, staatkundige grenzen en plaatsen tot circa acht meter afstand nog zichtbaar, terwijl de alleen voor de onderwijzer bedoelde spoorlijnen zo dun getekend zijn, dat ze vanaf meer dan circa twee meter afstand als het ware verdwijnen om het kaartbeeld "sober en duidelijk" te houden (fig. 9).
5. Voor Prop was het "bestuderen van mooie kaarten" een manier om de geest te verrijken "door 't grootse en schone te beleven" [Prop, 1952]. Diverse recensies loven dan ook het kleurgebruik en de uitstraling van Props wandkaarten. We treffen er soms juweeltjes van grafisch ontwerp aan (fig. 10).

Figuur 10. Fraai vormgegeven legenda van de 'Schoolkaart van Noord-Holland' van G. Prop (fig. 7).

En ook een recensent in 'De Vacature' voelde zich blijkbaar geestelijk verrijkt toen hij schreef: "De schoone combinaties, de harmonische tegenstellingen maken deze kaarten tot smaakvolle wandversiering en een kunstwerk voor de oogen."

HET DOEK VALT

Op de zwartste dag in de bedrijfsgeschiedenis van Thieme, 14 oktober 1944, gingen behalve de boekenvoorraad ook vrijwel alle wandkaarten in rook op. De goede naam van Prop was echter onaangetast en de 'Methode Prop' zou nog tot de jaren '70 een begrip blijven. Maar wat betreft de schoolwandkaarten zou Thieme in de naoorlogse periode nog slechts een marginale rol vervullen. Ook andere uitgaven voor het lager onderwijs zouden geleidelijk uit het Thiemefonds verdwijnen. Met dit artikel is echter geprobeerd aan te tonen dat de schoolwandkaarten van Thieme in de periode 1888-1944 een allesbehalve marginale rol hebben gespeeld. De deskundige leiding van het uitgeversbedrijf wist steeds weer nieuwe geleerden van naam en creatieve onderwijsmensen aan zich te verbinden. Deze kaartauteurs waren weliswaar kinderen van hun tijd, maar het lukte hen toch om met vernieuwende, opvallende, duidelijke en aantrekkelijke wandkaarten voor de dag te komen. Dat vooral de oudere wandkaarten verdwenen - en dus onbekend en onbemind - zijn, is de kaartauteurs niet aan te rekenen, maar is de schuld van de blootstelling van de kaarten aan licht, lucht, stof, water, vuur en schoolkinderen.


Literatuurlijst

- Brink, L.E.S., 'Herzien door K. Zeeman': Het verhaal van de gedreven schoolkartograaf, in: Kartografisch Tijdschrift XXIX (2003) nr. 2, p. 19-25.
- Brink, L.E.S., Een zee zo zwart als de nacht: De geologische schoolwandkaart van Noord-Holland van W. Kloeke, in: Caert-Thresoor 23 (2004) nr. 2, p. 42-47.
- Brink, L.E.S., De 'Schoolkaart van Insulinde' van R. Schuiling: Een overzicht van de Indische kartografie in 1898 op vijf m², in: Caert-Thresoor 25 (2006) nr. 1, p. 13-19.
- Brink, L.E.S. en L.M.A. Holl, De aardrijkskundige wandkaarten van Noordhoff en Wolters: Van de ene herdruk naar de andere, in: Kartografisch Tijdschrift XXVIII (2002) nr. 4, p. 74-80.
-Fockema Andrea, S.J., Anton Albert Beekman, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, (1950-1951), p. 67-73.
-Heslinga, M.W., Anton Albert Beekman en de vaderlandse aardrijkskunde in het laatst van de negentiende eeuw, in: K.N.A.G. Geografisch Tijdschrift XI (1977), p. 324-338.
-[Jubileumboek Thieme], Een halve eeuw 1863-1913, Zutphen, Thieme, 1913.
-Kalkwiek, W.F. en K.A. Kalkwiek, Groeien in de tijd 1792-1992: Geschiedenis van het Zutphense familiebedrijf Thieme, Zutphen, Thieme, 1992.
-N.N., Kaart van Nederland, in: Tijdschrift van het Kon. Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, tweede serie, V (1888) (1), p. 491-492.
-Ormeling sr., F.J., Meester Gerrit Prop: een veelzijdig didacticus, in: Geografie Educatief 8 (1999) nr. 3, p. 21-25.
-Prop, G., Kort overzicht van de methode voor aardrijkskunde voor de lagere school, Zutphen, Thieme, [1952].
-Zondervan, H., Proeve eener algemeene kartografie, Leiden, Kapteijn, 1898, p. 150-151.

Samenvatting

De aardrijkskundige wandkaarten van uitgeverij W.J. Thieme & Cie.

Uitgeverij Thieme had in het vierde kwart van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw een grote collectie aardrijkskundige schoolwandkaarten in haar assortiment, zo blijkt uit bestudering van de fondscatalogi. Thieme kon zich meten met de twee andere grote spelers op deze markt, Wolters en Noordhoff. Bevlogen auteurs als Beekman, Schuiling en Prop zorgden voor opvallende vernieuwingen in de schoolkartografie. Rond 1930 had Thieme maar liefst 52 verschillende schoolwandkaarten in haar collectie. Het verloren gaan van de kaarten tijdens een luchtaanval in oktober 1944 maakte echter een abrupt einde aan Thiemeís rol als vooraanstaand wandkaartenleverancier.


Opm.: voor de tabel wordt verwezen naar ons artikel in Geo-Info of naar ons boek 'De wereld aan de wand'.


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand