gepubliceerd in: Caert-Thresoor, 31 (2012), nr. 4, p. 115-122
tevens verschenen onder de titel 'The ganz revidierte Druck of Ferrari's wall map of Suriname: A unique example of Dutch-German cooperation in the field of educational cartography' in Kartographische Nachrichten, 63 (2013), nr. 6, p. 311-319


Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

XXII
De 'ganz revidierte Druck' van Ferrari's wandkaart van Suriname: Een unieke samenwerking van de Nederlandse en Duitse schoolkartografie


door Lowie Brink

Vreemd is het niet dat de kaarten van Suriname, eens de 'meest Nederlandsche kolonie' genoemd [1], doorgaans van Nederlandse of Surinaamse makelij zijn. Ook de in 1955 door uitgeverij Dijkstra in Zeist uitgegeven Kaart van Suriname van Ferrari is geheel een product van eigen bodem. Frappant is echter dat de tweede editie van deze schoolwandkaart (1969) een onmiskenbaar Duits uiterlijk vertoont, zodat geconcludeerd moet worden dat er ergens een vermenging heeft plaats gehad van de Nederlandse en Duitse schoolkartografie. Dankzij een opgedoken briefwisseling in het familiearchief van Ferrari kon deze unieke samenwerking gereconstrueerd worden.

Contacten tussen de Nederlandse en Duitse schoolkartografie zijn niet uitzonderlijk in de 19de en 20ste eeuw, maar - we moeten de feiten maar eerlijk onder ogen zien - het is voornamelijk eenrichtingsverkeer vanuit het oosten. Dit geldt voor schoolatlassen maar zeker ook voor schoolwandkaarten: "Die deutsche Wandkartenherstellung ist führend in der Welt." [2] Naast Duitse invloeden op het ontwerp van Nederlandse schoolwandkaarten [3] zijn er in de 20ste eeuw diverse Duitse schoolwandkaarten met Nederlandse namen als licentie-uitgaven in Nederland uitgebracht, zoals door Thieme (1915, 1921), Luctor (Westermann-kaarten, jaren '60), Dijkstra (Justus Perthes-kaarten, jaren '60, afb. 1) en vrij recent nog door Wolters-Noordhoff (vijf VEB Hermann Haack-kaarten, 1990). Gezien de hoge ontwikkelingskosten en lage oplagen van schoolwandkaarten is het begrijpelijk dat Nederlandse uitgevers soms van eigen producties afzagen en voor licentie-uitgaven kozen. Uitgever Dijkstra (in Zeist) en auteur F. Ferrari (in Paramaribo) probeerden echter ook een voor Nederland unieke vorm van samenwerking uit: een bestaande Nederlandse schoolwandkaart van Suriname opnieuw uit te laten voeren door W. Painke van 'Kartenverlag' Justus Perthes in Darmstadt. Hieronder wordt van deze internationale kaartproductie de Nederlands-Surinaamse inbreng, de Duitse inbreng en de samenwerking beschreven.

1. Die Erde van [H.] Haack en [W.] Painke uitgegeven door Justus Perthes in Darmstadt (zesde editie, [1968], schaal 1:16.000.000, 4 kaartbladen, 125 x 210 cm) met daaronder de licentie-uitgave De aarde van uitgeverij Dijkstra in Zeist uit 1968. Afgezien van de door Kooyman verzorgde Nederlandse beschrifting zijn de twee wandkaarten volkomen identiek.

DE NEDERLANDS-SURINAAMSE INBRENG: DIJKSTRA, FERRARI EN 'LUCHT-KAARTERING'

In april 1950 zat de nog jonge Utrechtse fysisch geograaf en aardrijkskundeleraar Frans Ferrari (1921-1993) wat onwennig op de boot naar Paramaribo. Het in 1947 ingestelde Welvaartsfonds en het nieuwe streven naar een planmatige ontwikkeling van Suriname zouden 'het vergeten Rijksdeel' proberen op te stoten in de vaart der volkeren. Een van de uitvloeisels was de oprichting van de eerste middelbare school van Suriname in Paramaribo in 1950. Een benoeming als aardrijkskundeleraar aan deze school was de reden dat Ferrari emigreerde naar Suriname (afb. 2). Het volkomen ontbreken van bruikbare (school)wandkaarten van Suriname voor het aardrijkskundeonderwijs [4] zal Ferrari danig dwars hebben gezeten. Eind 1953 benaderde hij daarom twee schooluitgevers - de gerenommeerde marktleider Wolters en 'coming star' Dijkstra - met de klacht dat er "hier in Suriname met smart op een schoolkaart wordt gewacht." [5] Wolters was zeker geïnteresseerd in de uitgave van een schoolwandkaart en bleek daarover al in 1949 overleg gevoerd te hebben met het Departement van Onderwijs en Volksontwikkeling in Paramaribo. De ondernemende S.J.P. Dijkstra pakte het echter slimmer aan door persoonlijk naar Paramaribo af te reizen voor een tentoonstelling van leermiddelen van Dijkstra in het onderwijsdepartement en voor persoonlijke gesprekken met Ferrari en de hoofdinspecteur voor het onderwijs, K.R.S. Coleridge. Bovendien bood Dijkstra Ferrari een beduidend hoger honorarium, zodat het contract voor een grote schoolwandkaart van Suriname op de schaal 1:500.000 snel getekend was. Dijkstra had vanaf de jaren '40 in Nederland een formidabel succes met schoolwandkaarten van Bakker en Rusch met economische symbolen [6], en het was dan ook niet verwonderlijk dat hij er in eerste instantie op aandrong dat Ferrari's kaart ook met 'beeldstatistieken' zou worden uitgevoerd. Ferrari en de directeur van het onderwijsdepartement dr. J.H.E. Ferrier (kort daarna in 1955 minister-president van Suriname) wisten hem echter deze 'beeldstatistieken' uit het hoofd te praten: er was in de kustvlakte en rond Paramaribo eenvoudigweg geen plaats voor al die economische symbolen. Ferrari kreeg de vrije hand en kon aan de slag. In mei 1954 zond hij zijn door Coleridge goedgekeurde manuscriptkaart naar de drukker (hoogstwaarschijnlijk J. van Boekhoven in Utrecht) voor de verdere uitwerking. Niet per boot maar per vliegtuig, want er was haast geboden: "De firma Wolters zal na het verbreken van het contact met mij [Ferrari] niet stil blijven zitten." Door gesteggel over de gegarandeerde afname door het onderwijsdepartement zou de wandkaart pas het jaar daarop verschijnen, maar in 1955 was hij daar toch maar: de eerste schoolwandkaart van Suriname (afb. 3).

2. De kersverse aardrijkskundeleraar van Paramaribo, F. Ferrari, poseert in juni 1950 aan zijn nieuwe schrijfbureau in zijn houten huis aan de Gravenstraat. Thermometer, kalender en barometer hangen aan de wand.

Ferrari's wandkaart geeft een overzicht van de stand van de geografische en geologische kennis over Suriname in 1955. Een dergelijke kaart bestond nog niet en het samenstellen ervan was geen eenvoudige zaak aangezien die kennis vanaf 1947 met sprongen was toegenomen. Dit was voor een groot deel te danken aan de nieuwe techniek van luchtkartering. Met gelden uit het Welvaartsfonds maakte KLM Aerocarto in 1947-1948 luchtfoto's van Suriname ten noorden van de vierde breedtegraad, die het Centraal Bureau Luchtkartering (CBL) in Paramaribo vervolgens omwerkte naar topografische kaarten. Van het gedeelte ten zuiden van de vierde breedtegraad werden in 1956-1960 foto's gemaakt, maar hiervan heeft Ferrari uiteraard geen gebruik kunnen maken. Voor Zuid-Suriname moest Ferrari teruggrijpen op de Kaart van Suriname van Bakhuis en De Quant (1930, 1:200.000), die gebaseerd is op de kaart van Cateau van Rosevelt en Van Lansberge uit 1882 en op de resultaten van de wetenschappelijke expedities uit de periode 1900-1926. Weliswaar waren er in 1954 nog maar enkele kaartbladen van de 1:40.000- en 1:100.000-series gepubliceerd maar Ferrari kreeg toestemming van de 'Landsminister van Onderwijs en Volksontwikkeling' om te kunnen beschikken over nog niet gepubliceerde CBL-gegevens. Dit laatste verklaart dat de lopen van rivieren en kreken in Noord-Suriname op Ferrari's kaart vollediger en juister zijn aangegeven dan bij Bakhuis, terwijl voor Zuid-Suriname deze gegevens wel van Bakhuis afkomstig zijn. De gedetailleerde tekening van ritsen (oude strandwallen) in de kustvlakte is eveneens direct afkomstig van luchtfoto's of van de daarop gebaseerde kaartbladen. Ook in de hoogtegegevens is een duidelijke tweedeling waarneembaar. De vrij gedetailleerde 200 m- en 500 m- hoogtelijnen (beter: vormlijnen) in Noord-Suriname zijn van het CBL afkomstig, terwijl de veel grovere vormlijnen in Zuid-Suriname met een flinke dosis fantasie zijn afgeleid uit de schaduwering en hoogtecijfers op de kaart van Bakhuis. Nieuwe en betere hoogtecijfers van de bergtoppen kon het CBL in 1954 echter nog niet leveren: deze zijn op Ferrari's kaart gelijk aan die op de belangrijke Overzichtskaart van Suriname van Spirlet uit 1913 [7]. Ze zijn alle behoorlijk afwijkend van latere hoogtemetingen en hebben het toch nog ruim een halve eeuw lang (ca. 1905 - ca. 1960) op de kaarten van Suriname uitgehouden. Ferrari geeft op zijn kaart door middel van drie kleuren een geologische indeling van een deel van het laagland tot 200 m: klei met ritsen (Demerara-serie), klei en zand (Coropina-serie) en zand (Zanderij-serie). Deze indeling en de gebruikte terminologie zijn geheel in overeenstemming met de Geologische overzichtskaart van Suriname uit 1953 van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst [8]. Ten slotte is de kaart ook wat betreft politieke correctheid bijdetijds: in de jaren '50 werd de term 'bosneger' geleidelijk vervangen door 'boslandcreool' en Ferrari kon de term 'bosnegerdorp' nog juist voor de publicatiedatum laten wijzigen.

Wandkaartcode WIN_DY1F
3. Kaart van Suriname van F. Ferrari (eerste editie, [1955], schaal 1:500.000, 2 kaartbladen, 134 x 107 cm).

Kartografisch gezien laat Ferrari's kaart een paar steken vallen:
-Het ontbreken van reliëfschaduwering maakt de kaart vlak;
-De kleuren van de hoogtezones zijn afwijkend (laagland lichtbruin) en geven Suriname geen groen maar een bruin voorkomen;
-Het gebruik van grondsoortenkleuren en hoogtekleuren naast elkaar op één kaart is verwarrend;
-Rond Paramaribo is de kaart overvol en van een afstand onduidelijk;
-Verwarring kan ook ontstaan doordat zwarte lijnen gebruikt worden voor ritsen, kreken, kleine rivieren, rivierbovenlopen en afscheidingen tussen grondsoorten en hoogtezones;
-De buurlanden zijn wel erg leeg.
Maar de Kaart van Suriname had in 1955 nog geen last van concurrentie en verkocht niet onaardig (383 exemplaren in de eerste vier maanden, waarvan 150 voor het onderwijsdepartement van Suriname). De kaart kreeg goede kritieken in Suriname en in Nederland [9] en het presentexemplaar voor Prins Bernhard "deed goede diensten bij de voorbereiding voor de reis van het Koninklijk Paar naar de West." Van de wandkaart verscheen rond 1960 zelfs al een tweede gewijzigde, zeer kleine oplage (afb. 4) verkregen door opdruk op (afgekeurde?) restanten van de eerste druk, maar dat had een speciale reden. Tijdens het kabinet Emanuels (1958 - 1963) kwamen de betwiste gebieden (de gearceerde gebieden in afb. 3) weer aan de orde. Ferrari's uitgekiende uitgever vond het daarom een goed idee deze twee gebieden op de kaart een Surinaams kleurtje te geven ('land met onbekende hoogte') en de term 'betwist gebied' in de legenda over te drukken. Daarnaast werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele vliegvelden, twee geprojecteerde stuwmeren, gewijzigde districtsgrenzen (alle door zwarte opdruk) en nieuwe en geprojecteerde wegen (door rode opdruk) aan te brengen. Om de contacten warm te houden werden presentexemplaren van de gewijzigde kaart vervolgens aangeboden aan het Minsterie van Onderwijs en aan de Minister van Onderwijs persoonlijk. In 1968 zou blijken dat het onderwijsdepartement de loyale houding van Dijkstra en Ferrari weer compleet vergeten was, maar nu lopen we op de zaken vooruit.

Wandkaartcode WIN_DY2F
4. Kaart van Suriname van F. Ferrari (gewijzigde eerste editie, [ca. 1960], schaal 1:500.000, 2 kaartbladen, 134 x 107 cm). De twee betwiste gebieden hebben door opdruk een kleur gekregen die in de legenda als 'land met onbekende hoogte' wordt aangeduid.

DE DUITSE INBRENG: JUSTUS PERTHES, PAINKE EN 'HAACKSCHE WANDKARTEN'

In maart 1939 zat de nog jonge Berlijnse kartograaf Werner Painke (1920-1988) wat onwennig in de trein naar Gotha voor een sollicitatie bij de 'Geographische Anstalt Justus Perthes', het 'Mekka der Privatkartographie'. Daar aangekomen bij de afdeling kartografie was hij zwaar onder de indruk: "Ich las die Namen unter den Bildern: Stieler, Von Sydow, Petermann, Berghaus, Vogel, Wagner. … Es roch geradezu nach Tradition!" [10] Traditie is inderdaad een kenmerk van dit in 1785 opgerichte en door zeven generaties Perthes geleide 'Kartenverlag' maar daarnaast ook innovatie. Daarvan getuigen Perthes uitgaven als Stielers Hand-Atlas, Spruners Historisch-Geographischer Hand-Atlas, Berghaus' Großer Physikalischer Atlas, Petermanns Geographische Mitteilungen en vele roemruchte schoolatlassen en schoolwandkaarten. In 1838 legde E. von Sydow de kiem voor de lange schoolwandkaartentraditie bij Justus Perthes met sterk gegeneraliseerde, natuurkundige wandkaarten met 'Sydowsche Höhenfarben' (groen laagland, bruin hoogland) [11], die daarna door H. Habenicht gemoderniseerd werden. Het was echter de 'schreibende Kartograph' Hermann Haack (hij was een van de eerste praktizerende kartografen die ook over het vak heeft gepubliceerd) die in 1907 kartografische geschiedenis schreef met zijn Großer Geographischer Wand-Atlas. Door de volgende karakteristieke eigenschappen van zijn natuurkundige wandkaarten bewerkstelligde hij een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde wandkaartenhervorming:
-'Schattenplastik': buitengewoon plastisch werkende reliëfweergave;
-'Farbenplastik': op afstandswerking afgestemde, krachtige, harmonische kleuren van de hoogtezones (verzadigd groen, lichtgroen, okertinten, bruintinten, vurig rood);
-knappe 'wandkartengerechte' generalisering met een goede afstandswerking;
-forse, zwarte omlijsting die de lichtsterkte van de kleuren verhoogt.
De schoolwandkaarten van Haack werden wereldwijd een begrip.

In 1953 ontvluchtten Joachim en Wolf-Jürgen Perthes samen met Painke - sinds 1950 hoofd van de kartografische afdeling - het Oost-Duitse Gotha en bouwden aan de andere kant van het IJzeren Gordijn het bedrijf in een leeg gebouw in Darmstadt weer geheel op. Nog in 1985 luidde dat in Oost-Duits jargon: "Der Besitzer des Verlages kehrte der DDR den Rücken." [12] In Gotha gingen de achterblijvers onder leiding van Haack verder als een 'Volks Eigener Betrieb'. Beide bedrijven concentreerden zich op schoolwandkaarten en bleven trouw aan de bovengenoemde 'Haacksche Grundsätze', zodat er tot 1989 zowel West- als Oost-Duitse 'Haacksche Wandkarten' werden geproduceerd. Painke werkte zelf als tekenaar en redacteur aan het wandkaartenprogramma van Justus Perthes [13], maar de naam van Haack bleef op de wandkaarten vermeld staan: 'Haack - Painke'. Een West-Duitse modernisering was de vervanging van de door Haack onmisbaar geachte schrapjes door schaduwering. De tweede werknemer in Darmstadt (Painke was de eerste) was dan ook een in 'Schummerung' gespecialiseerde kartograaf, G. Pöhlmann. Een groot aantal natuurkundige, staatkundige, thematische en geschiedkundige schoolwandkaarten verscheen onder de vlag van Justus Perthes, en vooral de natuurkundige kaarten gingen in veertien talen de hele wereld over. Slechts in vier gevallen werden speciale landenwandkaarten in samenwerking met de opdrachtgevers ontwikkeld: wandkaarten van Denemarken, Mexico en Nigeria en de nu te bespreken wandkaart van Suriname.

Wandkaartcode WIN_WO1S
5. Suriname met P. Eibergen en F.J. Ormeling als auteurs volgens een fondscatalogus van uitgeverij Wolters (eerste editie, [1958], schaal 1:600.000, 1 kaartblad, 100 x 76 cm).

DE SAMENWERKING: 'HAACK - PAINKE - FERRARI'

Zoals door Ferrari al gevreesd, zou Wolters niet stil blijven zitten. In 1958 verscheen bij deze uitgever een relatief goedkope en kleine schoolwandkaart van Suriname (een kaartblad, schaal 1:600.000) die geheel in hoogtekleuren en schaduwering was uitgevoerd (afb. 5). De kaart bleek succesvol - zeker ook in Nederland - want in 1965 kwam al een tweede editie op de markt. Dijkstra wilde niet achterblijven en stelde Ferrari in april 1967 voor om een tweede editie met alleen hoogtekleuren uit te brengen. Dijkstra had geen 'Cartografisch Instituut' zoals Wolters maar had wel in de jaren '60 goede ervaringen opgedaan met Justus Perthes (afb. 1), zodat deze werd verzocht om Ferrari's ontwerp uit te werken en te drukken. Ferrari wilde graag zijn eerste editie corrigeren en actualiseren. Aangezien het CBL inmiddels beschikte over een berg aan aanvullende gegevens was het nog geen slecht idee van Ferrari om het CBL te verzoeken tegen betaling zijn gewijzigde eerste editie handmatig bij te werken aan de hand van een uitgebreide, door Ferrari opgestelde lijst met wijzigingen. De op deze wijze verkregen kaart en een zeer uitvoerige en gedetailleerde Toelichting bij de veranderingen van Ferrari werd verzonden naar Dijkstra. Die zorgde voor een Duitse vertaling van de toelichting en stuurde het geheel vervolgens naar Darmstadt. Painke stelde de volgende veranderingen voor:
-lijnen eenvoudiger en krachtiger;
-namen groter en beter geplaatst;
-toevoegen districtsnamen;
-wegen zwart;
-geen grondsoorten, alleen hoogtekleuren;
-en de meest ingrijpende verandering: toevoegen 100 m-hoogtelijn, harmonische hoogtekleuren en schaduwering.
Ferrari wilde eigenlijk de grondsoorten behouden ("op school wordt namelijk de kustvlakte met zijn grondsoorten het meest besproken"), maar had op dit punt zowel Dijkstra als Painke tegenover zich. Painke kreeg het groene licht, en het uiteindelijke kaartontwerp na twee correctieronden was - hoe kon het ook anders - een echte 'Haacksche Wandkarte' met een 'Haacksche' reliëfweergave en met de traditionele 'Haacksche' lay-out: in de bovenste zwarte rand de auteursnamen ('Haack - Painke - Ferrari'), titel en uitgever, en in de onderste zwarte rand de schaal en twee legendablokjes (afb. 6). Duits van uiterlijk dus, maar voor een groot deel aan de hand van Nederlands-Surinaamse aanwijzingen en brongegevens. Om de samenwerking nog verder toe te lichten zullen we eerst de indrukwekkende reliëfweergave bespreken en daarna nog enkele andere kaartelementen (de citaten zijn afkomstig uit de brieven van Ferrari aan Dijkstra en Painke).

Wandkaartcode WIN_DY3F
6. Suriname van [H.] Haack, [W.] Painke en [F.] Ferrari (tweede editie, [1969], schaal 1:400.000, 2 kaartbladen, 141 x 125 cm). Als uitgever wordt rechtsboven vermeld: 'Dijkstra's Uitgeverij Zeist N.V.'

Reliëf: "Auf einige Plätze läuft die 200 m-Höhelinie durch die alte 500 m-Linie."

De door Painke toegevoegde reliëfschaduwering in combinatie met de nieuwe hoogtekleuren maken veel duidelijk over het landschap van Suriname en brengen de kaart tot leven. Voor de 500 m- en 1000 m-hoogtelijnen en de hoogtecijfers van bergtoppen kon Painke gebruik maken van de pas verschenen topografische kaart 1:500.000 van het CBL (tweede druk, 1966-1968). De 100 m- en 200 m-hoogtelijnen ontbreken daar echter op en zijn uit de kaart 1:200.000 (1958-1966) afgeleid. Dit laatste bleek nog een "sehr schwierige Arbeit" te zijn, aangezien de 1:200.000-kaart éénkleurig, overvol en veel te weinig gegeneraliseerd is. [14] Door de nieuwe hoogtegegevens van het CBL verschrompelde de op de eerste editie van Ferrari nog duidelijk zichtbare gebieden hoger dan 1000 m tot enkele kleine, nauwelijks opvallende vlekjes op de tweede editie. Het laagland tot 200 m (groentinten op de tweede editie) gaat echter lang niet meer zo ver het binnenland in vergeleken met de eerste editie (lichtbruin) en ook vergeleken met de wandkaart van Wolters (hoogtevoorstelling vergelijkbaar met Ferrari's eerste editie). Niet alleen de hoogtevoorstelling was een tijdrovende klus, ook de voorstelling van de terreinvormen door schaduwering bleek een lastige en arbeidsintensieve taak. Aangezien Pöhlmann niet genoemd wordt als verantwoordelijke voor de schaduwering (zoals op afb. 1) is het mogelijk dat Painke eigenhandig de 'Schummerung' heeft aangebracht. Aan de hand van hoogtelijnen en de loop van rivieren en talloze kreken (de laatste doorgaans niet op de tweede editie weergegeven) in de CBL-kaarten bleek het mogelijk een plastisch beeld van Suriname te 'boetseren'. Terugvallen op oudere kaarten was niet mogelijk aangezien volgens Painke "die bisher existierende Karten mit Geländezeichnung wirklich miserabel sind." Dat had wat diplomatieker uitgedrukt kunnen worden, maar een kern van waarheid zit er wel in (afb. 7). Voor de uitvoering van de schaduwering vraagt Painke aan Ferrari om morfologische gegevens van Suriname. Dat is een kolfje naar de hand van fysisch geograaf Ferrari, en hij stuurt Painke dan ook zijn verhandeling over erosiebases, rivieronthoofding, zandsteencomplexen, plateau- en breukgebergten, etc. Painke bedankt Ferrari voor de gegevens "in denen einige sehr wichtige Hinweise für uns enthalten sind." Hij doelt dan hoogstwaarschijnlijk op de karakterisering van het Surinaamse bergland als een "rijp tot zelfs oud landschap" en van het Wilhelminagebergte als een "jong landschap". In de kaart komt dit inderdaad tot uiting (afb. 8). De schaduwering in de drie buurlanden is deels bepaald door het van de CBL-kaart 1:1.000.000 (1968) afkomstige rivierstelsel. Vooral in Brazilië is merkbaar dat de schaduwering grof en vlak is door onvoldoende gegevens. Slechts één reliëfvorm komt er op de tweede editie maar bekaaid af: de geringe maar voor de bevolking belangrijke, langgerekte terreinverhogingen in de kustvlakte - ritsen genaamd - zijn niet goed zichtbaar aangegeven (afb. 9).

7. Weergave van het Lelygebergte op kaarten van Suriname met schaduwering; a: Bakhuis en De Quant (1930, 1:200.000), b: Dahlberg (1975-versie, maar identiek aan 1960-versie, 1:1.000.000), c: Eibergen en Ormeling (uitgave Wolters, tweede editie, 1965, 1:600.000), d: Painke en Ferrari (uitgave Dijkstra, tweede editie, 1969, 1:400.000).

Hydrografie: "Van het kanaal Johanna Margaretha heeft niemand in jaren gehoord en het is volkomen dichtgeslibd en dichtgegroeid."

Aan het beperkte aantal kanalen zijn op de tweede editie enkele geprojecteerde kanalen in het district Nickerie toegevoegd. Ook het rivierstelsel is wat uitgebreider, geheel in blauw en veel beter leesbaar (afb. 9), zodat nu bijvoorbeeld goed waarneembaar is dat de kleinere rivieren alle bij de kust naar het westen ombuigen. Een misser op Ferrari's kaart die op de tweede editie niet is verholpen, is het ontbreken van moerassymbolen voor de uitgestrekte 'zwampen'. De weergave van de stroomversnellingen (soela's) is op de tweede editie completer en nauwkeuriger, en natuurlijk is het in 1965 gereedgekomen, nieuwe stuwmeer prominent aanwezig: "Der Prof. Dr. Ir. W.J. van Blommesteinmeer soll ganz blau gemacht werden. Drinnen fallt alles weg."

8. Weergave op de tweede editie van Painke en Ferrari (1969) van het jonge landschap van het Wilhelminagebergte (boven, schaduwering geeft een 'ruw' beeld) en het oude landschap van het Eilerts de Haangebergte (onder, schaduwering geeft een relatief vlak beeld).

Grenzen: "Es ist äußerst wichtig daß die sogenannte umstrittene Gebiete ganz gleich markiert werden wie der Rest von Surinam."

De landsgrens tussen Suriname en Brazilië wordt bepaald door een waterscheiding en kon door drie grensexpedities (1935-1938) zonder complicaties vastgesteld worden. Ook de districtsgrenzen worden voor een groot deel door waterscheidingen bepaald en geven alleen aanleiding tot onzekerheid - zoals op de eerste editie - als deze waterscheidingen nog niet goed in kaart zijn gebracht. De grenzen met (Brits) Guyana en Frans Guyana worden echter bepaald door respectievelijk de rivieren Corantijn en Marowijne, en dat is vragen om 'betwiste gebieden' (afb. 3) als de buurlanden het niet eens kunnen worden over ligging van de bovenlopen van deze rivieren. Opmerkelijk is dat de Nederlandse regering in de jaren '30 in ontwerpverdragen met Groot-Brittannië (1931) en Frankrijk (1939) deze betwiste gebieden in feite opgeeft. [15] Maar aangezien deze verdragen nooit ondertekend zijn, is het correct dat Ferrari ze op de eerste editie nog steeds als betwist kenmerkt. In de jaren '60 sloeg de stemming in Suriname echter om: riviernamen werden bij resolutie veranderd, grensbewaking werd ingesteld en semi-militaire posten werden opgericht. Het is dan ook begrijpelijk dat op de tweede editie de 'umstrittene Gebiete' kartografisch verantwoord bij Suriname zijn gevoegd.

9. Monding van de Commewijne Rivier in de Suriname Rivier (boven: eerste editie van Ferrari, onder: tweede editie van Painke en Ferrari). De ritsen zijn met zwart aangegeven in het bovenste fragment en met lichtbruin in het onderste fragment.

Beschrifting: "Namen der Flüsse geben ein Holzeindruck." [steenkolenduits voor 'houterige indruk']

Ferrari was terecht niet te spreken over de plaatsing van de beschrifting op de eerste editie. Riviernamen volgen de lijn van de rivier niet, en "De plaatsnamen om de benedenloop van de Commewijne zijn bijzonder slecht aangebracht." De beschrifting in de omgeving van de Commewijne kan als een kartografische proeve van bekwaamheid dienen, en de tweede editie slaagt hier glansrijk (afb. 9). Dankzij de iets grotere schaal maar vooral dankzij de kartografische ervaring bij Justus Perthes is de beschrifting zelfs in dit overvolle gebied eenduidig en goed leesbaar.

DE LAATSTE RESTEN TROPISCH NEDERLAND

De combinatie van de ondernemingsgeest van Dijkstra, de kennis en nauwgezetheid van Ferrari, de schat aan gegevens van het CBL en de rijke kartografische ervaring van Painke en Justus Perthes leverden een fraai ogende wandkaart op, die op een nauwkeurige en plastische wijze het sterk veranderende en naar onafhankelijkheid toewerkende Suriname van 1969 weergeeft. Deze samenwerking van de Nederlandse en Duitse schoolkartografie was uniek, verliep ondanks enkele taalproblemen soepel en had wel vaker toegepast kunnen worden door Nederlandse uitgevers zonder 'Cartografisch Instituut'. Ferrari had wellicht meer tegengas kunnen geven aan de 'Haacksche' kartografie wat betreft grondsoorten en ritsen, waardoor de economisch belangrijke kustvlakte er minder leeg uit had gezien. Maar als natuurkundige wandkaart is de 'zweite ganz revidierte Druck' bijna niet te overtreffen. Een digitaal terreinmodel zou eraan te pas moeten komen om de reliëfweergave naar de kroon te steken.

Ondanks zijn kwaliteiten verkocht de tweede editie beduidend minder dan de eerste editie. Maar dit keer was er dan ook geduchte concurrentie. In hetzelfde jaar (1969) verscheen namelijk zowel de goed bekend staande en goedkopere derde editie van Wolters-Noordhoff als de grote schoolwandkaart van uitgever Kersten in Paramaribo (schaal 1:400.000). Pijnlijk voor Ferrari en Dijkstra was dat laatstgenoemde kaart tot stand was gekomen in opdracht van het onderwijsdepartement. "De meer dan loyale houding die altijd ten opzichte van het Departement van Onderwijs was aangenomen" door Ferrari en Dijkstra speelde in 1968 geen rol meer. Met het eind jaren '60 opkomende nationalisme in Suriname is het begrijpelijk dat het onderwijsdepartement koos voor een Surinaamse uitgever (en een Surinaamse auteur, want volgens Ferrari was geograaf Dahlberg de maker), maar het "heeft mij [Ferrari] diep teleurgesteld". Ook door kwesties met een nieuwe lichting "provo-leraren" verslechterde voor Ferrari de werksfeer in Paramaribo. In zijn boek De laatste resten tropisch Nederland doet Willem Frederik Hermans daar kort verslag van na een bezoek dat de schrijver bracht aan het gezin Ferrari in januari 1969: "Ferrari is het zwarte schaap van de Surinaamse onderwijswereld." [16] Tel daarbij gezondheidsklachten op en het wordt navoelbaar dat de voormalige "Suriname-fan" naar Nederland terugverlangde. Als bakra heeft hij het toch nog negentien jaar volgehouden. In februari 1969 zat de niet meer zo jonge en medisch afgekeurde Ferrari weer op de boot naar Nederland om daar stil te gaan leven op het platteland. Zijn naam zou slechts nog een paar keer opduiken in encyclopedieën als auteur van het lemma 'Suriname'. Zelfs in een tijdschrift voor aardrijkskundeleraren wordt zijn naam niet meer genoemd in artikelen over schoolwandkaarten van Suriname. [17] Hoe onterecht.


Noten

De auteur is de heer L. Ferrari, zoon van F. Ferrari, erkentelijk voor inzage in de brieven tussen Ferrari en de uitgevers Wolters, Dijkstra en Justus Perthes en voor de uitlening van documenten (afbeeldingen 2 en 4).

1. Jacobs, H.J. (1916), Suriname: Aardrijkskundig leesboek. Groningen: Wolters. Citaat in voorbericht.
2. Bosse, H., Hermann Haack: Ein Gedenken zum 100. Geburtstag. In: Kartographische Nachrichten 22 (1972), blz. 175.
3. Brink, L.E.S. en Holl, L.M.A. (2010), De wereld aan de wand: De geschiedenis van de Nederlandse schoolwandkaarten. Zwolle: Waanders. Zie blz. 16-18.
4. Brink 2010, blz. 53-54.
5. Veel informatie over Ferrari, in dit artikel soms in de vorm van citaten weergegeven, is afkomstig uit de hierboven genoemde brieven.
6. Brink 2010, blz. 160-165.
7. Koeman, C. (1973), Bibliography of printed maps of Suriname 1671-1971. Amsterdam: Theatrum Orbis Terrarum. Zie blz. 49.
8. Schols, H. en Cohen, A., De ontwikkeling van de geologische kaart van Suriname. In: Mededelingen van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst van Suriname (1953), nr. 7.
9. Bredemeijer, A.F.H., Kaart van Suriname. In: Geografisch Tijdschrift 9 (1956), blz. 131-132.
10. Painke, W. (1985), 200 Jahre Justus Perthes: Geographische Verlagsanstalt Gotha - Darmstadt. Darmstadt: Justus Perthes. Citaat blz. 5.
11. Brink 2010, blz. 18.
12. Suchy, G. (1985), Gothaer Geographen und Kartographen: Beiträge zur Geschichte der Geographie und Kartographie. Gotha: VEB Hermann Haack. Citaat blz. 19.
13. Ormeling sr., F.J., Justus Perthes: Europa's oudste kartografische uitgeverij. In: Kartografisch Tijdschrift 18 (1992), 4, blz. 38.
14. Koeman, C., De kartografie van Suriname. In: Kartografisch Tijdschrift 5 (1979), 4, blz. 19.
15. Wekker, J.B.Ch. (1984), Onze landsgrenzen: Een historische en cartografische documentatie. Paramaribo: Vaco. Zie blz. 50-71.
16. Hermans, W.F. (1969), De laatste resten tropisch Nederland. Amsterdam: De Bezige Bij. Citaat blz. 26 van de vijfde druk.
17. Zie Geografie 12 (2003), jan., 12-13 (reactie 12 (2003), april) en 16 (2007), okt., 30-33.


Summary

The second edition of Ferrari's wall map of Suriname: A unique example of Dutch-German cooperation in the field of educational cartography.

German educational cartography influenced the design of Dutch school atlases and school wall maps in many ways. Still, the second edition (1969) of Ferrari's wall map of Suriname (1955) presents a unique example of actual cooperation between Dutch and German educational cartography. W. Painke, of the post World War II West German cartographic publishing house Justus Perthes, redesigned the first edition of geography teacher F. Ferrari's school wall map published by Dijkstra, using directions and sources compiled by Ferrari. An important role was played by the National Mapping Agency of Suriname in Paramaribo, as supplier of up-to-date cartographic data. The cooperation resulted in a much improved physical wall map on which Suriname is clearly, accurately and vividly represented. As could be expected considering the longstanding tradition of the acclaimed Haack-Painke physical wall maps, the relief is depicted with a plasticity unrivalled in maps of Suriname.


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand