gepubliceerd in: De Boekenwereld, 32 (2016), nr. 1, p. 72-77
tevens verschenen in Haerlem Jaarboek 2016 (2017), p. 148-168


Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

XXVI
Een boekillustrator waagt zich op cartografisch terrein:
De Schoolkaart van Haarlem van Jan Wiegman


door Lowie Brink

"Illustratie is nog steeds een ondergeschoven kindje in de kunst." Deze verzuchting werd vorig jaar in het tweede nummer van De Boekenwereld geslaakt. Honderd jaar geleden zal het niet beter geweest zijn. Iemand die daarover had kunnen meepraten was Jan Wiegman (1884-1963). Deze boekillustrator en tekenaar heeft zijn hele leven in de schaduw gestaan van zijn twee broers, Piet en Matthieu Wiegman, beiden bekende, koninklijk onderscheiden beeldend kunstenaars, en beiden lid van de Bergense School. Dit artikel geeft nog een extra reden om het werk van 'de derde Wiegman' niet uit te vlakken.

1. Tekening van Jan Wiegman in het programmaboekje van een 'artistenfeest' ter viering van het 111-jarig bestaan van Kunst Zij Ons Doel.

IN DEZEN TIJD VAN GROOTE MALAISE

Haarlem en Heemstede, daar zal het nu volgende zich grotendeels afspelen. En wel in de jaren '30, de crisisjaren. Uit de kronieken in de jaarboeken van de Vereniging 'Haerlem' komt een somber beeld van deze jaren naar voren: er waren 'werkloozen-relletjes', 'huurstakingen', 'ongeregeldheden veroorzaakt door communisten' en 'uitdeelingen aan behoeftigen', en ook de 'oprichting van een afdeeling Haarlem der N.S.B.' hield de gemoederen bezig. De gemeenteraad van Haarlem besloot tot verlaging van de 'salarissen der gemeente-ambtenaren', 'opheffing van verschillende openbare lagere scholen' en 'bevriezing van de scholenbouw'. De tegendraadse leden van het Haarlemse tekencollege Kunst Zij Ons Doel waren echter niet van plan bij de pakken neer te zitten. Zelfs het 111-jarige bestaan ('drie jolige eendjes') van KZOD was aanleiding voor een 'artistenfeest' op 29 april 1933. Natuurlijk was ook bestuurslid en 'commissaris van de kunstbeschouwingen' Jan Wiegman van de partij. Een van de feestonderdelen was een kunstveiling, die door "het enthousiasme en de stalen stembanden" van veilingmeester Wiegman een groot succes werd. [1] Een tekening van Wiegman getiteld Wij hebben maling aan de malaise in het programmaboekje (zie afbeelding 1) was tekenend voor de stemming onder de feestgangers. [2] Wiegman zou niet lang daarna (1934 of 1935) een zeer grote, tweebladige, handgekleurde en met art deco stijlelementen uitgevoerde Schoolkaart van Haarlem vervaardigen en (laten) uitgeven (zie afbeelding 2). Met deze bijzondere en dure uitgave vlak voor het dieptepunt van de economische crisis liet hij zien nog steeds maling te hebben aan de malaise.

Wandkaartcode HAA_SN_W
2. Schoolkaart van Haarlem van Jan Wiegman ([1934 of 1935], schaal 1:4.000, 2 bladen, 203 x 140 cm, handgekleurd).

EEN MYSTERIE

De Schoolkaart van Haarlem van Wiegman heeft ons een lange tijd voor raadsels gesteld. Wie vormde de doelgroep, en hoeveel exemplaren zijn ervan vervaardigd? Er wordt geen uitgever, drukker en jaar van uitgave vermeld, en de wel genoemde auteur is geen onderwijsman of cartograaf maar een boekillustrator. Er lijkt geen snipper informatie over deze kaart te bestaan (Noord-Hollands Archief, Het Haarlemsche Schoolblad, Delpher, Google, etc.), en hij ontbreekt in elke openbare collectie. Ook in de Bibliografie en foto-overzicht van de Nederlandse schoolwandkaarten (1801-1975) zal men er -spijtig genoeg- tevergeefs naar zoeken. [3] Hieronder zetten we onze zoektocht naar de achtergronden van deze wandkaart uiteen. We beginnen met het enige aanknopingspunt dat de kaart ons in de rechter benedenhoek geeft: 'Jan Wiegman'.

3. Jan Wiegman op twee tijdstippen in zijn leven. Foto's uit de De Katholieke Illustratie (1919) en Haerlem Jaarboek 1963 (1964).

DE DERDE WIEGMAN

Er zijn aanzetten gemaakt voor een voorlopige bibliografie van het veelomvattende werk van Jan Wiegman, maar een biografie ontbreekt nog. Gelukkig is er wel een uitgebreide weblog op het internet te vinden getiteld Jan Wiegman, tekenaar en boekillustrator van Wiegman-kenner en voormalig directeur van de Openbare Bibliotheek in Heemstede, Hans Krol. [4] Veel van onderstaande informatie over Wiegman is daaraan ontleend. Johannes Petrus Antonius Wiegman (Zwolle 1884 - Heemstede 1963) gaf al op jonge leeftijd blijk van tekentalent. [5] Hij kwam in de leer bij boekhandel-uitgeverij Stumpel in Hoorn en vervolgens van 1901 tot 1911 bij de bekende kunsthandel Frans Buffa en Zonen in Amsterdam, zodat hij al op jonge leeftijd vertrouwd raakte met boekverzorging en in contact kwam met kunstenaars. Zijn besluit om als beroepstekenaar door het leven te gaan zal rond 1910 gevallen zijn, na al in 1909 zijn eerste boek te hebben geÔllustreerd. Wiegman ontving in Amsterdam enkele lessen van boekillustrator Tjeerd Bottema, maar hij was toch vooral een autodidact. In 1916 vestigde hij zich in Heemstede, waar hij tot zijn dood in 1963 bleef wonen.

Wiegman was een beleefd, vriendelijk en bescheiden mens voor wie tekenen een levensbeginsel was. Hij zocht de publiciteit niet op en exposeerde weinig, en bleef daarom als boekillustrator tijdens zijn leven vrij anoniem. Vooral in de periode 1915-1933 was hij ongelooflijk productief en kreeg soms meer opdrachten voor boekillustraties dan hij aankon. Een specialiteit van Wiegman was het tekenen van silhouetten, een destijds populaire illustratievorm: "Ondanks de beperkingen van de silhouetstijl wist Jan Wiegman zijn sierlijke figuren een zekere individualiteit te geven en de scŤnes met humor te schetsen." [6] Een ernstig ongeval in augustus 1933 belette hem bijna een jaar om te werken, waarop zijn kunstbroeders van Kunst Zij Ons Doel een steunverloting organiseerden ten bate van de familie Wiegman. [7] Door de economische crisis en de Tweede Wereldoorlog zou zijn productie vanaf 1934 op een veel lager niveau komen te liggen dan dat in Wiegmans 'Roaring Twenties'.

4. Reclamekaartje van Jan Wiegman in de bloemententoonstellingscatalogus Flora 1953, Amsterdam, 1953, p. 176.

Door de bekendheid van zijn illustraties in boeken, kranten en tijdschriften wordt vaak over het hoofd gezien dat Wiegman ook op andere terreinen werkzaam was: het maken van portretten, aquarellen en schimmenspelen (Haarlem was immers het 'Mekka der schimmenschuivers'), het ontwerpen van affiches, reclamedrukwerk en vaandels en het vervalsen van paspoorten (alleen in de Tweede Wereldoorlog). Tot voor kort was cartografisch werk van Wiegman niet bekend. Het dichtst in de buurt komt een reclamekaartje van de wijde omgeving van Heemstede in opdracht van de gemeente Heemstede, en gepubliceerd in de bloemententoonstellingscatalogus Flora 1953 (zie afbeelding 4). De twee aan dit kaartje toegevoegde pentekeningen zijn duidelijk van dezelfde hand als de zeventien aan de Schoolkaart van Haarlem toegevoegde pentekeningen (zie afbeelding 5). De pentekeningen verlevendigen het kaartbeeld - vergelijkbaar met het effect van illustraties in een boek - en geven in de schoolkaart duidelijke herkenningspunten. Voor vier dicht bij of aan de Grote Markt gelegen herkenningspunten was in de kaart zelf geen plaats meer, en deze zijn daarom rechtsboven onder de kompasroos afgebeeld (standbeeld Laurens Coster, Hoofdwacht, Waaggebouw, Bisschoppelijk Museum). Vooral deze vier wat groter uitgevoerde pentekeningen verraden een vaardige tekenhand.

Wandkaartcode HAA_SN_W
5. Fragment (binnenstad) van de Schoolkaart van Haarlem van Jan Wiegman. Lagere scholen zijn aangegeven met een grondvlaksymbool, een nummer en een straatnaam.

We weten nu wat meer over de maker van de Schoolkaart van Haarlem, maar hebben eigenlijk nog steeds geen oplossingen voor de eerder genoemde raadsels rond deze kaart. Een andere schoolwandkaart van Jan Wiegman getiteld Economische kaart van Nederland levert een doorbraak in onze zoektocht op.

DAJAKPRIESTERS EN INDISCHE POLITIEK

Het kan niet anders of Wiegman heeft ook de Economische kaart van Nederland in zijn geheel getekend (zie afbeelding 6). Het handschrift van de teksten op deze kaart is namelijk gelijk aan dat van de Schoolkaart van Haarlem. Ook het feit dat veel kaartsymbolen op deze kaart als silhouetsymbolen (zijaanzichtsymbolen) zijn uitgevoerd, is Wiegmanniaans. Maar dit keer is Wiegman de tweede auteur en ene 'J. Hoek, Drs in de sociale geographie' de eerste auteur. Jan Hoek (1898-1981) was lange tijd (ca. 1928-1970) aardrijkskundeleraar aan het Triniteitslyceum, de eerste katholieke middelbare school in Haarlem, en was daarnaast actief op diverse onderwijsterreinen. [8] Uit zijn proefschrift uit 1949 over Dajakpriesters blijkt dat hij meer aandacht wilde voor sociaal-economische aardrijkskunde op middelbare scholen. [9] Dit maakt het aannemelijk dat de Economische kaart van Nederland is ontworpen door Hoek om zijn ideeŽn in de praktijk te brengen. Het ontwerp is vervolgens getekend door Wiegman. Er zijn echter geen redenen om aan te nemen dat Hoek betrokken is geweest bij de Schoolkaart van Haarlem.

Wandkaartcode NED_PT_E
6. Economische kaart van Nederland van J. Hoek en Jan Wiegman uitgegeven door de Maatschappij voor Physische Techniek in Heemstede ([1938 of 1939], schaal niet vermeld, 2 bladen, 141 x 115 cm, ozaliddruk).

Maar de Economische kaart van Nederland levert ons in de rechter benedenhoek nog een tweede aanwijzing op, namelijk de naam van de uitgever: 'N.V. Mij voor Physische Techniek, Heemstede'. Een bijzonder vreemde naam voor een uitgever van een schoolwandkaart, zeker als we in het 'Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Haarlem' lezen dat het doel van de Maatschappij is: "het exploiteeren en controleeren van physisch-technische en physisch-medische installatiŽn en instrumenten". [10] Directeur van de Maatschappij was Willem Lodewijk Wolff (1891-19??). Gezien zijn loopbaan moet hij een markante en ondernemende persoonlijkheid geweest zijn: vanaf ca. 1920 leraar wis-, natuur- en scheikunde, richt in 1923 genoemde Maatschappij op in Amsterdam, 1924 gepromoveerd in Bonn, 1927 leraar in Bandoeng, vanaf ca. 1928 in Java actief voor de 'Vaderlandsche Club', een conservatieve 'Europeesche' politieke partij, schopt het in 1931 tot lid van de Volksraad maar wordt als gevolg van een financieel schandaal in 1934 door dezelfde 'Vaderlandsche Club' geroyeerd, en repatrieert vervolgens naar Nederland. Dr. Wolff, 'oud-leeraar bij het middelbaar onderwijs', en in zijn kielzog de 'Maatschappij voor Physische Techniek' vestigen zich in 1935 in Heemstede. Van enige betrokkenheid van Wolff bij de in 1934 of 1935 verschenen Schoolkaart van Haarlem lijkt geen sprake. Hij had in die jaren wel andere zaken aan zijn hoofd. We lijken met onze zoektocht weer op een dood spoor beland, maar nadere bestudering van bovengenoemd handelsregister laat zien dat de Maatschappij tussen maart 1938 en juli 1939 nog een 'mededirecteur' had: H.J. Pistorius, vanaf 1934 eigenaar van een boek- en kunsthandel in Heemstede. Kunst, Heemstede, 1934: we komen in de buurt.

DIT NIEUWE CHEMISCHE WONDER

'Mededirecteur' Hendrik Jan Pistorius (1890-1954) was minstens zo ondernemend als collega Wolff. Rond 1918 startte hij een boekhandel-uitgeverij in Aalsmeer en had tot 1930 een filiaal in Utrecht. In oktober 1934 opende hij een boek- en kunsthandel op het adres Binnenweg 91 in Heemstede, was actief in de winkeliersvereniging en exploiteerde de plaatselijke V.V.V.-kiosk. In 1938 verkocht 'deze actieve boekverkooper' de winkel in Aalsmeer en in 1937 de winkel in Heemstede, maar hij bleef nog tot ca. 1939 op de Binnenweg werken. Interessant voor onze zoektocht is dat Pistorius in Heemstede naast de handel in boeken en kunst ook een 'lichtdrukinrichting' voerde, een soort kopieershop avant-la-lettre: "Blauwdrukken, Ozaliddrukken, enz. zullen dus voortaan ook te Heemstede vervaardigd kunnen worden." [11] Een blauwdruk (cyanotypie) levert bij het kopiŽren witte vormen op een blauwe achtergrond op. Een ozaliddruk (diazotypie) geeft meestal donkerbruine vormen op een witte achtergrond, en "dit nieuwe chemische wonder" heeft vanaf ca. 1925 "de markt stormenderhand veroverd". [12]

Gewapend met deze kennis valt opeens van alles op zijn plaats: De Economische kaart van Nederland is duidelijk een ozaliddruk, Pistorius is de uitgever ťn de drukker (beter: kopieerder) ervan, en heeft de Maatschappij van Wolff als juridisch vehikel mogen gebruiken, het jaar van uitgave is 1938 of 1939 en Pistorius en Wiegman hebben voor de productie van deze kaart nauw samengewerkt. Zo zal Wiegman op twee bladen transparant papier getekend hebben om ozaliddruk op twee bladen ozalidpapier mogelijk te maken. Die bundeling van krachten was trouwens al eerder gestart. In 1935 toont Wiegman in het achterzaaltje van Pistorius' boekhandel "op zeer smaakvolle wijze originele silhouetten". [13] En ook in 1938 exposeert Wiegman "in de Boek- en Kunsthandel Pistorius enkele getekende portretten, waarmee hij het bewijs levert in deze richting over grote vaardigheid te beschikken." [14] Waarschijnlijk hebben Wiegman en Pistorius al snel na de winkelopening in oktober 1934 kennis gemaakt, en is de samenwerking daarna begonnen. Een en ander leidt ons tot de volgende conclusie. Aangezien de Economische kaart van Nederland (1938-1939) een zelf geproduceerde uitgave is van Pistorius (met hulp van Wiegman), is het aannemelijk dat de Schoolkaart van Haarlem (1934-1935) ook een zelf geproduceerde uitgave is, maar dit keer van Wiegman (mogelijk met hulp van Pistorius, die bijvoorbeeld het gebruikte, voor vlakdruk en handkleuring geschikte Monopol-papier geleverd kan hebben). We kunnen door naar het volgende raadsel: voor wie was de Schoolkaart van Haarlem bedoeld?

OPENBAAR, BIJZONDER EN BIJZONDER-NEUTRAAL

Opvallend aan de kaartinhoud van de Schoolkaart van Haarlem is de vermelding van 79 lagere scholen, elk aangegeven met een grondvlaksymbool (bovenaanzichtsymbool), een nummer en een straatnaam (zie het fragment van de binnenstad met schoolnummers 1, 3, 4, 11, 19, 55, 57, 60, 73, 75, 80, 81 en 84). De Schoolkaart van Haarlem kan daarom opgevat worden als een thematische kaart met als onderwerp de scholen in Haarlem (bijvoorbeeld vervaardigd in opdracht van de gemeente Haarlem), maar een wandkaart voor gebruik in het onderwijs op de Haarlemse scholen ligt meer voor de hand. De volgende vier overwegingen bevestigen deze laatste hypothese:
-Wiegmans vader was hoofdonderwijzer, zijn vrouw was voordat zij trouwde onderwijzeres en Wiegman zelf zat in Heemsteedse onderwijscommissies. Betrokkenheid met het lager onderwijs zat dus in Wiegmans bloed, en maakt het aannemelijk dat Wiegman het initiatief nam om de lagere scholen in Haarlem te voorzien van een schoolwandkaart voor het aardrijkskundeonderwijs. Deze betrokkenheid ondersteunt verder de hierboven genoemde conclusie dat de wandkaart een zelf geproduceerde uitgave is.
-De wandkaart is van een groot formaat en toch sterk gegeneraliseerd oftewel vereenvoudigd. Zo is bijvoorbeeld een groot aantal kleinere, niet ter zake doende straten weggelaten. De kaart krijgt hierdoor afstandswerking, wat de meest typerende eigenschap is van een schoolwandkaart.
-Het is onwaarschijnlijk dat de kaart voor de gemeente Haarlem is vervaardigd aangezien Wiegman hetzelfde kaartsymbool gebruikt voor openbare (gemeentelijke) en bijzondere lagere scholen en geen ontworpen scholen vermeldt in de met roze aangegeven uitbreidingsplannen.
-Van een van de kaartexemplaren is bekend dat deze in een school heeft gediend, en op dit exemplaar staat een met de hand geschreven aanvulling in het uitbreidingsplan Sinnevelt in Haarlem-Noord: 'FŁhrhopschool' (zie afbeelding 7). De Burgemeester FŁhrhopschool is begin jaren '40 gebouwd en de voortzetting van een vlakbij gelegen, in de jaren '20 gebouwde school aan de Overtonstraat (school 34 en 35 bij Wiegman). Hoogstwaarschijnlijk is de kaart in de jaren '30 aangeschaft, en heeft een onderwijzer na de verhuizing de nieuwe school op de kaart gezet.

Wandkaartcode HAA_SN_W
7. Fragment (uitbreidingsplan Sinnevelt in Haarlem-Noord) van de Schoolkaart van Haarlem van Jan Wiegman. De ligging van de nieuwe FŁhrhopschool is met de hand aangebracht.

Rond 1900 was men het er over eens dat het onderwijs in de aardrijkskunde moest beginnen met het bekende, en dus werden achtereenvolgens behandeld: een plattegrond van de klas, van het schoolterrein en van de omgeving van de school. Vervolgens kwam de plattegrond van het dorp of de stad aan de beurt, en hierover zegt R. Bos, een schoolhoofd in Groningen die een handleiding over 'aanvankelijk aardrijkskundig onderwijs' schreef: "Met het oog op de eischen van duidelijkheid, soberheid en correctheid zijn de gedrukte kaarten, die in de steden van gemeentewegen veelal verstrekt worden, soms totaal ongeschikt, zoodat er voor den onderwijzer niets anders overblijft dan zelf eene doelmatige kaart te ontwerpen [op het bord of op papier]." [15] Gedrukte schoolwandkaarten van dorpen of steden zijn vrijwel niet uitgegeven om de eenvoudige reden dat door het geringe aantal afnemers (een kaart per school) dergelijke uitgaven financieel niet haalbaar waren. In Amsterdam met zijn vele scholen is in 1926 een Schoolkaart van Amsterdam uitgegeven door de Stadsdrukkerij, een gemeentelijk bedrijf (zie afbeelding 8). Deze duidelijke wandkaart met een goede afstandswerking vertoont overeenkomsten met de Schoolkaart van Haarlem, en is wellicht een inspiratiebron geweest voor Wiegman. En verder heeft alleen Haarlem een schoolwandkaart dankzij een eigenzinnige boekillustrator die blijkbaar geen boodschap had aan zaken als financiŽle haalbaarheid.

Wandkaartcode AMS_SD
8. Schoolkaart van Amsterdam van H.A. Almoes en J.C.M. v. Waaijen uitgegeven door de Stadsdrukkerij in Amsterdam ([1926], schaal 1:5.000, 2 bladen, 140 x 171 cm, kleurendruk, Kaartenverzameling Bibliotheek Vrije Universiteit, Amsterdam).

Door bevolkingsgroei, invoering van de leerplicht in 1900 en de uitbreiding van het grondgebied door annexatie in 1927 was het aantal lagere scholen in Haarlem sterk toegenomen van 22 in 1851 tot ca. 75 in de jaren 1930. Ze konden worden onderverdeeld in openbaar, bijzonder (protestants-christelijk en katholiek) en bijzonder-neutraal (bijvoorbeeld de Montessorischool). Wiegman vermeldt op de kaart 79 lagere scholen (genummerd: 1-53 openbaar, 54-69 protestants-christelijk en bijzonder-neutraal, 70-93 katholiek) en heeft de gegevens nauwkeurig overgenomen van een door de gemeente opgestelde lijst van 1 september 1932. [16] Vooral in het begin van de jaren '30 werden er diverse openbare lagere scholen opgeheven of samengevoegd, zodat de lijst van openbare scholen (1-53) bij de gemeente en dus ook bij Wiegman diverse lege plekken vertoont. De nummers 1-53 werden ook door de gemeente gehanteerd aangezien openbare scholen als naam een nummer hebben. De andere scholen hebben een gewone naam (bijvoorbeeld 'Nassauschool') en kregen van Wiegman een nummer (54-93) toegekend dat alleen op de Schoolkaart van Haarlem voorkomt. Mogelijk werd er bij de wandkaart een verklaring van de schoolnummers geleverd. Uit enkele actualiseringen van Wiegman van de gemeentelijke lijst uit 1932 kan het meest aannemelijke uitgavejaar van de Schoolkaart van Haarlem vastgesteld worden op 1934 of 1935. De schoolgegevens kon Wiegman dus eenvoudig bij de gemeente opvragen. Maar waar moest hij terecht voor de rest van de kaartinhoud?

9. Haarlem-Noord; boven: fragment van Kaart van Haarlem en omgeving uitgegeven door G. Eikelenboom in Bloemendaal (1932, schaal 1:10.000, 2 bladen elk 58 x 67 cm, Beeldbank Noord-Hollands Archief, Haarlem); onder: fragment van de Schoolkaart van Haarlem van Jan Wiegman.

OP ZOEK NAAR DE BRONNEN VAN WIEGMAN

Het gebied van de 17de-eeuwse vesting van Haarlem zou lang het kaartbeeld bepalen, maar vanaf de tweede helft van de 19de eeuw zouden stadsuitbreidingen de ruimtelijke structuur van Haarlem ingrijpend veranderen. [17] In plattegronden van het 'Bureau van Openbare Werken' uit 1905 [18], 1915 en 1920 is de ontwikkeling van deze uitbreidingen na te gaan. De plattegrond van 1920 laat ook zien dat -ondanks een kleine annexatie van de gemeente Schoten in 1884 - Haarlem in die tijd tot een van de meest volgebouwde gemeenten van Nederland gerekend kon worden. Ruimte voor verdere uitbreidingen kreeg Haarlem pas in 1927 na annexatie van grondgebied van Schoten (in zijn geheel), Spaarndam, Bloemendaal, Heemstede, Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Vooral in Bloemendaal en Heemstede werd dit ook wel honend omschreven als een annexatie van belastingbetalers. In ieder geval konden de kaartenmakers in 1927 weer aan de slag, en in november van dat jaar verscheen bij Boekhandel De Erven Loosjes een Kaart van Haarlem (schaal 1:10.000) vervaardigd door Openbare Werken en daarom betiteld als: 'De eerste officieŽle kaart van Groot Haarlem'. Maar er was concurrentie. Uitgever G. Eikelenboom in Bloemendaal kwam al in mei 1927 met een Kaart van Haarlem en naaste omgeving op de proppen, ook op een schaal van 1:10.000 en 'samengesteld volgens officieŽle gegevens'. Deze kaart bleek een schot in de roos, en zou in de jaren daarna diverse nieuwe edities beleven (in ieder geval in 1930, 1932, 1935, 1938 en 1941). Vooral in de eerste heredities werd de kaart steeds opnieuw ontworpen en verbeterd. Gezien het succes van deze kaart in 'Groot Haarlem' moet ook Wiegman deze kaart gekend hebben, en waarschijnlijk lag de versie uit 1932 te koop in de boek- en kunsthandel van Pistorius. Kaartvergelijking toont aan dat Wiegman een groot deel van de kaartgegevens van zijn schoolkaart nauwkeurig heeft overgenomen van de editie uit 1932 (zie afbeelding 9). Deze editie is de eerste waarop staat vermeld "vervaardigd aan het Bureau Openbare Werken", zodat Wiegman zich geen betere kaartbron had kunnen wensen. De sterke overeenkomst van deze twee kaarten is duidelijk te zien aan de namen, de lijnen van wegen en water, de bebouwingsvlakken, de grondvlaksymbolen van scholen, kerken, ziekenhuizen, etc. en de spoor-, tram- en buslijnen. De 1932-editie heeft ook als noviteit een oriŽntering op het noordnoordoosten in plaats van de traditionele noordoriŽntering, waardoor de langgerekte vorm van Haarlem - een gevolg van de strandwallen - op een kleiner stuk papier past. Deze oriŽntering en ook de vorm en plaats van de kompasroos komen we ook in Wiegmans kaart tegen. Mogelijk is de kaartbron (schaal 1:10.000) 2,5 maal fotografisch vergroot naar de schaal van de schoolkaart (1:4.000) om de kaartgegevens nauwkeurig te kunnen overnemen. En mogelijk is Pistorius met zijn 'lichtdrukinrichting' daarbij behulpzaam geweest.

Wandkaartcode HAA_SN_W
10. Fragment ('Verklaring') van de Schoolkaart van Haarlem van Jan Wiegman. Voor alle 'in plan' zijnde delen van de kaart worden lichte kleuren gebruikt.

Voor de diverse op de wandkaart aangegeven uitbreidingsplannen moest Wiegman een andere kaartbron zien te vinden, aangezien deze op de plattegronden van Eikelenboom ontbreken. Door de Woningwet van 1901 was de gemeente Haarlem verplicht om stadsuitbreidingen gereguleerd te laten verlopen, en de aanstelling in 1902 van ir. L.C. Dumont als directeur van de nieuwe dienst van Openbare Werken was daar een gevolg van. Dumont zou tot 1930 met grote voortvarendheid te werk gaan en daardoor zijn stempel drukken op het stadsbeeld van Haarlem. Zo produceerde hij in 1905 en 1916 ambitieuze uitbreidingsplannen, die deels daadwerkelijk zijn uitgevoerd, en waarbij de omliggende gemeenten tot hun ontsteltenis ook werden betrokken. Na de annexatie van 1927 moest Dumont opnieuw aan de slag en ontwierp vier uitbreidingsplannen ('Noord', 'Zuid-Oost', 'Zuid-West' en een 'Havenplan') elk met diverse 'detailbladen' (deelkaarten). Het werk werd in 1930 voortgezet door ir. M.H. Maas. Dat was nodig, want steeds bleken weer herzieningen vereist. [19] Zo moest plan 'Noord' in 1932 flink worden aangepast door een bouwverbod binnen de 'verboden kringen' van de forten in Spaarndam. Rond 1935 waren de vier uitbreidingsplannen echter bijna afgerond, en Wiegmans schoolkaart geeft daar een duidelijk overzicht van. Hij gebruikte lichte kleuren voor ontworpen bebouwing, water, wegen, plantsoenen, weide en sportterreinen (zie afbeelding 10) in combinatie met onderbroken lijnen (zie afbeelding 7). Het is onwaarschijnlijk dat Wiegman de bovengenoemde 'detailbladen' als bron heeft gebruikt. Een overzichtskaart van Haarlem met alle vier uitbreidingsplannen zou daarvoor ideaal zijn, maar werd door ons niet aangetroffen in het Noord-Hollands Archief. Dat Openbare Werken zo'n overzicht wel vervaardigd heeft, bewijst een bij een artikel van Maas behorende kaart (ca. 1935) op de omslag van het tijdschrift Publieke Werken (zie afbeelding 11). Het lijkt er sterk op dat Wiegman deze kaart (of een variant daarvan) gebruikt heeft voor alle in ontwerp zijnde delen op zijn kaart. En samen met de gemeentelijke scholenlijst en Eikelenbooms plattegrond had Wiegman zo alle gegevens bij elkaar om de Schoolkaart van Haarlem te kunnen voltooien. Misschien moest hij alleen voor de zeventien pentekeningen nog een keer naar Haarlem, op een zonnige dag, met de fiets, schetsboek achterop?

11. Kaart van Haarlem op de omslag van het tijdschrift Publieke Werken (juni-nummer van 1937), behorend bij een artikel van M.H. Maas.

GEDREVENHEID EN TEKENTALENT

Voor de vervaardiging van zelfs een beperkt aantal exemplaren van de Schoolkaart van Haarlem was een aantal arbeidsintensieve stappen nodig: het verzamelen van de benodigde gegevens en materialen, het overtekenen en intekenen van deze gegevens op twee bladen, het (laten) drukken, de handkleuring van de gedrukte bladen en het (laten) monteren als wandkaart. Vooral de handkleuring moet zeer tijdrovend geweest zijn. Een inventarisatie van het aantal ingekleurde oppervlakjes op ťťn wandkaart geeft een idee van dit monnikenwerk: 402 oranje of roze vlakjes, een vergelijkbare hoeveeldheid werk voor de gele wegen, 196 groene of lichtgroene vlakjes, en verder nog blauwe watervlakken en lichtgrijze vlakken voor industrieterreinen en polders. En dat alles opmerkelijk nauwkeurig en met een vaste hand uitgevoerd binnen de zwarte grenslijnen van bebouwing, wegen en water, en met geringe, niet storende kleurintensiteitsverschillen binnen een vlak. Zoiets kan alleen dankzij een grote gedrevenheid van de vervaardiger tot stand zijn gekomen. Kleine inkleuringsverschillen tussen drie onderzochte exemplaren van de schoolkaart zijn aanwezig maar verwaarloosbaar. Ook in de zwarttekening zijn slechts enkele kleine foutjes in namen en grondvlaksymbolen geslopen. Waarschijnlijk was maar een klein gedeelte van de 79 lagere scholen bereid deze wandkaart in een tijd van malaise aan te schaffen, maar ook gezien de hoeveelheid werk lijkt het moeilijk voorstelbaar dat er meer dan circa twintig exemplaren zijn geproduceerd. En een winstgevende activiteit kan het ook niet geweest zijn, eerder het tegendeel. Misschien zat er wel een rijke, anonieme mecenas achter, die in 1934 iets goeds wilde doen voor de nog maar net van zijn ongeval herstelde Wiegman en voor het Haarlemse onderwijs?

Maar het is niet alleen gedrevenheid die uit de Schoolkaart van Haarlem naar voren komt. Bewonderingswaardig is ook dat Wiegman zijn tekentalent op een voor hem nieuw gebied als de cartografie wist in te zetten. Twee verschillende kaartbronnen (plattegrond en uitbreidingsplannen) zijn vakkkundig gecombineerd, terwijl de plannen duidelijk onderscheidbaar zijn van het bestaande door het gebruik van twee tinten van ťťn kleur. De kaartbelasting is laag gehouden door het weglaten van minder belangrijke wegen, gebouwen en namen. De lijnsymbolen (wegen, wateren, gemeentegrenzen), vlaksymbolen (grondvlakken, bebouwing, plantsoenen, weide) en figuratieve symbolen (pentekeningen) zijn alle fors en duidelijk uitgevoerd. De lage kaartbelasting en de voldoende symboolgrootte geven de kaart afstandswerking, die onmisbaar is voor een schoolwandkaart. Vlaksymbolen worden alleen binnen de gemeentegrens gebruikt zodat het grondgebied van Haarlem goed naar voren komt. Kortom, een fraaie en duidelijke wandkaart, die ook op afstand de aandacht vasthoudt en een goed beeld geeft van de dynamiek van de stedelijke ontwikkeling van Haarlem na de annexatie in 1927. En ook al zijn nog niet alle raadsels rond deze kaart opgelost, de Schoolkaart van Haarlem laat zien dat Wiegman terecht maling had aan zijn gebrek aan cartografische deskundigheid en kon volstaan te vertrouwen op zijn gedrevenheid en tekentalent.



Noten

-1. K.O.H. van Daalen, et al., Honderd jaar Haarlem en de Haarlemmers, Zwolle, 1989-1991, p. 371.
-2. Noord-Hollands Archief, toegang 3496, inventarisnr. 226.
-3. Brink, L.E.S., Bibliografie en foto-overzicht van de Nederlandse schoolwandkaarten (1801-1975), Nijmegen, 2007.
-4. https://ilibrariana.wordpress.com/2014/04/28/
-5. M. Wiegman, 'Jan Wiegman 11 februari 1884-20 september 1963', in: Haerlem Jaarboek 1963 (1964), p. 23-24.
-6. S. de Bodt en J. Kapelle, Prentenboeken: Ideologie en illustratie 1890-1950, Amsterdam, 2003, p. 218-219.
-7. Noord-Hollands Archief, toegang 3496, inventarisnr. 237.
-8. W. Helversteijn, 'Dr. Jan Hoek 26 januari 1898-12 november 1981', in: Haerlem Jaarboek 1981 (1982), p. 198-199.
-9. J. Hoek, Dajakpriesters: Een bijdrage tot de analyse van de religie der Dajaks, s.l., 1949, stellingen.
-10. Noord-Hollands Archief, toegang 362, inventarisnr. 643, dossiernr. 12682.
-11. De Eerste Heemsteedsche Courant, 23-11-1934, p. 5.
-12. Soerabaijasch Handelsblad, 8-10-1937, zesde blad.
-13. De Eerste Heemsteedsche Courant, 11-10-1935, p. 1.
-14. De Eerste Heemsteedsche Courant, 17-3-1938, p. 5.
-15. R. Bos, Het eerste onderwijs in de aardrijkskunde, Groningen, 1900, p. 70.
-16. Lijsten houdende de namen en adressen van openbare lagere scholen, etc., 1927-1961, Noord-Hollands Archief, depot 44/001263 M.
-17. M.H.G. Clement-van Alkemade, B.M.J. Speet en A.G. van der Steur, Historische plattegronden van Nederlandse steden: Deel 6 Haarlem, Lisse, Alphen aan den Rijn, 1993.
-18. R. Mens, 'Stadsuitbreiding van Haarlem rond 1900', in: Akt 5 (1981), nr. 2, p. 16-36. Ook verschenen in Haerlem Jaarboek 1981 (1982), p. 9-42.
-19. Jaarverslag Dienst Openbare Werken Haarlem, 1915-1996, Noord-Hollands Archief, depot 45/400627 M.


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand