gepubliceerd in: Geografie, 34 (2025), nr. 2, p. 30-31

Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Publicaties

XXXVIII
'Als Te Lintum iets doet, doet hij het op zijn wijze': Schoolwandkaart Nederland en omgeving uit 1913


door Lowie Brink

Historicus en geschiedenisleraar Chris te Lintum (1863-1930) was niet de enige die zich stoorde aan het feit dat het geschiedenisonderwijs 'niets anders was dan eene verzameling bijzonderheden op politiek, diplomatisch en militair gebied, doorspekt met jaartallen en namen.' Maar hij was wel de eerste die deze politiek-militaire geschiedenis radicaal inruilde voor een beschavingsgeschiedenis in zijn methode De beginselen der geschiedenis uit 1897. Door de sterke nadruk op de producten van beschavingen noemden tegenstanders deze nieuwe richting smalend een 'tuitlampjes-historie'. Maar volgens de strijdvaardige Te Lintum werd 'alleen veel diplomatiek gekonkel, benevens veel militaire taktiek en strategie' verwaarloosd. Door het nog lang heersende 'primaat van de politiek-militaire geschiedenis' zou Te Lintum pas veel later te boek komen te staan als een pionier van het moderne geschiedenisonderwijs. Hij was weliswaar werkzaam als geschiedenisleraar maar had daarnaast een akte M.O.-aardrijkskunde. Ook over het aardrijkskundeonderwijs zou hij met verfrissende ideeën op de proppen komen.

1. C. te Lintum (bron: Wikimedia Commons).

Stokpaardjes

Te Lintum was van 1898 tot 1927 leraar geschiedenis aan een Rotterdamse H.B.S., maar wist blijkbaar toch tijd te vinden voor een lange rij publicaties over geschiedenis (promotie in 1895), geografie en historische geografie. In alle drie de vakgebieden benadrukte hij het economische en maatschappelijke leven zoals handel, industrie, verkeerswegen en de opkomst van steden. In 1911 verhuisde hij van Rotterdam naar Den Haag, en kwam daar al spoedig in contact met twee Haagse schoolhoofden: Th.P. Badoux en Chr.L. Wesseling Mzn. Beiden waren actief in de katholieke beweging en konden in 1911 al 'eminente onderwijsmannen' worden genoemd. Bij uitgeverij Noordhoff verscheen van Badoux, Wesseling en Te Lintum in 1913 de schoolwandkaart Nederland en omgeving. Deze in diverse opzichten opvallende schoolwandkaart bevat zoveel stokpaardjes van Te Lintum, dat we kunnen aannemen dat hij de geestelijk vader ervan is, en dat de twee schoolhoofden vooral de praktische uitvoering hebben verzorgd. Het uitzonderlijk grote formaat en de daardoor verkregen afstandswerking van deze kaart is geen stokpaardje van Te Lintum, maar is wel vernieuwend te noemen. De aandacht voor industrie, handel, landbouw, veeteelt en verkeerswegen kan echter niet anders dan een idee van Te Lintum zijn geweest. Het innovatieve ontwerp van Nederland en omgeving lijkt geïnspireerd op de grensverleggende Handelskaart van Europa van de Haagse hoofdonderwijer Jan Jacob ten Have uit 1904. Beide wandkaarten geven bijvoorbeeld het economisch belang van een verschijnsel aan met 'het verschil in grootte van een zelfde teeken' (afb. 3). De afstandswerking en de nadruk op de economie in Nederland en omgeving zijn vernieuwend, maar over de twee echte primeurs in deze kaart hebben we het nog niet eens gehad.

2. Schoolwandkaart van Nederland en omgeving uitgegeven door Noordhoff in 1913 (179 x 232 cm, collectie De Wereld aan de Wand).

Een brug te ver

Aardrijkskundige onderwijsmethoden zijn in Nederland vaak onderverdeeld in drie stukken: Nederland, Europa en de wereld. Dit zijn dan ook de drie meest voorkomende onderwerpen op Nederlandse schoolwandkaarten. Het vergt moed (of overmoed) om tegen deze klassieke driedeling in te gaan. Maar dan zitten we bij Te Lintum aan het juiste adres: 'Als Te Lintum iets doet, doet hij het op zijn wijze.' Na het succes van zijn baanbrekende geschiedenismethode (1897) richtte hij zijn pijlen op vastgeroeste gewoonten in het aardrijkskundeonderwijs. In zijn vaderlandse geschiedenismethode werden de omliggende landstreken van Nederland ook behandeld om een brug te kunnen slaan tussen vaderlandse geschiedenis en algemene geschiedenis (wereldgeschiedenis). Met de wandkaart Nederland en omgeving probeerde Te Lintum iets vergelijkbaars: 'een beeld geven van die streken in Europa, welke voor ons onmiskenbaar het belangrijkst zijn.' En hij vervolgt in de bij de wandkaart behorende prospectus: 'Als Nederland zijn eerste behandeling achter den rug heeft, dan ziet de leerling het groote kaartbeeld van Nederland plotseling ineenschrompelen tot een klein inhoudloos contourtje, dat hij op de kaart van Europa nauwelijks onderscheiden kan.' En de aanval op de klassieke schoolwandkaart van Europa gaat nog verder: 'Of de thans nog overal gebruikte kaart van Europa haar plaats op de Lagere School zal handhaven, of zij op den duur niet in den knel zal raken tusschen onze kaart en de wereldkaart, dat zal de toekomst moeten leeren.' Net zoals de aanstoot die werd genomen aan Te Lintums 'tuitlampjes-historie', was dit vloeken in de kerk voor veel met de schoolwandkaart van Europa grootgebrachte onderwijzers. Het idee zou geen navolging vinden. Te Lintum had een primeur met zijn 'breede en sterke brug' tussen de kaart van Nederland en de wereldkaart, maar het was een brug te ver.

3. Fragment (Zuid-Limburg en Ruhrgebied) van de schoolwandkaart van Nederland en omgeving. De grootte van puntsymbolen en de dikte van lijnsymbolen geven het economische belang aan.

'Teekeningen'

De kaart van Nederland en omgeving heeft echter nog een tweede primeur in petto, namelijk de toepassing van figuratieve kaartsymbolen in een Nederlandse schoolwandkaart. Voor recensenten was het wel even wennen. In Het Katholieke Schoolblad werd gesproken van 'op de kaart aangebrachte "teekeningen": weversspoelen, gekruiste houweelen, zwemmende haringen, gevleugelde balansen, koeien en schapen en sikkels, fabrieksschoorsteenen en druiventrossen' (afb. 4). En in De School met den Bijbel luidde de omschrijving: 'Een kaart die iets heeft van een plaat; een echte kaart, maar met heusche booten, fabrieken, visschen, koeien, schapen, sikkels enz.' Voor Te Lintum waren deze symbolen 'een prettig en krachtig hulpmiddel om juiste associaties te vormen en zoo het begrijpen en onthouden te vergemakkelijken.' Ruim tachtig jaar later zou door onderzoek worden bewezen dat kinderen figuratieve symbolen inderdaad veel beter begrijpen dan abstracte symbolen. En pas in de jaren veertig verschenen er aardrijkskundemethoden waarin figuratieve kaartsymbolen een grote rol speelden. Deze primeur zou dus wel navolging krijgen. Te Lintum was er alleen - zoals ook met zijn 'tuitlampjes-historie' - weer veel te vroeg mee.

4. Fragment (legenda) van de schoolwandkaart van Nederland en omgeving.




Deze tekst is een bewerking van een hoofdstuk in het onlangs verschenen boek De wereld tussen twee stokken: 50 schoolwandkaarten uitgerold (Zwolle, WBOOKS).




homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Publicaties