gepubliceerd in: Geografie, 27 (2018), nr. 4, p. 26-30

Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

XXIII
'Overal in het oosten nog wapengekletter':
Schoolwandkaart toont het onzekere kaartbeeld van Europa rond 1920


door Lowie Brink

Na ruim twintig jaar zoeken heb ik hem dan eindelijk gevonden: een eerste druk van de Nieuwe wandkaart van Europa uit 1912. Bij het uitrollen van de kaart komen echter handmatige aanpassingen met rode en zwarte inkt van veel staatkundige grenzen aan het licht. Die zorgen voor een flinke teleurstelling. Bij nader inzien geven deze lijnen een fascinerend beeld van de onzekerheden in Europa na de afloop van de Eerste Wereldoorlog precies honderd jaar geleden.

De Nieuwe wandkaart van Europa van uitgeverij Wolters was in de 20ste eeuw een begrip in het onderwijs. De fraaie en duidelijke kaart beleefde maar liefst zeven drukken. De tweede tot en met de zesde druk werden herzien door de bekende schoolkartograaf Klaas Zeeman, maar de eerste druk werd in 1912 getekend door de Amsterdamse onderwijzer Roelf Noordhoff (1867-1916). Die had al in 1899 furore gemaakt met schoolwandkaarten met een ongekend sterk sprekende reliŽfweergave (zie Geografie (2007), nr. 9). De eerste druk geeft nog het overzichtelijke, door rijken gedomineerde beeld van het 19de-eeuwse Europa: Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, het Russische Rijk en het Ottomaanse Rijk. De Eerste Wereldoorlog, de 'oercatastrofe' van de 20ste eeuw, zette echter in 1914 de verbrokkeling van Europa in. De Nieuwe wandkaart van Europa was in 1918 al gedateerd en verworden tot een Oude wandkaart van Europa.

Wandkaartcode EUR_WO1N
Nieuwe wandkaart van Europa van R. Noordhoff (1912), schaal 1:3.000.000, 163 x 189 cm.

CHAOTISCHE VREDE

Na de wapenstilstandsverdragen van eind 1918 tussen de Geallieerden (Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, ItaliŽ en de Verenigde Staten) en de verliezers van de oorlog (de Centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en het Ottomaanse Rijk) moesten in 1919 en 1920 de veel complexere Parijse vredesverdragen worden opgesteld. Het eerste vredesverdrag - het omstreden Verdrag van Versailles - werd in juni 1919 met Duitsland getekend. Door de vredespolitiek van de Amerikaanse president Wilson waren de verwachtingen aanvankelijk hoog gespannen: een 'New Europe', open diplomatie, nationale zelfbeschikking en een Volkenbond. Bij het trekken van de vele nieuwe staatkundige grenzen werd getracht met 'onpartijdige rechtvaardigheid' rekening te houden met ethnische grenzen, natuurlijke grenzen, strategische factoren en economische afwegingen (kolenmijnen, spoorlijnen, toegang tot zeehavens). De praktijk bleek echter weerbarstig, en de ontnuchtering en verwarring kregen in Europa al snel de overhand. De vredesverdragen creŽerden een groot aantal nieuwe, voortwoekerende 'kwesties': nieuwe staten met ethnische minderheden, burgeroorlogen en grensconflicten. Zoals Gerwarth in zijn boek De verslagenen aantoont, zou het 'naoorlogse' Europa tot 1923 dan ook de gewelddadigste plek op de wereld zijn. Met al die onzekerheden was het in kaart brengen van Europa ook na 1918 nog steeds een lastige puzzel.

Een plenaire vergadering van de Parijse Vredesconferentie in 1919 (afbeelding in H. Nicolson (1933), Peacemaking 1919).

DOE-HET-ZELF KARTOGRAFIE

Kaartenmakers hebben zo hun trucs om met onzekerheid om te gaan. In natuurkundige kaarten kunnen staatkundige grenzen desnoods worden weggelaten, zoals toegepast is in de Bosatlas. Betwiste gebieden kunnen wit worden gelaten of worden aangegeven met een arcering. Onderbroken grenslijnen drukken ook vaak twijfel uit. Een weinig voorkomende maar fraaie oplossing is het gebruik van vervagende kleuren voor onzekere grenszones. De gebruiker van eerdergenoemde schoolwandkaart had echter na 1918 geen geduld om af te wachten of wandkaarten met dergelijke trucs zouden verschijnen, en vond het bovendien zonde om een duur leermiddel al af te danken. Hij is ervoor gaan zitten en heeft oprecht geprobeerd de Nieuwe wandkaart weer bruikbaar te maken. Zo zijn de nieuwe rode grenzen vrij dik getekend, waardoor de oude zwarte grenzen niet erg storen. Er zijn drie verschillende grove arceringen in rood (Polen, RoemeniŽ, Bulgarije), een grove arcering in zwart (JoegoslaviŽ) en een fijne arcering in rood (Hongarije) die het effect geeft van vlakkleuring. Ten slotte is er een lichtgrijze vlakkleuring voor het nieuwe Tsjecho-Slowakije.

Maar welke kaartbronnen heeft onze doe-het-zelf kartograaf gebruikt? De Bosatlas uit 1919 (25ste druk) bevatte nog te veel onzekerheden, terwijl die uit 1921 (26ste druk) te laat kwam. De redacteur van de Bosatlas, J.F. Niermeijer, gebruikte de tekst van de Parijse vredesverdragen, 'Engelsche blauwboeken in de Treaty-series' en kreeg hulp van de bibliotheek van het Vredespaleis in Den Haag. Maar dat was voor een gewone leraar te hoog gegrepen. En in het tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap verscheen wel 'aardrijkskundig nieuws' over Europa, maar geen bruikbare kaarten. Waarschijnlijk is er bij gebrek aan beter gewoon een kaartje uit een krant of tijdschrift overgenomen, en gezien de aangebrachte grenzen moet dat geweest zijn in de loop van 1920. Niet alleen de kaartbron maar ook de identiteit van de bewerker van de wandkaart is niet meer boven water te krijgen. Wat we wel kunnen doen is de getekende grenzen beoordelen, van noord naar zuid door een verscheurd Europa.

HET GEHEELE RUSSISCHE PROBLEEM

Het met een lichtgroene kleur aangegeven Russische Rijk lijkt op de aangepaste wandkaart nog een oase van rust, maar schijn bedriegt. Sinds Lenins bolsjewistische coup (1917) was Rusland in een wrede burgeroorlog verwikkeld, en bleef het land nog jarenlang bijna afgesloten van de rest van de wereld. Niet vreemd dus dat het land aan de tekenpen is ontsnapt. Finland had echter wel aangegeven kunnen worden. Dit autonome grootvorstendom onder de Rusissche tsaar had zich al in december 1917 onafhankelijk verklaard. Na een bloedige burgeroorlog in 1918 zouden in 1920 de grenzen met Sovjet-Rusland worden vastgesteld, waarbij Finland zowaar een corridor naar de Barentszzee kreeg toebedeeld (zie kader hieronder). En ook de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) hadden een kleurtje of arcering kunnen krijgen. Alle drie verklaarden zich in 1918 onafhankelijk en wisten dat zo te houden ondanks diverse bedreigingen door bolsjewieken en Duitse vrijkorpsen. De zelfstandigheid van OekraÔne (1918-1920) duurde echter maar zo kort dat het niet aanduiden daarvan goed uitpakte.

Wandkaartcode EUR_WO1N
Fragment van de Nieuwe wandkaart van Europa: Duitsland en Polen.

DUITSLAND EN POLEN

De Poolse staat zou in 1918 weer opnieuw op de kaart verschijnen, maar het land zou direct op voet van oorlog komen te staan met al zijn nieuwe buren: Duitsers, Litouwers, (Wit-)Russen, OekraÔners, Tsjechen en Slowaken. De grenzen met Duitsland waren vastgesteld in het Verdrag van Versailles. In het westen moest Duitsland relatief kleine gebieden afstaan aan Denemarken (Noord-Sleeswijk, 1), BelgiŽ (Eupen en Malmťdy, 2) en Frankrijk (Elzas-Lotharingen, 3). Aan zijn 'bloedende oostgrens' moest Duitsland echter gevoelige verliezen accepteren. De overdracht van het Memelgebied (4, via de Volkenbond naar Litouwen) was nog te overzien. Maar aan Polen moesten grote stukken land worden afgestaan:
-een groot deel van West-Pruisen (5) om Polen een corridor naar de Oostzee te verschaffen; op de wandkaart loopt de corridor echter incorrect ook door Oost-Pruisen (6) en staat Danzig (7) niet als 'vrije stad' aangegeven;
-de Pruisische provincie Posen (8); de getekende grens is opmerkelijk foutief: veel te oostelijk zodat zelfs de stad Posen (9) niet in Polen valt;
-het economisch gezien (steenkool, zink, lood, hoogovens) waardevolste deel van Opper-SileziŽ (10).
Volksstemmingen bepaalden de bestemming van enkele betwiste gebieden. Oost-Pruisen (6) bleef daardoor redelijk intact, maar werd wel afgesneden van de rest van Duitsland.

De oostelijke grenzen van het nieuwe Polen waren daarentegen in geen enkel verdrag geregeld. De Geallieerden stelden in december 1919 wel als grens met Rusland de 'Curzonlinie' voor, die ook West-GaliciŽ (11) zou insluiten (ruwweg de getekende grens, 12). De Polen hadden echter de smaak van nationalisme te pakken gekregen. Na een grootschalige oorlog met Rusland, die bijna verkeerd uitpakte voor Polen, zou de grens in 1921 veel oostelijker komen te liggen. Oost-GaliciŽ (13) zou in 1919 worden veroverd op OekraÔense nationalisten en in 1923 als Pools gebied worden erkend. Zelfs het Wilna (Vilnius) district (14) wist Polen in 1923 binnen te halen, maar pas na een reeks moedeloos makende machtswisselingen: tsaristisch, Duits, bolsjewistisch, Pools, Litouws, 'onafhankelijk', Pools. En het zou na 1939 gewoon weer verdergaan: Russisch, Duits, Russisch. Hopelijk werd in 1991 het einde van de reeks bereikt met Vilnius als trotse hoofdstad van Litouwen.

Wandkaartcode EUR_WO1N
Fragment van de Nieuwe wandkaart van Europa: Oostenrijk en Hongarije.

OOSTENRIJK EN HONGARIJE

Na de ineenstorting van de dubbelmonarchie en 'volkerengevangenis' Oostenrijk-Hongarije zouden eind 1918 vier nieuwe landen opstaan: Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en JoegoslaviŽ. De vele nieuwe grenzen gaven aanleiding tot tal van complicaties en grensconflicten. Oostenrijk werd een kleine Alpen-republiek. Maar liefst een derde van de bevolking leefde in Wenen, en de landbouwproductie bleek onvoldoende om iedereen te voeden. Een door Hongarije afgestane strook landbouwgrond (Burgenland, 15) kon Oostenrijk dan ook goed gebruiken, maar het woog in het geheel niet op tegen de verliezen:
-GaliciŽ (11 en 13) naar Polen;
-Bukovina (16) naar RoemeniŽ;
-Bohemen en MoraviŽ (17) naar Tsjecho-Slowakije waarbij de oude grenzen werden gevolgd dus inclusief het industrierijke en betwiste Sudetenland (18);
-Zuid-Stiermarken (19), SloveniŽ (20), BosniŽ en Hercegovina (21), DalmatiŽ (22) naar JoegoslaviŽ (Klagenfurt (23) in het zuiden van KarinthiŽ bleef na een volksstemming bij Oostenrijk);
-Zuid-Tirol tot de Brennerpas (24), TriŽst en IstriŽ (25), Zadar (26) en enkele Dalmatische eilanden naar ItaliŽ.
Pas bij de Vrede van Rapallo in november 1920 verkreeg ItaliŽ geheel IstriŽ, zodat de over het schiereiland getekende grens aardig de stand van zaken weergeeft. Overigens zaten er een jaar daarvoor al Italiaanse soldaten in Fiume (27), maar dat is een verhaal op zich (zie kader hieronder).

Ook van het Koninkrijk Hongarije zou alleen nog een rompstaat overblijven. In het in Hongarije berucht geworden Verdrag van Trianon van juni 1920 bepaalden de Geallieerden dat 68% van het land zou worden overgedragen aan zijn buurlanden. Naast het hierboven genoemde Burgenland (15) zou van Hongarije worden afgesneden:
-Slowakije (28) en RoetheniŽ (29) naar Tsjecho-Slowakije;
-KroatiŽ en SlavoniŽ (30), delen van Baranja (31) en Bacska (32) en een deel van het rijke landbouw- en veeteeltgebied Banaat (33) naar JoegoslaviŽ;
-het andere deel van het Banaat en TranssylvaniŽ (34) naar RoemeniŽ.
Op papier ziet deze herverdeling er nog geordend uit, maar in de praktijk kwam het vaak neer op pakken wat je pakken kunt. Vooral RoemeniŽ voerde een expansionistische oorlogspolitiek en zou in oppervlak verdubbelen. Het verkreeg BessarabiŽ (35) en viel Hongarije en Bulgarije binnen. Zijn leger plunderde in augustus 1919 zelfs Budapest leeg, maar moest zich onder druk van de Geallieerden weer terugtrekken. Op de wandkaart staan Bacska (32) en het Banaat (33) wat voorbarig als Roemeens aangegeven. Minstens zo fanatieke Servische nationalisten staken echter de Donau over en hadden andere plannen met deze gebieden.

Wandkaartcode EUR_WO1N
Fragment van de Nieuwe wandkaart van Europa: Griekenland, Bulgarije en Turkije.

GRIEKENLAND, BULGARIJE EN TURKIJE

Met de twee Balkanoorlogen van 1912 en 1913 bewees de Balkan wederom het kruidvat van Europa te zijn. Het restant van het Ottomaanse Rijk in Europa - nog duidelijk zichtbaar op de wandkaart van 1912 - ging daarbij op Oost-ThraciŽ (36) na verloren. De Eerste Wereldoorlog zou direct daarna in dit gebied huishouden. De keuze van Griekenland voor de Geallieerden pakte gunstig uit. Bovendien werden de diplomatieke talenten van zijn minister-president, 'den ouden Venizelos', in Parijs hogelijk gewaardeerd. Het land werd dan ook in 1920 beloond met Zuid-AlbaniŽ (37, grens is te zuidelijk getekend), West-ThraciŽ (38, van Bulgarije) en Oost-ThraciŽ (36, van Turkije, ook hier is de grens te zuidelijk getekend). De stad Constantinopel (39) zou in deze opzet het laatstje restje van het Ottomaanse Rijk in Europa worden. Griekenland overspeelde echter zijn hand in 1919 met een door de Geallieerden goedgekeurde verovering van Smyrna en het achterliggende gebied (40, niet aangegeven op de wandkaart). Dit maakte in Turkije nieuwe nationalistische krachten wakker, en onder leiding van Mustafa Kemal werd in 1922 niet alleen Oost-ThraciŽ weer heroverd, maar werden bij Smyrna het Griekse leger en het Griekse en Armeense bevolkingsdeel van deze regio de zee ingedreven.

De keuze van Bulgarije voor de Centralen pakte echter minder gunstig uit. Zijn minister-president en boerenleider Stambolijski genoot in Parijs niet veel aanzien. Hij zou lijken op "een bandiet die door de braamstruiken kruipt". Het land verloor bij de Vrede van Neuilly (november 1919) zijn toegang tot de EgeÔsche Zee (het al genoemde West-ThraciŽ), zuidelijk Dobroedzja (41, naar RoemeniŽ) en vier strategisch gelegen gebiedjes aan de grens met JoegoslaviŽ (42). Het principe van zelfbeschikking werd ook hier weer terzijde geschoven aangezien alle af te scheiden gebieden een Bulgaarse meerderheid hadden. Het vredesverdrag lag dan ook zwaar op de maag in Bulgarije, en de ondertekenaar ervan, Stambolijski, moest het bezuren. In 1923 werd de arme ziel door tegenstanders vermoord en zijn hand die het verdrag had ondertekend werd afgehakt.

ONBEVLEKT

De wirwar van oude en nieuwe grenzen op de aangepaste Nieuwe wandkaart van Europa maakt in eerste instantie een raadselachtige indruk, maar nodigt daardoor uit om de achtergronden ervan te achterhalen. Dit opent echter al snel een doos van Pandora met een deprimerend groot aantal revoluties, grensconflicten en (burger)oorlogen, waarvan sommige tot in onze tijd doorwerken (JoegoslaviŽ, OekraÔne, Koerdistan). Gebleken is dat de in 1920 getekende nieuwe grenzen een bruikbaar beeld geven maar hier en daar onvolledig en onnauwkeurig zijn. Maar ook dat laatste geeft bij nader inzien een leerzaam tijdsbeeld. Het laat zien dat er nog jaren na het einde van 'la Grande Guerre' in brede kring onzekerheid heerste over het grensverloop in Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa. Toch ben ik die handmatige aanpassingen liever kwijt dan rijk. Ik blijf zoeken naar een eerste druk van de Nieuwe wandkaart waarop Europa nog onbevlekt en vol van vooruitgangsgeloof de nieuwe eeuw ingaat.



Bronnen

-Czaplinski, W., e.a. 1986. The historical atlas of Poland. Panstwowe Przedsiebiorstwo Wydawnictw Kartograficznych, Warszawa.
-Gerwarth, R. 2016. De verslagenen: Waarom de Eerste Wereldoorlog nooit is opgehouden 1917-1923. Balans, Amsterdam.
-MacMillan, M. 2002. Paris 1919: Six months that changed the world. Random House, New York.
-Van der Mandere, H.Ch.G.J. 1922. Het vredesverdrag van Versailles en de daarmede verbandhoudende verdragen van St. Germain, Trianon, SŤvres en Neuilly. Editio, Hillegom.
-Nicolson, H. 1933. Peacemaking 1919. Constable and Company, London.





ONZEKERHEID AAN DE BARENTSZZEE

Terwijl de havens aan de Finse Golf in de winter door ijs geblokkeerd worden, blijven de havens aan de Barentszzee door de warme Golfstroom wel ijsvrij. De smalle corridor naar Petsamo aan de Barentszzee, westelijk van Murmansk, leek voor Finland dan ook een aanwinst. De vaststelling van de 204 km lange, kaarsrechte grens tussen Finland en Rusland in nooit opgemeten toendragebied was echter nog geen sinecure. In de zomer van 1921 had de daarvoor aangestelde Fins-Russische commissie door de klimaatsgesteldheid maar tachtig dagen de tijd om deze ijzige klus te klaren. Het weer werkte bovendien niet mee (koude wind, voordurende regen en een vliegenplaag) en dat kwam de nauwkeurigheid van de door azimutsbepalingen vastgestelde grens niet ten goede. Afwijkingen van honderd meter waren niet uitzonderlijk. De grens werd gemarkeerd door een strook van acht meter struikgewas open te kappen en steenhopen op tien km afstand van elkaar te plaatsen. In de jaren '30 is nog een 'IJszeestraatweg' naar Petsamo aangelegd, maar veel plezier hebben de Finnen daar niet van gehad. In 1947 zou Rusland de corridor weer in bezit nemen. Waarschijnlijk zijn de steenhopen al lang weer overwoekerd door het struikgewas.





ONZEKERHEID AAN DE ADRIATISCHE ZEE

Veel Italianen waren in 1919 van mening dat de bloedige strijd tegen Oostenrijk-Hongarije hen maar weinig had opgeleverd. Het onbeduidende Hongaarse havenstadje Fiume werd een symbool voor de trofeeŽn die ItaliŽ door de andere Geallieerden werd ontzegd. De 'Fiume-quaestie' was voor de Italiaanse delegatie belangrijk genoeg om in april 1919 de Parijse Vredesconferentie demonstratief te verlaten. De populaire schrijver, dichter, politicus en oorlogsheld Gabriele D'Annunzio zou zich er ook op storten. Hij sprak van een 'verminkte overwinning' en overmeesterde Fiume in september 1919 met een bende nationalistische medestanders. De Italiaanse regering durfde niet in te grijpen en sympathisanten stroomden toe, waardoor D'Annunzio vijftien maanden lang kon regeren als 'Duce' over 'Vrijstaat Fiume'. Het stadstaatje kreeg zijn eigen proto-fascistische grondwet, vakbonden, munteenheid en postzegels. Het verklaarde ItaliŽ op 1 december 1920 de oorlog toen deze laatste het gezag van de Volkenbond over Fiume erkende. Een Italiaans marinebombardement was daarna genoeg om 'Vrijstaat Fiume' in rook op te laten gaan. D'Annunzio's 'Mars op Fiume' was echter niet vergeefs geweest. Een van zijn bewonderaars, Mussolini, zou kort daarna zijn eigen 'Mars op Rome' organiseren, en zou in 1924 Fiume alsnog annexeren.


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand