gepubliceerd in: Geo-Info, 22 (2025), nr. 2, p. 30-32

Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Publicaties

XLI
Rumoer rond een schoolwandkaart:
De eerste en laatste schoolkaart van Indonesië van P. Eibergen bij uitgeverij Wolters


door Lowie Brink

Rond 1930 had de Groningse uitgever Wolters maar liefst negen wandkaarten in het assortiment die betrekking hadden op Nederlands Oost-Indië, terwijl eeuwige concurrent Noordhoff er slechts twee had. Vooral de schoolwandkaarten van Nederlands Oost-Indië en van Java van P.R. Bos en anderen waren een begrip in de schoolwereld. Ze beleefden een uitzonderlijk groot aantal herdrukken [Brink, 2022]. Uit het ruime assortiment aan kaarten van Oost-Indië kan een sterke focus van Wolters op dit gebied worden afgeleid. In 1963 viel echter het doek voor schoolwandkaarten van dit gebied.

Figuur 1. Fragment (Zuid-Limburg) van de schoolwandkaart van Limburg van Van Hees en Nieuwhof uit 1934 (links) en van dezelfde schoolwandkaart met een in 1949 aangebracht plakkertje bij Tudderen (rechts).

De Groningse aardrijkskunde- en geschiedenisleraar P. Eibergen (1890-1972) werd in 1936 redacteur van de Bosatlas, en net zoals vorige redacteuren (P.R. Bos, J.F. Niermeyer, B.A. Kwast) hield hij zich ook bezig met de schoolwandkaarten van Wolters. Eibergen wilde meer aandacht voor Oost-Indië in het aardrijkskundeonderwijs en breidde daarom het aantal kaarten daarover in de Bosatlas uit [Ormeling, 2005]. Hij wist ook nog een tiende schoolwandkaart toe te voegen aan het wandkaartenassortiment: de Eerste schoolkaart van Nederlandsch-Indië. Hierbij geeft de term 'eerste' aan dat deze wandkaart geschikt is voor het aanvangsgebruik op (lagere) scholen. Eibergen had echter veel pech met de timing van zijn allereerste schoolwandkaart. De kaart kwam beschikbaar in juli 1942 en dat was een zeer ongelukkig tijdstip. In de eerste maanden van dat jaar bezette Japan Nederlands-Indië en op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uit. Nederlands-Indië zou daarna letterlijk en figuurlijk van de kaart verdwijnen, en een schoolwandkaart met die titel was niet meer verkoopbaar. Eibergen was echter bekend met een eenvoudige truc om een wandkaart op te waarderen. Zo was een schoolwandkaart van Limburg van Wolters uit 1934 in 1949 weer bijdetijds gemaakt door met een handmatig aangebracht plakkertje de uitbreiding van het Nederlands grondgebied bij Tudderen aan te geven (zie figuur 1). Door op de Eerste schoolkaart in de titel 'Nederlandsch-Indië' over te plakken met 'Indonesië' kon ook deze wandkaart weer in de verkoop (zie figuur 2).

Figuur 2. Fragment (titelkader) van de Eerste schoolkaart van Nederlandsch-Indië van P. Eibergen uit 1942 (boven) en van dezelfde schoolwandkaart met een rond 1949 aangebracht plakkertje over 'Nederlandsch-Indië' (onder).

Politieke onzekerheid

Wolters had rond 1940 nog twee grote concurrenten: Thieme in Zutphen en Noordhoff in Groningen. Alle schoolwandkaarten van Thieme zouden echter door een bombardement in 1944 in rook opgaan [Brink, 2005], zodat na de Tweede Wereldoorlog alleen Noordhoff nog overbleef. Deze was na 1945 met frisse moed weer begonnen en wist al in 1949 met een geheel nieuwe schoolwandkaart getiteld Indonesië op de proppen te komen. En daar was geen knip- en plakwerk aan te pas gekomen. Het zal druk op de ketel hebben gezet bij Wolters en Eibergen om ook met iets nieuws te komen, maar de politieke onzekerheid weerhield ze voorlopig. Na de overdracht van de souvereiniteit in december 1949 aan de 'Republiek der Verenigde Staten van Indonesië' en de vorming van een 'Nederlands-Indonesische Unie' [Dalhuisen et al, 2017] leek echter de tijd rijp voor Wolters om haar rol als marktleider weer op zich te nemen. De Lijst van uitgaven van september 1950 kondigde de komst aan van een Eerste schoolkaart van Oost-Indonesië van Eibergen. Oost-Indonesië was een van de deelstaten van de Verenigde Staten van Indonesië en bevatte onder meer de Molukken, die in Nederland in de belangstelling stonden. Maar op 17 augustus 1950 - precies vijf jaar na de eerste 'proklamasi' - gooide het uitroepen van de Republiek Indonesië, die in plaats kwam van de Verenigde Staten van Indonesië, roet in het eten [Buiter, 1993]. Eibergen kreeg een déja vu en zette de plannen in de ijskast. De kaart zou nog tot 1954 als 'ter perse' blijven staan in de uitgavelijst en zou daarna spoorloos verdwijnen. Wat Eibergen nog wel aandurfde in 1952 was een bijna identieke herdruk van de bestaande Eerste schoolkaart met alleen twee hoogst nodige aanpassingen: Indonesië in de titel (plakken was dus niet meer nodig) en Batavia werd Djakarta (zie figuur 3). Aan een dergelijke kaart zou niemand aanstoot kunnen nemen, dacht Eibergen. Maar hij had geen rekening gehouden met dominee Fokkema.

Figuur 3. Eerste schoolkaart van Indonesië van P. Eibergen uit 1952 (101 x 151 cm, schaal 1:3.500.000). De foto's van de wandkaarten en van de wandkaartfragmenten zijn gemaakt van originelen uit de Collectie De Wereld aan de Wand in Nijmegen.

Een ontstemde dominee

Ds. J. Fokkema (1893-1966) was een rijzige man met een galmende domineesstem. Hij was van 1946 tot 1959 lid van de Tweede Kamer voor de Anti-Revolutionaire Partij. Als kamerlid hield hij zich onder meer bezig met jeugdvorming, en nam misschien daardoor in 1955 kennis van de Eerste schoolkaart van Indonesië. Het oordeel van de dominee was allesbehalve gunstig. Als kamerlid vroeg Fokkema in december 1955 aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om de schoolkaart uit scholen te verwijderen en de circulatie te verbieden (zie figuur 4). Fokkema had zich gestoord aan het feit dat 'het gebied van Nederlands Nieuw-Guinea dezelfde kleur heeft als het Indonesisch gebied, terwijl Malakka, Brits Borneo en Portugees Timor wit gekleurd zijn.' De kaart geeft hierdoor de indruk dat Nederlands Nieuw-Guinea was overgedragen aan Indonesië. En dat was iets waar Fokkema en zijn partijgenoten van de ARP fel op tegen waren. In feite was de meerderheid van de Nederlandse bevolking tegen deze overdracht. Het kwam voort uit het trauma dat men had overgehouden aan de dekolonisatie. Na Indonesië mocht Nieuw-Guinea niet ook nog eens 'verkwanseld' worden. De minister wist na navraag bij Wolters het rumoer te sussen. Het betrof een na-oorlogse herdruk van een kaart van Nederlands-Indië onder een nieuwe titel en van opzet was dus geen sprake. Hij had ook vernomen dat de uitgave al eerder in 1955 was gestopt en dat slechts een gering aantal kaarten was afgeleverd. Op de rijksscholen zou de minister ervoor zorgen dat er geen onjuiste kaarten meer zouden worden gebruikt. Fokkema kon weer rustig gaan slapen.

Figuur 4. Artikel op de voorpagina van de Emmer Courant van 30 december 1955.

Nieuw grondgebied

En ook Eibergen kreeg kort daarop eindelijk meer duidelijkheid. Als gevolg van het mislukken van de Geneefse Conferentie (februari 1956) zegde de Indonesische regering direct daarna de Nederlands-Indonesische Unie eenzijdig op. De Nederlandse regering kon niet achter blijven en voegde via een grondwetswijziging in 1956 Nieuw-Guinea toe aan het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden [Meijer, 2009]. De reactie van Eibergen was ook snel te noemen: een schoolwandkaart van Nederlands-Nieuw-Guinea verscheen nog in 1956 (zie figuur 5). 'Een echte klasse-kaart' volgens een recensent en hij hoopte dat er 'nog talrijke sterk gewijzigde herdrukken verschijnen, die bewijzen dat ons "trustschap" land en volk ontgint resp. omhoogvoert' [Bredemeijer, 1957]. De herdrukken kwamen er niet. Die voor velen vermaledijde overdracht aan Indonesië vond alsnog plaats in 1963, en weer moest een uitgave van een wandkaart van Eibergen worden gestaakt. Het betekende tevens het einde van een lange traditie van schoolwandkaarten van Nederlands Oost-Indië c.q. Indonesië bij uitgeverij Wolters.

Figuur 5. Nederlands-Nieuw-Guinea van P. Eibergen en E. Penkala (reliëf) uit 1956 (67 x 100 cm, schaal 1:1.500.000).




Deze tekst is een bewerking van een hoofdstuk in het onlangs verschenen boek De wereld tussen twee stokken: 50 schoolwandkaarten uitgerold (Zwolle, WBOOKS).



Literatuur

-Bredemeijer, A.H.F., Wandkaart van Ned. Nieuw-Guinea. Geografisch Tijdschrift, 10 (1957), no. 4, p. 178.
-Brink, L.E.S., De aardrijkskundige wandkaarten van uitgeverij W.J. Thieme & Cie: Van de ene vernieuwing naar de andere. Geo-Info, 2 (2005), no. 9, p. 410-417.
-Brink, L.E.S., Made in Groningen: De Wandkaart van Nederlandsch Oost-Indië van P.R. Bos en R.R. Rijkens uit 1881. Caert-Thresoor, 41 (2022), no. 3, p. 3-11.
-Buiter, H., Nederlands-Indië (1830-1949): Een kolonie in ontwikkeling. Kosmos - Z&K Uitgevers, Utrecht/Antwerpen 1993, p. 140.
-Dalhuisen, L., M. van Selm, F. Steeg (red.), Geschiedenis van Indonesië. Walburg Pers, Zutphen 2017, p. 143.
-Meijer, W., 'Ze zijn gék geworden in Den Haag': Willem Oltmans en de kwestie Nieuw-Guinea. Elsevier, Amsterdam 2009, p. 27-30.
-Ormeling, F.J., Biografie van de Bosatlas (1877-heden). Wolters-Noordhoff, Groningen 2005, p. 50-51.


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Publicaties