gepubliceerd in: Geo-Info, 5 (2008), nr. 11, p. 422-429
tevens verschenen in 'Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur', 26 (2008), nr. 3, p. 90-96


Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

XVIII
Kaartontwerp in een klooster:
De schoolwandkaart van Nederland van frater Rafaël


door Lowie Brink

De bekendste schoolatlas is sinds jaar en dag 'De Grote Bosatlas' van uitgeverij Wolters(-Noordhoff). Dat weet iedereen. En concurrent Thieme had voor het aardrijkskunde-onderwijs zijn 'Methode Prop'. Toch ook niet onbekend. Maar wie herinnert zich dat het R.K. Jongensweeshuis in Tilburg een door Rafaël vervaardigde schoolwandkaart van Nederland uitgaf, die eens tot de meest gebruikte schoolwandkaarten behoorde? Rafaël, dat was toch een aartsengel? En een weeshuis als uitgever? Inderdaad, het klinkt onwaarschijnlijk, maar toch is het waar: "In bijna alle katholieke scholen van Nederland prijkten aan de wanden de landkaarten 'door Rafaël'." [N.N., 1948]

Kaarten van Nederland zijn in het Nederlandse onderwijs zeer intensief gebruikt. In de 19de en 20ste eeuw werden namelijk indrukwekkende aantallen, onderling soms sterk verschillende Nederland-kaarten ontworpen voor gebruik in schoolatlassen of aan schoolwanden. Een eenvoudige graadmeter om het belang van dergelijke kaarten voor het aardrijkskunde-onderwijs vast te stellen is het aantal keer dat een kaart een nieuwe druk heeft beleefd. Zo'n ranglijst van 'winnaars' in het geval van schoolwandkaarten geeft tabel 1. Tussen de coryfeeën van de Nederlandse schoolkartografie staan Rafaël en het Jongensweeshuis als vreemde eenden in de bijt. Van de vijf in de tabel genoemde 20ste-eeuwse wandkaarten wordt het aantal drukken van de Rafaël-kaart alleen overtroffen door de Thieme-klassieker 'Schoolkaart van Nederland' van G. Prop [Brink, 2005a] en de Wolters-klassieker 'Nieuwe wandkaart van Nederland' van R. Noordhoff [Brink, 2007a] en K. Zeeman [Brink, 2003]. Hoe hebben Rafaël en deze instelling tot verzorging van ouderloze jongens dat in Godsnaam klaargespeeld? Het Jongensweeshuis was onderdeel van een kloostergemeenschap genaamd 'Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid', kortweg 'Fraters van Tilburg'. Dit klooster lijkt een goed startpunt voor een nader onderzoek naar de raadsels rondom de Rafaël-kaart.

Tabel 1. De meest herdrukte schoolwandkaarten van Nederland [Brink, 2007b].

Auteur(s) uitgever aantal drukken periode
H.F. Puls Oomkens 8 1849-1886
C.A.C. Kruyder (zwart) Tijl 8 1864-1905
C.A.C. Kruyder (geologisch) Tijl 8 1878-1915
G. Prop Thieme 7 1909-1957
R. Noordhoff, K. Zeeman Wolters 7 1909-1961
Rafaël R.K. Jongensweeshuis 5 1898-ca. 1930
J.J. ten Have Ykema 4 1896-ca. 1925
A. Luinge, B. Stegeman, e.a. Noordhoff 4 1927-1966


FRATERS VAN TILBURG

LO, BLO, VGLO, ULO, kweekscholen, HBS, vakonderwijs, weeshuizen, pensionaten, instituten voor doofstommen, blinden en voogdijkinderen. De lijst is waarschijnlijk nog niet eens volledig, maar het geeft een indruk van het uitgebreide werkterrein van de fraters van Tilburg en andere onderwijscongregaties. Vooral in Noord-Brabant en Limburg, maar ook daarbuiten, hebben deze congregaties van broeders (soms fraters genoemd) en zusters in de 19de en de 20ste eeuw op religieus, maatschappelijk en cultureel gebied onvoorstelbaar veel tot stand gebracht. De tijd was er rijp voor: het ontstaan van de katholieke emancipatiebeweging vanaf ca. 1800, de grondwet van 1848 en het herstel van de kerkelijke hiërarchie in 1853 veroorzaakten een spectaculaire opkomst van talloze religieuze broeder- en zustercongregaties. [Vugt, 1994] En wat betreft de fraters van Tilburg was ook de plaats bevorderlijk voor het stichten van een congregatie: de armoede van de arbeidersbevolking in het vroeg geïndustrialiseerde Tilburg moest iedereen die er oog voor had wel opvallen. Joannes Zwijsen, een energieke pastoor in Tilburg - later aartsbisschop van Utrecht - ontging het in ieder geval niet. De oprichting in 1844 van de 'Congregatie der Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid' (fig. 1) was een van zijn wapenfeiten ter bestrijding van de armoede in zijn parochie. [N.N., 1894]

1. Congregatiebeeldmerk van de Fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid.

De congregatie begon zeer bescheiden: de zorg voor zeven weesjongens was de belangrijkste taak. Dat dit kleine weeshuis zou uitgroeien tot de grootste Nederlandse broedercongregatie met een eerbiedwaardige reputatie op het gebied van onderwijs, pedagogiek en didactiek kon zelfs de visionaire Zwijsen niet bevroeden. In 1844 overheersten bij hem nog vooral onzekerheden: hoe in het bestaan van de congregatie te voorzien, en welk vak moesten de wezen leren? Dat de trappisten in het nabijgelegen Westmalle juist toen een tweedehands druk- en bindapparaat te koop hadden, kan te danken zijn aan Gods voorzienigheid. Het kan ook gewoon toeval zijn. In ieder geval kon Zwijsen zijn plan om een drukkerij te beginnen doorvoeren, en in 1846 zag de 'Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis' het licht. Het leverde bescheiden inkomsten op, de wezen leerden een vak, en kloosters in de omgeving konden hun boeken op een discrete wijze en tegen lage kosten bij het 'RKJW' bestellen. Nadat in 1848 vrijheid van onderwijs in de grondwet was vastgelegd, verscheen in 1850 het eerste door het RKJW uitgegeven boekje voor katholieke lagere scholen. Met dat ene, eenvoudige leesboekje was het eigenlijke werk van de drukkerij annex uitgeverij begonnen.

HET RKJW ALS KOEKOEKSJONG

Veel uitgaven van het RKJW kwamen op een bijzondere wijze tot stand. Frater-onderwijzers ontwikkelden in de fraterscholen nieuwe onderwijsmethoden en werden zo frater-auteurs. En na overleg met de frater-uitgeefdirecteur konden dan de frater-drukkers aan de slag. [Caesarius Mommers en Janssen, 1997] Dit alles pro Deo en Deo juvante. Deze samenwerking van door dezelfde idealen bezielde fraters bleek zeer vruchtbaar. Het leverde succesvolle schooluitgaven op, vooral op het gebied van lezen, schrijven, taal en rekenen, en dat tegen concurrerende prijzen: "De uiterst geringe prijs van de meeste uitgaven [van het RKJW] doen vreezen voor een bankroet van de zoo verdienstelijke congregatie." [J.G.S., 1906/1907] Werden tot 1900 nog veel bestaande methoden van het openbaar onderwijs nagevolgd of van een roomse kleur voorzien, na 1900 zette een professionalisering in, en onstonden er vele oorspronkelijke en vernieuwende onderwijsuitgaven (fig. 2). De in 1850 opgerichte eigen kweekschool leverde steeds beter toegeruste frater-onderwijzers op, en de faam van het RKJW werd in het begin van de 20ste eeuw vergroot door twee zeer bekende frater-pedagogen, Jozef Reynders (onder meer de leesmethode 'Ik Lees Al') en Sigebertus Rombouts (de 'koning van de schrijvende fraters'). [Vugt, 1991]

2. Tentoonstelling van de onderwijsuitgaven van het R.K. Jongensweeshuis met prominent aanwezige schoolwandkaarten (van voor naar achter: Europa, Noord-Brabant, Nederland (vierde druk, ca. 1920) en Palestina; foto uit [Caesarius Mommers en Janssen, 1997]).

Vooral in de laatste decade van de 19de eeuw ontwikkelde het RKJW zich als een koekoeksjong in het fratersnest. [N.N., 1947] Een onderwijswet uit 1889 maakte voor het eerst overheidssubsidie voor bijzondere scholen mogelijk. Katholieke scholen kregen daardoor meer armslag, en onder de doortastende leiding van de eveneens naar een aartsengel vernoemde directeur van het RKJW, frater Gabriël, was er een enorme groei. Ook het vak aardrijkskunde kreeg in deze periode eindelijk meer aandacht van de fraters. De eerder verschenen 'Geographische atlas met een handboekje' uit 1866 (derde druk, 1889) is een bewerking door ene 'F.C.' van een Belgische methode van Alexis M.G., en ziet er rommelig en onduidelijk uit. Maar rond 1895 moet het plan zijn ontstaan voor zelf ontworpen tekenatlassen (1897) en leerboekjes (beide zowel van Nederland als van Europa en de werelddelen) en tevens voor schoolwandkaarten van Nederland (1898) en Europa (1899). De frater-ontwerper van dit plan (mogelijk frater Arsenius Lommers, de auteur van de twee leerboekjes) zal gezocht hebben naar een collega voor het tekenen van de kaarten. Hij kon kiezen uit ruim 500 fraters.

3. Portret van frater Rafaël Klerkx (foto uit 'Verleden en heden van de congregatie der fraters van Tilburg' (1948) nr. 11).

RAFAËL DE RAADSELOOM

Peter Klerkx werd geboren op 23 oktober 1856 in Waalwijk, en een dag later gedoopt. Zijn ouders konden toen nog niet beseffen dat de dag van de doop, de feestdag van de Heilige Aartsengel Rafaël, later zijn kloosternaam zou bepalen: frater Rafaël Klerkx (fig. 3). Hij volgde de kweekschool van de fraters in Tilburg, werd novice (kandidaat-kloosterling) in 1875, legde in 1876 examen af als hulponderwijzer, en deed in 1878 zijn eeuwige kloostergeloften. Maar liefst vijftig jaar lang - van 1876 tot 1926 - heeft hij onderwijs gegeven aan lagere scholen in Grave, Den Bosch, Reusel, Deurne, Cuyk, Oss en in Tilburg ('t Heike, Korvel, Goirke, Heuvel). Buiten de school was hij actief als leider van een aan de 'Jongelingen-Congregatie van Maria Onbevlekt' verbonden koor, en zat bijna 25 jaar (1892-1916) in de redactie van 'De Engelbewaarder', een zeer bekend katholiek jeugdtijdschrift van de congregatie. Hij verzorgde daarin een populaire rubriek met raadsels en rebussen, hetgeen hem al snel een bijnaam opleverde: Rafaël de Raadseloom (fig. 4).

4. De redactie van 'De Engelbewaarder' in vergadering bijeen; v.l.n.r. de fraters Rafaël Klerkx, Barnabas Verhoeven en Jozef Reynders. Rafaël houdt een nummer van het tijdschrift en waarschijnlijk een rebus in zijn hand (foto uit [Caesarius Mommers en Janssen, 1997]).

Echter niet zijn raadsels en rebussen, maar zijn tekenvaardigheden waren aanleiding om deze frater via dit artikel uit de anonimiteit te halen. In 1880 behaalde Rafaël zijn onderwijsakte voor tekenen, en vanaf 1897 doceerde hij, naast zijn onderwijswerkzaamheden, het vak tekenen aan de kweekschool van de congregatie. Bovendien werd hij in 1899 benoemd tot onderwijsakte-examinator voor het vak tekenen. Een feit waar de congregatie trots op was: "In Noord-Brabant behooren sedert [1888], vrij geregeld, de Fraters onder de vroede mannen, belast met het afnemen der examens." [N.N., 1894, p. 127] Rond 1900 was Rafaël in feite dé frater-tekenaar van de congregatie, en het is dan ook geen wonder dat juist hij gevraagd werd voor het tekenen van de tekenatlaskaarten (1897) en de schoolwandkaarten van Nederland (1898), Europa (1899), Palestina (1902) en Noord-Brabant (1904). Gezien het feit dat de 19de-eeuwse uitgaven van het RKJW altijd anoniem gepubliceerd werden, is het daarbij opvallend dat de vier schoolwandkaarten alle prominent de auteurvermelding 'door Rafaël' hebben. De naam Rafaël is zelfs de eerste fraternaam die voorkomt in de sinds 1879 verschijnende fondscatalogi van het RKJW. [Gervasius Dominicus, 1965] Het is duidelijk dat Rafaël zijn schoolwandkaarten als eigen ontwerpen beschouwde, en niet als bewerkingen van andere kaarten. Om dit te kunnen verifiëren zullen we hieronder proberen het kaartontwerp van de eerst verschenen en meest herdrukte schoolwandkaart, de kaart van Nederland, te reconstrueren.

5. Schoolwandkaart 'Nederland' van Rafaël uitgegeven door het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg en gedrukt door W.R. Casparie en Zoon te Groningen (derde druk, ca. 1912, 6 bladen, 178 x 151 cm, schaal ca. 1:180.000).

DE GENESE VAN EEN SCHOOLWANDKAART

We moeten ons daarbij beperken tot de reconstructie van het kaartontwerp van de derde druk van de Nederland-kaart (ca. 1912, fig. 5). De eerste en tweede druk lijken vooralsnog van de aardbodem verdwenen, en zijn zelfs niet te vinden in het archief van de fraters, noch in het archief van het RKJW (thans uitgeverij Zwijsen, en ondergebracht bij het Regionaal Archief Tilburg).

I. De indeling van het land

Tijdens het maken van de allereerste ontwerpschetsen heeft Rafaël - als bijbelkenner - mogelijk gedacht aan die bekende spreuk in het boek Genesis: "In het begin schiep God hemel en aarde. Maar de aarde was nog ongeordend en leeg." Want hoe moet een leek op kartografisch gebied zoiets aanpakken? "Zoo sober mogelijk" staat er in het voorwoord van de tekenatlassen, en die indruk maakt de schoolwandkaart ook: duidelijk van een afstand, en relatief weinig topografie voor een schoolwandkaart uit 1898. Rafaëls ervaring met het aardrijkskunde-onderwijs en met het bevattingsvermogen van leerlingen op lagere scholen zal hiervoor bepalend zijn geweest. Collega-onderwijzers zoals R. Bos [Brink, 2006] en G. Prop [Brink, 2005a] zouden enkele jaren later ook veel succes hebben met sobere en duidelijke schoolwandkaarten.

Een sobere kaart dus, maar met grondsoorten (soms 'geologisch' genoemd) of staatkundig, d.w.z. met provinciekleuren? Grondsoortenkaarten van Nederland waren vanaf ca. 1875 in de mode, en in plaats gekomen van de staatkundige schoolwandkaarten uit de periode 1845-1875 [Brink, 2007b]. Starings schoolkaart (1860) en geologische kaart (1858-1867) en het in 1884 door de schoolgeograaf Schuiling geïntroduceerde concept van de 'natuurlijke landschappen' hebben deze ontwikkeling in belangrijke mate gestuurd. Maar fraters zijn veelal traditioneel en wars van modeverschijnselen. Waarschijnlijk vond Rafaël een indeling van Nederland naar natuurlijke landschappen te wetenschappelijk voor de lagere school. Op de vraag "waar ligt Tilburg?" moest het antwoord luiden "in Noord-Brabant", en niet "op het Maas- en Rijndiluvium". Ergo: een provinciegewijze behandeling van Nederland en kleuren voor de afzonderlijke provincies. Met de keuze van deze kleuren op de eerste druk zijn Rafaël en/of de ingehuurde drukker (waarschijnlijk W.R. Casparie en Zoon in Groningen) blijkbaar de mist ingegaan. De schoolgeograaf Niermeyer was zeer uitgesproken: "het is haast ongeloofelijk [leelijk van kleuren]". [Niermeyer, 1902] Deze kritiek was niet aan dovemans oren gericht, want de derde druk heeft aangename, zachte kleuren voor de provincies. Voeg daaraan toe een rood netwerk van spoorlijnen, duidelijke lichtbruine hoogtecijfers, en eenvoudige lichtbruine schrapjes voor de tekening van heuvels en duinen, en het ongeordende en lege land begint vorm te krijgen.

6. Fragment (Rozendaal en omgeving) van de schoolwandkaart 'Provincie Noord Brabant' van A.B. van Lieshout uitgegeven door A.J. Bogaerts te Breda (1857, schaal 1:100.000, collectie Bodel Nijenhuis Bibliotheek Universiteit Leiden). Plaatsen in Noord-Brabant zijn aangegeven met beginletters.

Er moest echter nog een beslissing worden genomen over de aardrijkskundige namen, een punt dat altijd veel discussie heeft losgemaakt in de onderwijswereld. Geheel blinde schoolwandkaarten zonder namen waren rond 1900 nog in zwang, maar Rafaël wilde de leerlingen deze 'vanbuitenleerderij' [Sigebertus Rombouts, 1941] besparen. Het lijkt er sterk op dat Rafaël voor de hoofdkaart als ontwerpprincipe heeft gehanteerd: alles moet op een flinke afstand nog goed leesbaar zijn. Maar van afstand leesbare, met grote letters gedrukte namen leveren een lelijk en onrustig kaartbeeld op. De tussenoplossing van Rafaël - grote beginletters van de namen van plaatsen, eilanden, rivieren en kanalen - is dan een logische stap: er worden geen te hoge eisen gesteld aan het geheugen van de leerlingen, overhoren is nog steeds mogelijk, de kaart blijft duidelijk en iedereen ziet hetzelfde. Beginletters werden rond 1900 ook al toegepast op de toonaangevende Duitse schoolwandkaarten van Justus Perthes. De eerste schoolwandkaart van Noord-Brabant van Van Lieshout uit 1856 is er tevens mee bezaaid (fig. 6), en heeft mogelijk als voorbeeld gediend voor Rafaël. In de provincie Noord-Brabant op Rafaëls kaart staan overigens relatief veel (40) plaatsen vermeld, ruim twee maal zoveel als in het volkrijke Zuid-Holland (18). Deze identificatie met de eigen katholieke groep was natuurlijk wel te verwachten.

7. 'Geologische kaart van het Koninkrijk der Nederlanden' van C.A.C. Kruyder uitgegeven door De Erven J.J. Tijl te Zwolle (1880, schaal 1:400.000, Bijzondere Collecties Bibliotheek Universiteit van Amsterdam). De kaart is een verkleinde uitgave van de 'Geologische Schoolkaart etc.' (eerste druk, 1878, schaal 1:200.000). Beide kaarten hebben een zwarte zee.

II. De zwarte zee en het licht in de duisternis

Het meest opvallende aan Rafaëls kaart is ongetwijfeld het feit dat de zee zwart is uitgevoerd. Het kan niet anders of Rafaël heeft dit overgenomen van Kruyders 'Geologische schoolkaart van het Koninkrijk der Nederlanden', de enige andere schoolwandkaart van Nederland met een zwarte zee (fig. 7). Commercieel gezien was dat een goede zet, aangezien de kaart van Kruyder in de periode 1878-1915 toonaangevend was en druk op druk beleefde (tabel 1). Een zwarte zee is uitzonderlijk, maar op Rafaëls kaart wel consequent, omdat alle rivieren, beken, kanalen en meren ook met zwart zijn aangegeven. Druktechnisch heeft het als voordeel dat er geen aparte kleur voor de zee nodig is, waardoor het aantal drukstenen niet al te groot wordt. Er kleeft echter één groot nadeel aan een zwarte zee: het is een onnatuurlijke kleur, en de kaart krijgt er een sombere, ja zelfs naargeestige uitstraling van. [Brink, 2004] Dit laatste moet Rafaël ook hebben beseft. De oplossing die deze godvruchtige frater voor dit probleem bedacht, staat al gegeven in het boek Genesis: "Over de wereldzee heerste duisternis. … God sprak: Daar zij licht." Rafaël plaatste zeven vuurtorens en de tot een vuurtoren omgebouwde kerktoren van Westkapelle op zijn kaart, elk met een zichtbaarheidsgrens (fig. 8). De zee ziet er door deze acht brengers van licht in de duisternis een stuk minder naargeestig en onveilig uit.

8. Fragment (Den Helder en omgeving) van Rafaëls schoolwandkaart van Nederland (derde druk, ca. 1912) met vuurtorens (Egmond, Kijkduin en Terschelling) en zichtbaarheidsgrenzen.

Vuurtorens worden op schoolkaarten weinig aangetroffen, en vuurtorens met zichtbaarheidsgrenzen zijn helemaal een zeldzaamheid. De aanwezigheid van deze grenzen in de schoolatlassen en schoolwandkaarten van Nederlands Oost-Indië van W. van Gelder kan Rafaël op een idee hebben gebracht. De met een rebus-achtig symbool (vuur op een toren) aangeduide 'voornaamste vuurtorens' op Rafaëls kaart geven niet alleen de zee een aangenamer aanzicht, maar de overlappende cirkels (straal circa 40 km) geven ook duidelijk het systeem van de aaneengesloten kustverlichting aan, waarbij vanaf veilige afstand van de kust altijd minstens één herkenbaar licht is te zien. [Crommelin en Suchtelen, 1978] Is het niet opmerkelijk dat dit voor een zeevarende natie relevante aspect op bijna geen enkele andere schoolkaart van Nederland te vinden is? Opvallend is ten slotte dat de vuurtorens van Ameland en Terschelling op Rafaëls kaart niet op de juiste plaats staan (Ameland: midden in plaats van westen; Terschelling: Noordvaarder in plaats van West-Terschelling). Rafaël is blijkbaar nooit op deze Waddeneilanden geweest. Wat had een Brabantse frater daar ook te zoeken?

III. Grondsoorten, landbouw en de versieringen

De vorm van Nederland maakt het mogelijk om in drie hoeken van een Nederland-kaart aanvullende gegevens te plaatsen. De linker bovenhoek, de Noordzee, wordt door zijn egale achtergrond meestal gebruikt voor de kaarttitel en andere kaartgegevens. Een deel van België in de linker onderhoek en/of een deel van Duitsland in de rechter onderhoek worden soms opgeofferd voor een legenda en/of inzetten. Rafaël heeft zich ook aan dit stramien geconformeerd, en kon daardoor met een grondsoortenkaartje van Nederland rechtsonder toch enigszins tegemoetkomen aan de vraag in de onderwijswereld naar grondsoorten en natuurlijke landschappen. Het is wel jammer dat hij daardoor afbreuk doet aan zijn eerder gehanteerde ontwerpprincipe dat alles op een flinke afstand nog goed leesbaar moet zijn. De grondsoorten zijn op de derde druk vrij grof getekend, en waarschijnlijk een generalisatie van een generalisatie van Starings geologische kaart (fig. 9 rechts). Verder zijn de kleuren voor het hoogveen - donkergeel - en het laagveen - roze - ongebruikelijk en verwarrend. De grondsoortenkaartjes op de vierde en vijfde druk zijn wat betreft tekening en kleurkeuze veel beter. Dat Rafaël gericht was op het verbeteren van elke druk van zijn kaart, blijkt overigens ook uit het vervangen op de vijfde druk van de term 'laagveen' door 'verdronken hoogveen' na een opmerking hierover in het tijdschrift voor onderwijsgevende kloosterlingen, 'Ons Eigen Blad'. [Velthuis, 1930]

9. Noord- en Oost-Nederland; links: fragment van de 'Landbouwkaart van Nederland voor schoolgebruik' van J.A. ten Klooster (uitgave P. Engels & Zn. te Leiden, 1881, Bijzondere Collecties Bibliotheek Universiteit van Amsterdam); rechts: fragment van het grondsoortenkaartje van Rafaëls schoolwandkaart van Nederland (derde druk, ca. 1912). De productnamen vertonen vrij veel overeenkomsten.

De bemoeienissen van de fraters met het agrarisch onderwijs en de opkomst van de economische geografie rond 1900 hebben waarschijnlijk veroorzaakt dat op het grondsoortenkaartje ook producten van landbouw en veeteelt met hun namen staan aangegeven. Voor deze namen geldt nog sterker dan voor de grondsoortenkleuren dat ze op geringe afstand al onleesbaar zijn, en daarom eigenlijk niet thuis horen op een wandkaart. Het idee voor deze productnamen en mogelijk ook een deel van de gegevens zelf lijken afkomstig van één van de eerste thematische schoolwandkaarten in Nederland: de 'Landbouwkaart van Nederland voor schoolgebruik' van J.A. ten Klooster uit 1881 (fig. 9). [Brink, 2007c] Op de kaart van Ten Klooster worden de producten echter gerelateerd aan het bodemgebruik (weiland, bouwland, woeste grond), en niet - zoals bij Rafaël - aan de grondsoorten.

Rafaëls kaart bevat in vergelijking met andere schoolwandkaarten relatief veel versieringen: het brede sierkader, het wapen van Nederland, de sierletters van de kaarttitel en het opgekrulde inzetkaartje. Verwonderlijk is dit niet want, zo valt in de 'Encyclopedie van Noord-Brabant' te lezen, "de katholiek neigt tot opsiering". De krul van het grondsoortenkaartje is misschien een ode aan de met een vergelijkbare krul uitgevoerde 'Schoolkaart voor de natuurkunde en de volksvlijt van Nederland' van Staring uit 1860, de eerste grondsoortenkaart van Nederland. Het wapen van Nederland lijkt de oranjegezindheid van katholieken te willen benadrukken, in een tijd dat in sommige kringen nog steeds de betrouwbaarheid van katholieken als staatsburgers werd betwijfeld.

ROOMSCHE KLEUR IN HET WERK

De kweekschool van de congregatie en de door fraters geleide lagere scholen kenden een sterke verstrengeling van onderwijs en katholicisme (fig. 10). De godsdienstige vorming diende in alle lessen naar voren te komen, en ook "het aardrijkskundevak zal nu en dan 'n steentje kunnen aandragen tot 't optrekken van het geestelijk gebouw van het zieleleven." [Evodius Schollen, 1914] Op het eerste gezicht is daarvan op Rafaëls kaart van Nederland niets te merken. Mogelijk was het de bedoeling om de kaart ook voor neutrale scholen acceptabel te maken. Maar wie wat langer kijkt zal het opvallen dat raadseloom Rafaël toch enkele katholieke elementen in de kaart heeft weten te verschuilen. Hieronder volgt onze oplossing.

10. Studieklas van de kweekschool van de fraters met een Heilig Hartbeeld, een symbool van de toewijding van de kweekschool aan Jezus (foto uit 'Het vijf en zeventig jarig bestaan der kweekschool voor frater-onderwijzers', 1925). Aan weerszijden van het beeld hangen Duitse schoolwandkaarten (onder meer 'Bambergs Schulwandkarte von Afrika').

Er zijn slechts enkele plaatsen in België aangegeven, en maar één met minder dan 5000 inwoners: Maaseik. Het is geen toeval dat juist daar de fraters van Tilburg in 1851 een internaat voor dove en blinde jongens hadden gesticht. Ook in Duitsland ('Pruisen') worden slechts een paar plaatsen aangeduid, maar één ervan is Kevelaar, een bekend bedevaartsoord met Mariaverering. In Nederland hebben enkele kleine plaatsen hun stip en beginletter op de kaart waarschijnlijk alleen te danken aan de daar gehouden bedevaart (Heiloo, Brielle, Hasselt, Oirschot, Boxmeer). En als 'Ons Eigen Blad' in 1914 meldt dat een gebouw als Rolduc (voormalige abdij, daarna klein-seminarie) en een plaats als Volendam ("een Roomsch eilandje" in een protestantse streek) genoemd moeten worden bij "Roomsch-aardrijkskundig onderwijs", dan is het niet toevallig dat deze twee op de vierde druk (ca. 1920) opeens pontificaal aanwezig zijn.

OORDEEL

Door zijn onderwijservaring op diverse lagere scholen moet Rafaël goed bekend zijn geweest met het aardrijkskunde-onderwijs en de daarbij gebruikte school(wand)kaarten in het laatste kwart van de 19de eeuw. Zijn Nederland-kaart draagt daar de sporen van: beginletters (Van Lieshout?), zwarte zee (Kruyder), zichtbaarheidsgrenzen (Van Gelder?), grondsoorten (Staring) en landbouwproducten (Ten Klooster?). De combinatie van al deze invloeden is echter nieuw, en levert een zeer karakteristieke kaart op. Ook de kaarten van Europa, Palestina en Noord-Brabant zijn direct te herkennen als echte Rafaëls. Het is dan ook terecht dat hij het in 1898 aandurfde om als eerste frater van de congregatie zijn naam - ook al was het dan zijn kloosternaam - nadrukkelijk op een uitgave te plaatsen. De kaart viel, gezien de vier herdrukken, in de smaak bij (katholieke) scholen. De doorgaans toch bescheiden Fraters van Tilburg durfden in een advertentie in 'De Katholieke Onderwijzer' van 1903 te beweren: "Algemeen is deze kaart als de beste en geschiktste voor de school aanbevolen." Natuurlijk droegen de lage prijs en het feit dat kaarten van Roomse origine dun gezaaid waren ook tot het succes bij.

Fraters werden, ondanks hun kloostergeloften, soms leken genoemd om ze te onderscheiden van gewijde priesters. En ook op kartografisch gebied kon Rafaël, ondanks zijn tekenakte, als een leek worden beschouwd. Zijn schoolwandkaart van Nederland is dan ook geen kartografisch hoogstandje. Denk aan de lelijke kleuren op de eerste druk, de zwarte zee, de onduidelijke inzet en het ontbreken van een schaal. Ook zijn er enkele fouten en inconsequenties aan te wijzen: de destijds grootste plaats in Drenthe (Emmen) ontbreekt, vuurtorens staan niet op de juiste plaats en de heuveltekening is incorrect (bij Deurne de enige heuvels van Noord-Brabant). Het zal aan het geïsoleerde kloosterleven liggen dat sommige van deze fouten in opeenvolgende drukken steeds weer terugkomen. Rafaël heeft weliswaar het tijdschrift voor onderwijsgevende kloosterlingen 'Ons Eigen Blad' goed bestudeerd, maar contacten met onderwijzers en aardrijkskundeleraren zullen spaarzaam geweest zijn. Geen kartografisch hoogstandje dus, maar de soberheid en de duidelijkheid van deze kaart uit 1898 maken weer veel goed. Daarvoor zijn er in de 19de-eeuwse (school)kartografie te veel voorbeelden geweest van wandkaarten, die door overlading vrijwel onbruikbaar zijn geworden. [Brink en Holl, 2005b] Alles op de hoofdkaart van Rafaëls 'Nederland' is tot bijna zeven meter afstand nog duidelijk te zien, een ontwerpprincipe dat maar op weinig 19de-eeuwse (school)wandkaarten toegepast is. Deze kaart is daarmee een voorbeeld van hoe honderd jaar geleden gebrek aan kartografische deskundigheid en opleiding voor een groot deel goedgemaakt kon worden door eigen ervaring, ijver en bezieling. [Vugt, 1991, p. 36] Er staat dan ook geschreven in de kloosterorde van de fraters, het 'Directorium': "Onze deugd op aarde bestaat niet in volmaakt te zijn, maar in volmaakt te willen worden." [N.N., 1929, p. 206]

NAAR HET BETERE LAND

Op de feestdag van de Heilige Blasius van Sebaste, 3 februari, in het jaar 1942 verliet frater Rafaël een in brand staande, Jeroen Bosch-achtige wereld, en vertrok - zoals dat in zijn kringen werd genoemd - 'naar het Betere Land' (fig. 11). Zo lang er nog schoolwandkaarten bestaan met de vermelding 'door Rafaël' leeft zijn naam echter voort in deze stoffelijke wereld. Als beoefenaar van de moeder aller deugden: de ootmoedigheid - de erkenning van onze armoede en nietigheid [N.N., 1929, p. 188-189] - zal het hem daar overigens helemaal niet om te doen zijn geweest.

11. Grafkruis van Rafaël in het fraterskerkhof achter het voormalige bejaardentehuis van de fraters, 'Huize Steenwijk', in Vught (foto L. Brink).



Literatuur

-Brink, L.E.S., 'Herzien door K. Zeeman': Het verhaal van de gedreven schoolkartograaf. - In: Kartografisch Tijdschrift XXIX (2003) nr. 2, p. 19-25.

-Brink, L.E.S., Een zee zo zwart als de nacht: De geologische schoolwandkaart van Noord-Holland van W. Kloeke. - In: Caert-Thresoor 23 (2004), p. 42-47.

-Brink, L.E.S., De aardrijkskundige wandkaarten van uitgeverij W.J. Thieme & Cie. - In: Geo-Info 2 (2005a), p. 410-417.

-Brink, L.E.S. en L.M.A. Holl, De wereld tussen twee stokken: De geschiedenis van de Nederlandse schoolwandkaarten. - Nijmegen, 2005b. - p. 6-16.

-Brink, L.E.S., Nog meer kaarten van Bos: R. Bos uit de schaduw van P.R. Bos. - In: Geografie 15 (2006), p. 38-39.

-Brink, L.E.S., Reliëf op schoolwandkaarten rond 1900: De diepe kloof tussen pedagoog en cartograaf. - In: Geografie 16 (2007a), p. 30-33.

-Brink, L.E.S., Bibliografie en foto-overzicht van de Nederlandse schoolwandkaarten (1801-1975). - Nijmegen, 2007b.

-Brink, L.E.S., Thematische verschijnselen in de Nederlandse schoolwandkaarten. - In: Geo-Info 4 (2007c), p. 172-180.

-Caesarius Mommers en G. Janssen, Zwijsen, een passie voor uitgeven: Geschiedenis van een educatieve uitgeverij. - Tilburg, 1997.

-Crommelin, L. en H. van Suchtelen, Nederlandse vuurtorens: Bouwgeschiedenis en organisatie. - Nieuwkoop, 1978.

-Evodius Schollen, Roomsch-aardrijkskundig onderwijs? - In: Ons Eigen Blad 2 (1914), p. 17-18.

-Gervasius Dominicus, Grepen uit de geschiedenis van de uitgeverij ener congregatie. - Tilburg, [ca. 1965]. - p. 38.

-J.G.S., Uitgave van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg. - In: De Katholieke Onderwijzer (1906/1907), p. 676.

-N.N., Gouden jubeljaar van de congregatie der fraters van O.L.V. Moeder van Barmhartigheid. - Tilburg, 1894.

-N.N., Directorium van de congregatie der fraters van O.L.V. Moeder van Barmhartigheid te Tilburg. - Tilburg, 1929.

-N.N., Het eeuwfeest van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis. - In: Verleden en heden van de congregatie der fraters van Tilburg (1947) nr. 9, p. 46.

-N.N., Naar het Betere Land. - In: Verleden en heden van de congregatie der fraters van Tilburg (1948) nr. 11, p. 20.

-Niermeyer, J.F., De tentoonstellingen in Antwerpen en in Amsterdam. - In: Tijdschrift van het Kon. Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap XIX (1902), p. 863.

-Sigebertus Rombouts, Naar een betere methodiek!: II. De zaakvakken. - Tilburg, 1941. - p. 44.

-Velthuis, G., Het natuurlandschap Nederland. - In: Ons Eigen Blad 18 (1930), p. 436.

-Vugt, J.P.A. van, Roomsche kleur In 't Werk: Een korte geschiedenis van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis (RKJW). - In: Kennis en Deugd. - Nijmegen, 1991.

-Vugt, J.P.A. van, Broeders in de katholieke beweging. - Nijmegen, 1994.


Samenvatting

De schoolwandkaart van Nederland van het R.K. Jongensweeshuis behoorde in de eerste decennia van de 20ste eeuw tot de meest gebruikte kaarten bij het aardrijkskunde-onderwijs. Niet alleen de uitgever is opvallend, maar ook de auteur: frater Rafaël. Zonder enige kartografische opleiding, maar met veel ervaring als onderwijzer en tekenleraar, ontwierp deze frater van een onderwijscongregatie een succesvolle wandkaart. De combinatie van diverse elementen uit rond 1890 veel gebruikte Nederlandse school(wand)kaarten leverde een karakteristieke kaart op. Vooral door de soberheid van deze kaart kan Rafaël in één adem genoemd worden met onderwijsgevende schoolkartografen als J.J. ten Have, R. Bos en G. Prop, die rond 1900 de volledigheid opofferden voor de duidelijkheid.



homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand