gepubliceerd in: Kleio, 56 (2015), nr. 4, p. 40-45

Antiquariaat  De Wereld aan de Wand

homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand

XXIV
De Nederlandse geschiedkundige schoolwandkaarten
van Brill en Wolters: Ieder zijn vak


door Lowie Brink

Het is al vaker verzucht in dit tijdschrift: geschiedenisvaklokalen ontbreken veelal in scholen voor voortgezet onderwijs, terwijl aardrijkskundevaklokalen er wel gangbaar zijn. Een daarmee samenhangende achterstelling treffen we ook aan bij de schoolwandkaarten die bij deze twee vakken zijn gebruikt.

Zowel het geschiedenisonderwijs als het aardrijkskundeonderwijs kwam in de tweede helft van de 19de eeuw tot ontplooiing. Maar terwijl een groot aantal Nederlandse uitgevers in deze periode op de proppen kwam met een een scala aan aardrijkskundewandkaarten, verschenen er vrijwel geen geschiedeniswandkaarten. Als er al wandkaarten werden gebruikt bij het geschiedenisonderwijs, dan waren dat óf aardrijkskundewandkaarten óf Duitse geschiedeniswandkaarten (van Kiepert of Bretschneider). Pas vanaf 1908 breken de geschiedeniswandkaarten in Nederland door, maar in de loop van de 20ste eeuw bleek een echte opkomst uit te blijven. Naast enkele series voor de lagere school zijn er slechts drie wandkaartenseries van de algemene geschiedenis verschenen voor het voortgezet onderwijs, namelijk van de uitgevers Malmberg (1918), Brill (1953) en Wolters (1956-57). In het nu volgende vergelijken we de twee series van Brill en Wolters met elkaar. Enerzijds als een bijdrage aan de geschiedenis van de geschiedeniskartografie, maar anderzijds geeft het lezers van dit blad mogelijk aanleiding om de kwaliteit van de nieuwste, digitale geschiedeniswandkaarten te toetsen aan die van de papieren kaarten uit de jaren '50: is er wel sprake van vooruitgang?

BRILL: GEEN ENKELE ERVARING

Nederlandse uitgevers probeerden op verschillende manieren de nadelige gevolgen van de Tweede Wereldoorlog te boven te komen. De wetenschappelijke uitgeverij Brill in Leiden zag zijn buitenlandse afzet wegvallen, en startte met de uitgave van schoolboeken voor de binnenlandse markt om de omzet op peil te houden. [Veen, 2008] De twaalf geschiedeniswandkaarten uit 1953 kunnen waarschijnlijk ook in dat licht worden gezien. In ieder geval leek de uitgave een verstandige zet aangezien er sinds 1918 geen geschiedeniswandkaarten van de algemene geschiedenis meer waren verschenen. Niet alleen uitgever Brill maar ook auteur Kars had een band met universiteitsstad Leiden. Na een in 1929 afgeronde studie geschiedenis in Leiden werd Cornelis Johannes Petrus Kars (1903-1992) leraar geschiedenis en aardrijkskunde onder meer aan het gymnasium in Leiden. Met de wetenschappelijke onderbouwing van deze serie wandkaarten moet het dus wel goed zitten. Maar dat geeft natuurlijk nog geen garantie voor de bruikbaarheid ervan.

Wandkaartcode GES_BQ_F
1. Fragment (België en Nederland) van 'De Franse tijd' van C.J.P. Kars ([1953], gehele kaart 81 x 110 cm). Het gebruik van pijlen geeft deze kaart een dynamische uitstraling.

Positief is dat de serie uit twaalf kaarten bestaat, die evenwichtig verdeeld zijn over de geschiedenis vanaf de Griekse wereld tot en met de Tweede Wereldoorlog. Er zijn zelfs vier aparte wandkaarten van Europa voor de perioden 1300-1500, 16de eeuw, 17de eeuw en 18de eeuw, zodat op een bijna filmische wijze een overzicht verkregen wordt. De wandkaarten van Kars geven voornamelijk politiek-militaire geschiedenis, met slechts sporadisch een economisch gegeven, maar ook bij de hierna te bespreken serie van Wolters is het niet veel anders. Een gunstig aspect van de wandkaartenserie van Kars is het feit dat getracht is ontwikkelingen in de op een kaart behandelde periode aan te geven met randkleuren en pijlen (figuur 1). Geschiedeniswandkaarten van voor 1950 geven meestal een vrij statisch beeld, zelfs als ze een lange periode behandelen. Vooral het gebruik door Kars van pijlen geeft een wat dynamischer kaartbeeld en kan een vernieuwing worden genoemd.

Wandkaartcode GES_BQ_K
2. Fragment (inzetkaart 'Stad Jeruzalem 1099') van 'De kruistochten 1096-1270' van C.J.P. Kars ([1953], gehele kaart 81 x 110 cm). Deze inzet heeft een onregelmatige vorm en grenst weer aan een andere inzet met eveneens een onregelmatige vorm.

De positieve eigenschappen van Kars' wandkaarten (periodisering, dynamiek) worden echter helaas grotendeels ondergesneeuwd door een groot aantal negatieve eigenschappen, die door samenwerking met een kartograaf eenvoudig te voorkomen waren geweest:
-Een onrustig kaartbeeld wordt verkregen door maar liefst achttien, steeds weer anders vormgegeven inzetten (figuur 2) en door Europa niet steeds op dezelfde schaal af te beelden.
-De generalisering (vereenvoudiging) van bijvoorbeeld de kustlijnen is ronduit slecht en steeds weer anders uitgevoerd. Zo heeft Ierland op elke kaart weer een compleet andere vorm.
-De met versieringen uitgevoerde titelcartouches zijn steeds uitgevoerd in de stijl van de tijd van de betreffende kaart, maar jammer is dat de daarin geplaatste kaarttitels meestal onleesbaar zijn van een afstand.
-Doorgaans is er één legenda, soms ook niet en soms zijn er twee, maar ze staan altijd weer verscholen op plekken waar toevallig nog wat ruimte over was.
-Er wordt een scala aan onharmonische, harde en soms felle vlakkleuren gebruikt, wat een onaangenaam en onrustig beeld geeft (zie bijvoorbeeld figuur 3). Landen die op een bepaalde wandkaart van Kars toevallig (fel)rood worden gekleurd, krijgen daardoor onbedoeld te veel nadruk. Verder is van enige kleursystematiek (bijvoorbeeld Engeland steeds roze) geen sprake.
-Diverse andere kartografische fouten verminderen de gebruikswaarde van de wandkaarten. Zoals de overdreven dikke en lelijke zwarte lijn in de kaart 'Imperium Romanum', die overal een scherp afgebakende, in werkelijkheid niet bestaande grens suggereert (figuur 4), of de witte kleur in de kaart 'Europa 1914 1918' (figuur 3) voor zowel niet-versperde zeegebieden als voor neutrale landen, die zorgt voor een onduidelijk kaartbeeld van Europa.
-En ten slotte zijn er te veel geschiedkundige details in de wandkaarten verwerkt, waardoor de overzichtelijkheid en de leesbaarheid op afstand geschaad worden. Kars wil teveel van zijn kennis op het beperkte oppervlak van een op afstand te gebruiken wandkaart kwijt.

Wandkaartcode GES_BQ_E
3. 'Europa 1914 1918' van C.J.P. Kars ([1953], 82 x 110 cm). De onharmonische en harde kleuren van deze kaart maken een onaangename indruk.

Deze lijst van tekortkomingen vermindert de bruikbaarheid van Kars' wandkaartenserie. Er is geen duidelijke verbetering ten opzichte van de serie wandkaarten voor algemene geschiedenis van Kleijntjens en De Bie uit 1918. Uitgeverij Brill heeft het bij deze ene druk van vijfhonderd exemplaren gehouden, en is zich weer volledig gaan concentreren op wetenschappelijke uitgaven. Het is dan ook geen eenvoudige opgave om het complexe verloop van de Europese geschiedenis overzichtelijk en op afstand leesbaar weer te geven op een aantal wandkaarten. Kennis van de geschiedenis is daarvoor niet voldoende. Ervaring met de vervaardiging van schoolwandkaarten is ook essentieel. In 1956 zou eindelijk uitgeverij Wolters - de marktleider met 84 jaar ervaring met aardrijkskundige schoolwandkaarten en in het bezit van een 'Cartografisch Instituut' - zich wagen op het gebied van geschiedkundige schoolwandkaarten.

Wandkaartcode GES_BQ_R
4. 'Imperium Romanum' van C.J.P. Kars ([1953], 82 x 111 cm). De dikke zwarte lijn suggereert een scherp afgebakende grens.

WOLTERS: OUDE ROT IN HET VAK

Hoe de Groningse uitgever Wolters in contact is gekomen met de Tilburgse frater Petrus Egidius van Oirschot (1908-19??, kloosternaam Frater Floridus) is niet duidelijk, maar een feit is dat de zestien wandkaarten van de serie van Wolters als eerste auteur Van Oirschot vermelden, een frater-onderwijzer en later geschiedenisleraar en directeur van een MAVO. Contact maken met de tweede auteur, Pieter Eibergen (1889-19??), was voor Wolters niet nodig aangezien deze Groningse aardrijkskunde- en geschiedenisleraar al vanaf 1936 redacteur was van één van de paradepaardjes van Wolters, de Bosatlas. De bijdrage van Eibergen, een van de bekendste schoolkartografen uit die tijd, zou van grote betekenis blijken te zijn voor de kartografische vormgeving van de wandkaarten.

Wandkaartcode GES_WO_A
5. De Bourgondische landen; links: 'Het Bourgondische Rijk in 1476' van A.A. Beekman in de 'Geschiedkundige atlas van Nederland' (atlaskaart 1915, 50 x 37 cm), rechts: 'Bourgondische landen' van P.E. van Oirschot en P. Eibergen ([1956], 91 x 75 cm). De groei van het Bourgondische Rijk is op de wandkaart door middel van drie kleuren goed te volgen.

De wandkaartenserie van Van Oirschot en Eibergen bestaat uit vijf kaarten van de vaderlandse geschiedenis (1956) en elf kaarten van de algemene geschiedenis (1956-1957). De Nederlandse geschiedenis wordt dus maar karig bedeeld, maar de belangrijkste onderwerpen komen aan bod (Bourgondische landen, 1555, 1648, ontdekkingsreizen, 1815-1839) en er wordt niet krampachtig geprobeerd de hele Nederlandse geschiedenis op een beperkt aantal ontwikkelingskaarten te behandelen. De vaderlandse geschiedeniskaarten zijn dan ook vooral eenvoudige situatiekaarten, maar ze blinken uit door hun heldere kaartbeeld. Alleen de kaart van de 'Bourgondische landen' is een ontwikkelingskaart te noemen. De territoriale ontwikkeling op deze kaart van het gebied van Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute is mogelijk nog nooit eerder zo overzichtelijk voorgesteld (figuur 5 rechts). Zoals te verwachten valt is de 'Geschiedkundige atlas van Nederland' (1913-1938) de belangrijkste kaartbron geweest van de vijf vaderlandse geschiedeniskaarten van deze serie (figuur 5). De niet door de auteurs opgegeven kaartbronnen van de elf algemene geschiedeniskaarten zijn daarentegen lastig vast te stellen, maar het idee om 'De Oude Wereld' te verdelen over twee wandkaarten (het oosten en het westen) zou afkomstig kunnen zijn van de twee vergelijkbare kaarten ('Die Alte Welt', westlicher Teil/östlicher Teil) in Putzgers 'Historischer Schulatlas'.

Wandkaartcode GES_WO_K
6. 'Europa ±1700 en handel en visserij van de Republiek' van P.E. van Oirschot en P. Eibergen ([1956], 91 x 75 cm). Dit is een van de weinige geschiedeniswandkaarten waarin economische geschiedenis aan bod komt.

Ook Van Oirschot en Eibergen hebben zich niet kunnen ontworstelen aan het door Toebes gesignaleerde 'primaat van de politieke geschiedenis'. [Toebes, 1976] De aandacht voor economische geschiedenis is weer beperkt. De kaarttitel 'Europa ±1700 en handel en visserij van de Republiek' (figuur 6) suggereert een economische geschiedeniswandkaart, maar alleen enkele uit Nederland vertrekkende pijlen symboliseren handel en visserij. Vernieuwend is wel dat de chronologisch gezien laatste wandkaart van de elf algemene geschiedeniskaarten ('De wereld van 1920-1957') nu eens niet - zoals de andere tien kaarten - over de Europese geschiedenis handelt, maar ook de rest van de wereld erbij betrekt. In de nuttige, op de linnen achterzijden van de wandkaarten gedrukte toelichtingen gaat Van Oirschot gedetailleerd in op alles wat op de kaart staat aangegeven. Hierbij is af en toe duidelijk de stem van Frater Floridus te horen: "In deze laat-antieke wereld viel de allervoornaamste gebeurtenis voor: de Geboorte van Christus." [Oirschot, 1956]

Wandkaartcode GES_WO_L
7. Fragment (inzetkaart 'Groei v/d Ver. Staten') van 'Europa omstreeks 1789 - Groei van de Ver. Staten' van P.E. van Oirschot en P. Eibergen ([1957], gehele kaart 73 x 93 cm). Deze inzet is ondanks zijn kleine formaat toch nog op afstand leesbaar.

Alle zestien delen van de wandkaartenserie vertonen de karakteristieke kaartstijl van het 'Cartografisch Instituut J.B. Wolters': sober, duidelijk en een helder kleurgebruik. Deze kaartstijl treffen we ook aan in de tot 1956 door Eibergen geredigeerde 'Bos-Niermeyer schoolatlas der gehele aarde'. Zonder twijfel was Eibergen verantwoordelijk voor de kleuren op de geschiedeniswandkaarten, aangezien we vrijwel hetzelfde kleurgebruik aantreffen op een door hem in 1956 vervaardigde aardrijkskundige schoolwandkaart van Nederland. De belangrijkste vernieuwing van Van Oirschot en Eibergen is waarschijnlijk de systematische toekenning van de kleuren: "De landen hebben op alle kaarten hun eigen, steeds zelfde kleur." [Oirschot, 1957] Zo'n kleursysteem kan natuurlijk niet altijd consequent worden doorgevoerd, maar het is desondanks een zeer waardevol hulpmiddel om het onderling vergelijken van de wandkaarten te vergemakkelijken. Het is eigenlijk merkwaardig dat dit op Nederlandse geschiedeniswandkaarten nog niet eerder is toegepast. De soberheid van de wandkaarten wordt verder bevorderd door de spaarzame toepassing van inzetkaarten (elf inzetten op zestien kaarten). Opvallend is daarbij dat niet alleen de hoofdkaarten maar ook de meeste inzetkaarten - ondanks hun kleine afmetingen - toch nog op afstand bruikbaar zijn (figuur 7). De elf wandkaarten voor de algemene geschiedenis geven de belangrijkste politiek-militaire ontwikkelingen aan door middel van randkleuren en gekleurde strepen, maar doorgaans met behoud van het heldere, duidelijke kaartbeeld. Pijlen worden weinig gebruikt voor het aangeven van ontwikkelingen. Blijkbaar was de al 67-jarige Eibergen geen voorstander van deze nieuwigheid op het gebied van geschiedeniskaarten.

Wandkaartcode GES_WO_L
8. 'Europa omstreeks 1789 - Groei van de Ver. Staten' van P.E. van Oirschot en P. Eibergen ([1957], 73 x 93 cm). Milaan (geel) heeft in deze kaart abusievelijk niet de kleur van Oostenrijk (paars) gekregen.

Het bovenstaande geeft aan dat de samenwerking tussen een onderwijzer/geschiedenisleraar en een kartograaf vruchtbaar kan zijn en bruikbare geschiedeniswandkaarten oplevert. Het is jammer dat een dergelijk werkmodel zo weinig is toegepast, aangezien het alleen maar voordelen op lijkt te leveren. Ook Kars had het kartografisch werk beter uit kunnen besteden. Een klein nadeel zou kunnen zijn de toegenomen kans op fouten als de functies van auteur en kartograaf niet meer in één en dezelfde persoon verenigd zijn. In de toelichting bij de wandkaart 'Europa omstreeks 1789' (figuur 8) vinden we daar een voorbeeld van. Van Oirschot/Frater Floridus meldt daarin schuldbewust: "Milaan moest dus eigenlijk de paarse kleur van Oostenrijk hebben. Door een vergissing van de auteur [Van Oirschot], niet van de cartografische afdeling [Eibergen], is dit niet gebeurd." Maar als we de rest van deze fraaie en duidelijke wandkaart op ons laten inwerken, dan nemen we de verkeerde kleur van dat kleine gebiedje rond Milaan graag voor lief.

IEDER ZIJN VAK

Uit de voorafgaande kaartvergelijking maar ook uit een uitgebreide beoordeling van de eigenschappen van de Nederlandse geschiedeniswandkaarten [Brink, 2014] blijkt dat de elf wandkaarten van de algemene geschiedenis van Van Oirschot en Eibergen destijds het meest geschikt waren om het onderwijs in de algemene geschiedenis een stevige ruimtelijke basis te geven. Deze kaartserie vertoont een sobere bijna calvinistische uitstraling, die bijdraagt aan de duidelijkheid en de directe beeldvorming, een karakteristiek die ook sommige Nederlandse aardrijkskundige schoolwandkaarten siert. Het sterke punt van de serie van Van Oirschot en Eibergen is dat de kartografische uitwerking van de geschiedkundige inhoud van Van Oirschot is overgelaten aan een kartograaf (Eibergen). "Wijd u geheel aan het vak, dat ge gekozen en geleerd hebt, en vind er uw geluk in." (Marcus Aurelius)



Opm.: dit artikel is een bewerking van een gedeelte van een recentelijk door de auteur gepubliceerd boek: 'Nederlandse geschiedkundige schoolwandkaarten'

Literatuur

-Brink, L.E.S., Nederlandse geschiedkundige schoolwandkaarten: Tevens supplement op Bibliografie en foto-overzicht van de Nederlandse schoolwandkaarten (1801-1975). - Nijmegen, 2014. - blz. 94.
-Oirschot, P.E. van, Toelichting bij de wandkaart De Oude Wereld (het westen). - Groningen, [1956]. - Achterzijde wandkaart.
-Oirschot, P.E. van, Toelichting bij de wandkaart Europa omstreeks 1789: Groei van de Ver. Staten. - Groningen, [1957]. - Achterzijde wandkaart.
-Toebes, J.G., Van een leervak naar een denk- en doevak: Een bijdrage tot de geschiedenis van het Nederlands geschiedenisonderwijs. - In: Kleio 17 (1976), blz. 235.
-Veen, S. van der, Brill: 325 jaar uitgeven voor de wetenschap. - Leiden, 2008. - blz. 107.


homepage
De Wereld aan de Wand
foto-overzicht
Collectie De Wereld aan de Wand
informatie
(school)wandkaarten
Museum aan de Wand